Vergeten kampioen na verzwegen ramp

Hjallis was gestopt, nu was het onze beurt. Kees Broekman en Wim van der Voort begonnen in 1953 als favorieten aan het EK schaatsen in Hamar en maakten hun faam waar....

Wat stelde Nederland tot dan voor? Wim van der Voort, 79, buigt vanuit zijn leunstoel naar voren en veegt met een resoluut gebaar van zijn rechterarm de hele vooroorlogse schaatshistorie in de prullenbak. 'Niks!'

'Niet veel', zegt Anton Huiskes, 74.

En nee, dan zijn ze Jaap Eden en Coen de Koning niet vergeten. Beste jongen, luister, dat was rond 1900. Jaap Eden rookte een sigaartje op zijn hotelkamer en vroeg of de start misschien een uurtje uitgesteld kon worden. Moeten we dat topsport noemen?

'Hebben de heren wel een beetje gelijk in', zegt Rien Bal, 82, oud-sportjournalist.

Rien Bal heeft er de afgelopen dagen nog eens over nagedacht. Dat EK, zegt hij, dat bewuste EK in Hamar is misschien wel een keerpunt geweest. Laten we wel wezen: één en twee.

'Een titel', zegt Huiskes.

Bal: 'We wonnen weleens een medaille, maar successen à la Noorwegen waren er niet bij. En buiten het schaatsen... We pronkten met Fanny Blankers en Wim van Est, maar het waren incidentele successen. Op voetbalgebied waren we de stakkers van Europa. Tennis, dat was voor de elite. Handbal, volleybal, ach daar hadden we nog amper weet van.' Het was januari 1953 en er lagen nieuwe tijden in het verschiet. Rien Bal, chef sport van Het Parool, schreef op de dag voor het kampioenschap dat 'Broekmans kans op succes groter dan ooit' was. Hjalmar Andersen, de Noorse superman die het jaar daarvoor driemaal olympisch goud had gewonnen, was gestopt. Nu was het onze beurt! Het stadion in Hamar was al weken tevoren uitverkocht: veertienduizend toeschouwers.

'Och jongen, jij denkt dat schaatsen nu populair is', zegt Van der Voort.

'Toen was het nóg populairder', zegt Huiskes.

'Pagina's vol', zegt Van der Voort.

'Tegenwoordig is elk weekeinde wel een groot sportevenement. We hebben allemaal twintig tv-zenders. Toen was er de radio, het EK en WK schaatsen en de voetbalcompetitie', zegt Bal.

'Ajax-Feyenoord is een keer verplaatst vanwege het WK schaatsen', zegt Huiskes.

1942, Zegt Van der Voort, die winter zijn ze ontdekt. Tuinderszonen waren ze, Kees Broekman en hij, nog geen twintig en voor de duvel niet bang. Het Westland was nog niet van glas en 's winters, wanneer het werk stil lag, hadden ze tijd genoeg om te schaatsen. Ja, toen was het elke winter nog winter. Hij uit 's Gravenzande, Kees uit De Lier.

Heen en terug naar Vlaardingen, hun vaste tochgie. Piet Keizer, Elfstedentocht-winnaar van 1940 en de held van het Westland, zag hen rijden en zei dat ze zich moesten inschrijven voor wedstrijden in Charlois. Van der Voort: 'Helemaal naar Rotterdam. Normaal ging je daar één keer per jaar met je ouders naar toe. Nette kleren kopen.'

Charlois, zeiden ze tegen elkaar. Mooi avontuur, waarom niet? 'Ik werd tweede, Kees won de 500 meter', zegt Van der Voort. Is dat wat? Hij ziet nog die koppen tijdens de prijsuitreiking. 'Wij, twee boertjes uit het Westland.'

Die verdomde oorlog, dat heeft ze een paar mooie jaren gekost. Ze moesten wachten tot de winter van 1946/'47 alvorens ze aan hun verovering van de wereld konden beginnen. Dat seizoen mochten ze voor het eerst met de kernploeg naar Noorwegen: half december heen, eind februari terug. Een jaar later meldde zich een Twentse jongen in hun ploeg, net klaar met school, Anton Huiskes, goeie stayer.

'Het klikte', zegt Van der Voort.

'Ik wilde graag winnen; zij hadden alles d'r voor over om te winnen', zegt Huiskes.

In Hamar was een kerk die geleid werd door De Zusters Onder De Bogen, een orde van uit Nederland afkomstige nonnen die in het dorp tevens een oogkliniek beheerden. De Nederlandse schaatsers gingen er in hun vrije uurtjes graag langs voor koffie. Huiskes was een trouw bezoeker van de kerkdiensten.

'Ik wilde iets meer zien dan de ijsbaan', zegt Huiskes.

'Anton ging weleens naar een museum', zegt Van der Voort.

'Ik knielde in de kerk, Wim ging gelijk in een bankje zitten', zegt Huiskes.

'...Dat Anton dat nog weet...', zegt Van der Voort.

'Onze coach, Klaas Schenk, was er niet blij mee als je knielde. Daar kreeg je stijve knieën van', zegt Huiskes.

'Schenk was een man van weinig woorden, maar uiterst fanatiek. Net als zijn zoon later', zegt Bal.

Het was een wereldreis, zeggen ze. Twee dagen met de trein. Overnachten in Kopenhagen. De volgende dag in de namiddag aankomen op Fjetre, de boerderij waar ze in de kost zaten. Wim van der Voort had in de oorlog de duizenden Britse bommenwerpers zien overkomen, maar realiseerde zich pas tijdens die eerste reizen hoe de wereld verwoest was. Elk station in Duitsland was vol met bedelaars.

'Later nam ik extra eten mee, een paar gekookte eieren. Hoe die mensen je aankeken als je ze een ei gaf', zegt Van der Voort.

'Je realiseerde je: wij mogen schaatsen, wij zijn bevoorrecht', zegt Huiskes.

Hij volgt het schaatsen nog op de voet, zegt hij, en schudt het hoofd. Van der Voort: 'Ander volk hè. Weet je waar wij op zaten... Houten banken. Er was geen geld.'

Huiskes: 'We kregen zakgeld. Vijftig cent per dag.'

Bal: 'Wij namen die jongens weleens mee uit eten. We hielden ze vrij.'

Huiskes: 'Ze namen soms een Edammertje mee. Of drop.'

Eigenaardig misschien, maar het zijn niet zozeer de grote kampioenschappen die nu, vijftig jaar later, de ogen weer doen twinkelen. Het zijn die avondwedstrijdjes, zomaar in een willekeurig Noors dorpje, die nooit meer uit het geheugen gaan. Duizenden mensen, voor hen. Hjallis tegen de Nederlanders. Servies, tafelzilver en prachtige vazen als prijzen. En 's avonds bij het feest danste Hjalmar Andersen met de mooiste vrouw van de streek.

Huiskes: 'Hjallis. Ja-haaa.'

Van der Voort: 'Een filmster.'

Bal: 'Vergis je niet. Schaatsen was zeer populair in Noorwegen. Dankzij Hjalmar Andersen natuurlijk, dat was een god daar. De enigen die hem af en toe konden verslaan waren de Nederlanders. Onze jongens waren gevreesd en gerespecteerd. Broekman woonde in Noorwegen; de kernploeg verbleef drie maanden achtereen in Hamar. De Noren vonden dat onze rijders ook een beetje Noors waren.'

Huiskes: 'In Nederland kenden ze ons uit de krant, daar werden we aangesproken op straat.'

Van der Voort: 'Fort som Faan noemden ze me. Zo snel als de duivel. Wat dacht je...'

Maar altijd was Hjallis hen te snel af als het er echt om ging. Europees en wereldkampioen van 1950 tot en met '52 en de koning van de Olympische Spelen in 1952 in Oslo. Twee keer olympisch zilver voor Broekman, één keer voor Van der Voort. Zonder Hjalmar Andersen moest de winter van 1952/'53 wel een gouden glans krijgen. Ze hadden het er al weken tevoren over, het weekeinde van 31 januari en 1 februari, het EK in Hamar.

Hun Hamar.

Ook toen waren er al schaatsfans. Het zullen er vijftig geweest zijn, hooguit honderd. Welgestelde zakenmensen vaak, rijke tuinders ook wel. Kwamen per vliegtuig: man, een geld. 'Verstoep', zegt Van der Voort. 'De heer Verstoep, een grote wegenbouwer uit Den Haag. Was er bijna altijd bij.'

Bal: 'Ook toen waren er al rijke zakenlieden die begrepen dat het goeie publiciteit is om in de nabijheid van sporthelden te vertoeven.'

Van der Voort: 'Meneer Verstoep nodigde ons vaak uit voor een diner. Soms mochten we op zijn kosten een paar dagen eerder in een hotel.'

In de namiddag van donderdag 29 januari kwam Rien Bal in Hamar aan, samen met nog vijf collega's, een grote persdelegatie in die jaren. Maar er stond dan ook wat te gebeuren. De volgende dag bracht Het Parool een ruime voorbeschouwing op het EK waarin Broekman tot favoriet werd uitgeroepen en Van der Voort met de Noren Haugli en Aas als grote outsider werd aangemerkt. In het weerbericht, op pagina 1, werd voor het weekeinde zwakke tot matige, later matige tot krachtige zuidwestelijke wind voorspeld.

Bal: 'Slecht weer, veel luisteraars. Dat was zo'n vaste kreet van Siebe van der Zee, de radioverslaggever.'

Van der Voort: 'Bij schaatsen zat het hele land aan de radio. Dat motiveerde mij enorm.'

Siebe van der Zee moet als eerste in Hamar geweten hebben van de ramp. Hij seinde zijn collega's van de schrijvende pers in, waarna Rien Bal na de eerste dag bondscoach Klaas Schenk opzocht. Geen woord tegen de schaatsers, spraken ze af. Van der Voort stond eerste in het klassement, Broekman derde. Vanuit Amsterdam kreeg Bal te horen dat Het Parool op zondag een extra editie zou uitbrengen.

'Er is toen tegen mij gezegd: flink positief! Nu heeft ons land iets nodig waaraan we ons vast kunnen klampen, zei onze hoofdredacteur', zegt Bal.

Van der Voort: 'Wij wisten van niks.'

Een dag later won Wim van der Voort de 1500 meter, Kees Broekman de tien kilometer én de Europese titel. Maar wat Van der Voort bovenal is bijgebleven is het ernstige gezicht waarmee Klaas Schenk na de ceremonie protocolaire zijn mannen bijeen riep in de kleedkamer. Er had een ramp plaatsgevonden in Nederland. Iedereen zweeg.

Van der Voort belde gelijk naar huis.

Hij maakt een klein knikje met zijn hoofd naar het raam en wijst met zijn rechterarm naar het Westen. 'Daar verderop, bij Monster, heeft mijn vader met een buurman op de dijk staan kijken naar het water.'

Huiskes: 'We begrepen meteen dat niemand in Nederland geïnteresseerd was in schaatsen.'

Van der Voort: 'Dan telt maar één ding. Onze tuinderij was er nog.'

Ze bleven in Scandinavië want het WK stond nog op het programma: In Helsinki, het toernooi waar voor het eerst sinds de oorlog de Russen hun gezicht zouden laten zien. Beren van kerels - Gontsjarenko, Sjilkov. Een nieuw tijdperk. Van der Voort werd in Helsinki derde, Broekman vierde. Zoals in Hamar zou het nooit meer worden.

'We waren goed', zegt Huiskes.

'We waren bliksems goed', zegt Van der Voort.

En Kees Broekman was de beste. 'De eerste drie afstanden waren we gelijk, maar Kees kon een tien kilometer rijden... Ja eerlijk', zegt Van der Voort.

'Niet te houden', zegt Huiskes.

Rien Bal heeft Kees Broekman nadien nog vaak geïnterviewd. Over die titel, natuurlijk, vooral over die titel die zich maar niet in het geheugen van het Nederlandse publiek leek te kunnen wortelen. 'Of het een frustratie was, weet ik niet', zegt Bal. 'Dat is een groot woord hè. Hij praatte d'r niet makkelijk over.'

Een jaar later zette Wim van der Voort een punt achter zijn carrière. Zomaar. Het glas deed zijn intrede in het Westland en de bank wilde hem, als bekend sportman, best een voordelige lening verstrekken voor het aanschaffen van kassen. Nu runt zijn zoon het bedrijf in 's Gravenzande, zelf woont hij in het huis ernaast. Anton Huiskes kreeg een aanbod leraar l.o. te worden en stopte. Na zijn pensioen verhuisde hij naar Frankrijk. Gerard Maarse, de vierde man in Hamar, is overleden.

Net als Kees Broekman.

De Europees kampioen van 1953 overleed in 1992, 65 jaar oud, in Zweden. Hij ging het langste door van allen. Pas in 1960 staakte Broekman zijn jacht op een tweede titel, om vervolgens zijn loopbaan voort te zetten als trainer in Italië, Nederland, Zweden en Berlijn. Zijn ambtstermijn als coach van de vrouwenkernploeg eindigde met ontslag omdat hij te zachtaardig zou zijn.

'Kees was erg op zichzelf. Trainde het hele jaar in Noorwegen. Bezeten', zegt Van der Voort.

'Een fijne man', zegt Huiskes.

'Altijd loyaal aan de ploeg', zegt Van der Voort.

Rien Bal bleef tot 1973 chef sport van Het Parool en zag van nabij hoe Kees Verkerk en Ard Schenk tussen 1966 en 1972 het ijs regeerden. 'Iedereen denkt dat met Ard en Keessie de glorie is begonnen', zegt Bal.

Van der Voort: 'Kanjers, hele beste schaatsers.'

Huiskes: 'Zo gaat het.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden