Vergeten geallieerde bombardementen

HERDENKEN Nederland kent zijn 'vergeten' bombardementen: geallieerd geweld uit de lucht, dat meer burgers doodde dan het Duitse.

Het voornemen gesneuvelde Duitse soldaten te herdenken leidde onlangs tot hevige commotie. In Vorden konden geallieerde doden daarentegen zonder enig probleem worden herdacht: bevrijders immers. Wellicht zijn er echter mensen geweest die daar wel degelijk moeite mee hebben gehad. Nabestaanden van bombardementsslachtoffers bijvoorbeeld.


Op 14 mei herdenkt Rotterdam het Duitse bombardement van 1940, waarbij naar schatting 850 burgerdoden vielen. Dit drama lijkt in het collectieve geheugen van Nederlanders gegrift. In andere door bommen getroffen plaatsen wijst men soms met enige jaloezie op de bekendheid van de luchtaanval op de havenstad om de eigen tragedie als 'vergeten bombardement' te benoemen. Met name Nijmegen en Middelburg hebben in de voorbije jaren forse inspanningen geleverd om in dit verband hun oorlogsgeschiedenis onder de aandacht te brengen.


Toch herdenkt ook Rotterdam het Duitse bombardement pas sinds enkele jaren uitgebreid en intensief. Ook deze stad kent haar eigen 'vergeten bombardement': het Amerikaanse van 31 maart 1943, waarbij in de wijk Bospolder-Tussendijken ongeveer 400 burgers omkwamen. Het is tot voor kort zelden herdacht.


De behoefte aan het herdenken van de oorlog neemt - ook buiten de 'nationale' herdenkingsdata 4 en 5 mei en 15 augustus - eerder toe dan af. Het aantal herdenkingsbijeenkomsten en deelnemers daaraan groeit en oorlogsgedenktekens schieten als paddestoelen uit de grond. Opvallend is dat een aanzienlijk deel van deze monumenten en herdenkingen omgekomen geallieerde vliegeniers eert en een veel kleiner deel bij bombardementen omgekomen burgers.


Dit is opmerkelijk omdat vooral geallieerde luchtaanvallen dood en verderf onder de Nederlandse burgerbevolking zaaiden. Als er iets 'vergeten' of wellicht verdrongen is, dan is het wel dit gegeven.


Nederland zwijgt

Waar de luchtoorlog in bijvoorbeeld Duitsland, maar ook in Groot-Brittannië en Frankrijk, onderwerp van heftige historische en publieke discussies is, zwijgt men hierover in Nederland meestal. Alleen naar enkele grote lokale tragedies, zoals het Amerikaanse bombardement op Nijmegen van 22 februari 1944 (bijna 800 doden), het Britse op het Haagse Bezuidenhout van 3 maart 1945 (520 doden) of het Amerikaanse op Amsterdam-Noord van 17 juli 1943 (185 doden), hebben historici diepgaand onderzoek verricht, meestal vijftig, zestig of vijfenzestig jaar na dato.


Voor het aantal burgers dat in Nederland bij Duitse en geallieerde luchtaanvallen is omgekomen, wordt doorgaans verwezen naar de ruwe schatting in Luchtgevaar (1984) van A. Korthals Altes: tienduizend. Een systematische telling ontbreekt, mogelijk doordat verreweg de meeste dodelijk getroffen burgers niet bij Duitse, maar bij geallieerde luchtbombardementen en -beschietingen het leven lieten. Bovendien blijken er veel meer burgers te zijn gedood dan tot nu toe aangenomen.


Het is een brisante geschiedenis, die echter niet verzwegen mag worden. Mijn nog onvoltooide inventarisatie van het aantal bij luchtaanvallen in Nederland omgekomen burgers wijst uit dat bij Duitse bombardementen en V1- en V2-beschietingen ruim 2.600 Nederlandse slachtoffers vielen en bij geallieerde luchtaanvallen meer dan elfduizend. Het gaat om een tussenstand, waarbij Nederlandse dwangarbeiders en geïnterneerden die door geallieerde bomaanvallen elders in Europa en Azië omkwamen nog buiten beschouwing zijn gelaten.


Door geallieerd geweld uit de lucht stierven dus ruim vier keer zoveel burgers in Nederland als door Duits. Soms ging het om aanvallen op strategische doelwitten met misworpen en afzwaaiers op woonwijken. Vaker handelde het om vergissingen, navigatiefouten, noodafworpen en gelegenheidsdoelen. De Duitse propaganda schreeuwde 'van je vrienden moet je het hebben'.


De 'collaterale schade', zoals ze tegenwoordig eufemistisch heet, vormt geen sta-in-de-weg voor een uitgebreid dankbetoon aan in Nederland gesneuvelde geallieerde vliegeniers, in het bijzonder bemanningsleden van bommenwerpers.


Oorlogsmonumenten

Vanaf 1990 zijn er op tal van crashlocaties ter nagedachtenis van de geallieerde vliegeniers gedenktekens opgericht: ongeveer 230. De gedenktekens ogen in de regel tamelijk simpel: ze bestaan bijvoorbeeld uit een zwerfkei met plaquette. De drang om ze te plaatsen is groot. Het initiatief wordt doorgaans genomen door zaakwaarnemers, die de 'luchthelden' als lokale bevrijders willen eren en in herinnering houden.


De bombardementsslachtoffers moeten met minder toe. In dezelfde periode zijn voor hen bijna negentig gedenktekens tot stand gekomen, waarvan bijna eenderde herinnert aan Duitse luchtaanvallen.


Ofschoon de monumentale erkenning is gezocht door nabestaanden - direct betrokkenen dus - hebben zaakwaarnemers meer 'succes' geoogst. Dit weerspiegelt deels dat niet minder dan 19.200 geallieerde vliegers op Nederlands grondgebied hun leven gaven, terwijl 'slechts' zo'n 13.600 - mogelijk echter tot 15.000 - Nederlandse burgers door de luchtoorlog omkwamen. Maar meer dan dat reflecteert het de onkritische omgang met de schaduwzijden van oorlogsgeweld, in het bijzonder voor de burgerbevolking.


Wie zich heeft opgeofferd, wordt als held geëerd; wie op noodlottige wijze slachtoffer is geworden heeft - zeker als de bom van de opofferaars kwam - meestal dubbel pech gehad.


ROB VAN


GINKEL


is cultureel antropoloog aan de UvA.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden