Vergeten slagvelden in de Mekong-delta

De My Thuan-brug is de enige brug over een Mekong-tak in de delta, de rijstschuur van Vietnam. In de velden herinneren monumentjes op betonnen palen aan militaire successen van de Vietcong....

'Iedereen lacht nu, vooral hier in de Mekong-delta', vertelt de gids op een tweedaagse excursie door Vietnams rijstschuur en vruchtentuin. 'Bijna vijftig jaar van oorlog en economische misère zijn nu voorbij.' De pastorale, vruchtbare delta – een van de grootste rivierdelta's op aarde – werd met zijn vele boomgaarden, uitgestrekte rijstvelden en wirwar van kanalen met pittoreske drijvende markten een toeristische topattractie.

In hun bootjes peddelen boeren ons door mangrovebos. We meren aan bij een rammelende en knarsende rijstmolen. Bij de ingang smeult wierook voor een piepklein altaartje. Aan de achterkant dient het kaf als brandstof van ovens. Boven het vuur worden van rijstmeelpap de deegpannenkoekjes voor loempia's gestoomd.

Het verleden van rebellie en oorlog blijft uit beeld. Phoenix lsland in de Tien Giang, een van de Negen Draken (zijtakken) van de Mekong, wordt gepresenteerd als een kokosparadijsje waar een verscheidenheid aan nijverheidsproducten, gemaakt van de schaal van kokosnoten, te koop ligt. Ik vang nog net een glimp op van een vervallen tempel, ooit het bolwerk van een sectieleider die jaren moest boeten omdat hij vreedzame hereniging (van Noord- en Zuid-Vietnam) nastreefde.

Later ben ik alleen op stap in My Tho. Een rij tourbussen uit Ho Chi Minhstad staat aan de Tien Giang geparkeerd. De toeristen zijn regelrecht in bootjes gestapt voor tochtjes door het paradijs. My Tho zelf is oerlelijk. De citadel was al eind 18de eeuw vernietigd tijdens de Tay-son opstand, maar in de Vietnamoorlog bleef er niets meer van het stadje overeind – net zo min als van het nabijgelegen, tijdens het Tet-offensief (1968) platgegooide Ben Tre, waarover een Amerikaanse officier de legendarische woorden sprak: 'Om de stad te redden moesten we hem vernietigen.'

Ik kom geen toerist meer tegen, alleen de schimmen van oorlog. Aan de voet van het enorme granieten beeld van Nguyen Hun Huan (1830-1875) tuur ik over de rivier, inmiddels een oude bekende uit Thailand, Laos en Cambodja. Nguyen heeft zijn gespierde armen over elkaar geslagen. Zijn vastberaden blik, zo kenmerkend voor socialistische sculptuur, wordt geaccentueerd door borstelwenkbrauwen.

Dit moet een verzetsheld tegen de Fransen zijn geweest, geen dichter, hoewel de regels van de hand van Nguyen op een plaat rijmen en klinken als het Bordurisch in Kuifje en de Scepter van Ottokar.

Slenterend langs een kanaal met een overslagmarkt van vis en fruit beland ik bij het plaatselijk museum. Het duurt even voordat de man met de toegangskaartjes is opgetrommeld. Na een zaaltje met Khmer- en Cham- artefacten barst de strijd los. Nog maar net hadden de Vietnamezen zich in de Melong-delta gevestigd of een enorme vloot uit Siam, de nieuwe vijand, vaart in 1784 de Tien Giang op. Ten westen van My Tho worden de Siamezen vernietigend verslagen – afgebeeld op een houten muurreliëf. Dan zaaltjes met diorama's en schilderingen van mangrovebos en nipapalmen bij nacht met gevechten tegen de Fransen. Een buste van Truong Dinh, die in 1862 een Frans schip opblies, staat naast een ingelijst portret van Nguyen. Het verzet was kleinschalig, maar vastberaden.

De delta bestond eeuwenlang overwegend uit ontoegankelijk moeras. Handelsmissies hadden vaak moeite de juiste tak van de Mekong te vinden die naar het hart van het Khmerrijk voerde. Maar in de 18de eeuw werd de delta toegankelijker door het graven van vele kanalen en later, onder Frans bestuur, werd het de rijstschuur van Vietnam. Het meeste land viel in handen van de pro-Franse Vietnamese elite die de pachters meedogenloos uitbuitte. 'De rijken dragen saffieren en shirts van kasjmier / Wij armen het tuig van het paard en het juk van de waterbuffel', luidt een regel van een verzetslied uit die tijd. André Malraux waarschuwde al voor de grote tegenstellingen tussen arm en rijk die een voedingsbodem voor religieus verzet en communisme werden.

In 1959 was de Vietcong er zo sterk geworteld, dat het gehate Diem- regime een mobiel gerechtshof instelde dat met een draagbare guillotine rondtrok om met verdachten af te rekenen. Zonder succes, want in 1961 controleerden de guerillastrijders de gehele zuidelijke delta en waagde niemand er, zelfs niet overdag, zonder militair konvooi te komen. De situatie was een can of snakes meldde Galbraith aan president Kennedy. Amerika begon Diem met duizenden militaire adviseurs te steunen. In 1962 leek dit vruchten af te werpen. Volgens Robert McNamara 'wees alles erop dat we de oorlog gaan winnen'. In januari 1963 werd het optimisme de grond ingeboord door de slag bij Ap Bac. In het museum is daarover niets te vinden, maar nog ingepakte heldenbeelden bij een nieuwe vleugel suggereren dat dit op korte termijn anders zal zijn.

Buiten spreekt een sjofel geklede riksjabestuurder met grijze stoppelbaard me in vloeiend Engels aan. Het bekende verhaal: ooit was hij een hoge ambtenaar, nu is hij gedegradeerd tot een low job. Hij brengt me naar een vriend die me op zijn motorfiets naar Ap Bac zal rijden.

Zonder valhelmen en achteruitkijkspiegels razen we even later over de drukke tweebaansweg in de richting van de My Thuanbrug, een anderhalve kilometer lang gevaarte dat in 2000 werd voltooid met Australische steun. Het is de enige brug over een Mekong-tak in de delta. We passeren twee oorlogsmonumenten, dan slaan we een zandweggetje in dat een irrigatiekanaal volgt door een oceaan van rijstvelden. De meeste velden zijn net geploegd of ingezaaid.

Na tien kilometer trekken monumentjes op betonnen palen in de velden de aandacht: plastieken van helicopters en tanks met stervormige gaten en rode vlammen die aangeven dat ze door de Vietcong zijn vernietigd. Ik loop erheen over een smal aarden dijkje, tot waar een boer zijn veld vol water pompt. Het pruttelende motortje van de pomp krijgt benzine via een infuus uit een plastic fles die aan een paaltje hangt. De boer gebaart dat het hoofdmonument verderop ligt.

Even later wandel ik temidden van grasperken, geknipte hagen en een vijver met waterlelies. Langs de paden staan zowel moderne als gotische lantaarnpalen, beide nogal overbodig, want het gastenboek leert me dat ik de eerste bezoeker sinds weken ben. Ap Bac is vergeten.

Het centrale gedenkteken bestaat uit drie meer dan levensgrote soldaten met mitrailleurs bovenop een relatief te kleine, steigerende tank – als op een surfplank in een woelige zee. Voorbij een helicopter en tank komt het oorlogsverleden pas bij de kogelgaten in een verweerde graftombe lot leven en hoor ik even weer het 'Hé, hé, hé, L. B. J., how many kids did you kill today?' dat gescandeerd werd tijdens de demonstraties in Amsterdam.

Operatie Duc Thang 01-63 was een fiasco. Met de modernste uitrusting en vermeende, opgevijzelde vechtlust was een Zuid-Vietnamees bataljon van tweeduizend man naar Ap Bac gestuurd om onder leiding van Amerikaanse adviseurs met een Vietcong-bolwerk af te rekenen. Het pakte anders uit. Door tweehonderd Vietcongstrijders werd de enorme overmacht in de pan gehakt. 450 Zuid-Vietnamese soldaten en drie Amerikaanse adviseurs kwamen om, acht helicopters werden neergehaald, drie tanks en een oorlogsschip vernietigd. De strategie van cast net and throw spear, ondersteund met helicopters en grof geschut, werkte niet.

Kolonel John Vann, de hoogste Amerikaan bij de slag, rapporteerde de feiten aan het Pentagon, maar ze werden genegeerd. Defensiewoordvoerders hadden de afslachting, Amerika's eerste grote militaire nederlaag, al geïnterpreteerd als een teken dat men 'op weg was naar de overwinning'. Amerika's march of folly, zoals historica Barbara Tuchman de politiek van blunder na blunder tegen beter weten in noemde, was bij Ap Bac krachtdadig ingezet.

De bewaker volgt me nog een rondje over het terrein. Uit beleefdheid maak ik enkele foto's. Dan hobbelen we weer naar de hoofdweg. Vrouwen met puntmutsen peddelen door het irrigatiekanaal en glimlachen.

De autowegen zijn de nieuwe slagvelden in modern en al bijna kapitalistisch Vietnam. Op de terugweg passeren we zeker vier dode verkeersslachtoffers. In My Tho geef ik de motorbestuurder een flinke fooi. Hij moet hard lachen wanneer ik voorstel er een helm voor te kopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden