Vergeet Manhattan en Manneken Pis

U wilt weg in mei? U wilt iets bijzonder zien zonder te struikelen over de toeristen? Zes tips van de redactie.

1. Parc Astérix

Wie weleens met de auto naar het zuiden rijdt, kent de borden: Parc Astérix, 20 km. Altijd doorgereden, waarschijnlijk. Asterix, dat is een held van de Fransen. En Parc Astérix, dat is Disney voor de Fransen. Ze spreken er vast alleen maar Frans, als het al geen Keltisch is.


Precies, en dat alles maakt Parc Astérix zo prettig. Zeker, ook hier wachtrijen bij attracties, ook hier geen kans dat je je alleen voelt. Daar staat veel tegenover: arm in arm met Obelix op de foto; een nat pak halen in de waterglijbaan; als robuuste Hollander geselecteerd worden om dienst te nemen in de Romeinse legioenen.


Dan is er nog een grote show met zeezoogdieren - vrij geïnspireerd op Asterix en de Dolfijnen, en een gondelvaart door het dorp van de Galliërs. Parc Astérix is minder gelikt dan zijn grote broer aan de andere kant van Parijs, maar - zoals de Fransen zeggen, zeker zo sympa.


2. Tivoli

Het Colosseum is indrukwekkend, maar het stinkt er ook naar uitlaatgassen en het is razend druk. Rome is druk. De Romeinse keizer Hadrianus ontvluchtte Rome al in de 2de eeuw na Christus. Hij liet op 29 kilometer een villa bouwen vanwaaruit hij zijn rijk bestuurde.


Die villa in Tivoli geeft een misschien nog wel levendiger beeld van de Romeinse tijd dan het Colosseum. Het is een gigantisch park vol indrukwekkende archeologische restanten van een keizerlijk leven. Hadrianus had er theaters, badhuizen, ontvangstruimten, regeringszalen en bibliotheken, gebouwd in verschillende stijlen en versierd met beelden van krokodillen en Romeinse goden. Op de achtergrond klinken geen toeterende auto's, maar tsjilpende vogels. In de tuinen staan bloeiende bomen en op de grasvelden kun je kiezen of je in de zon of in de schaduw wilt liggen.


Vanuit Rome kom je er door metro B te nemen tot de halte Ponte Mammolo; vandaar ga je met de bus van Cotral richting Tivoli. De buschauffeur weet waar je het best kunt uitstappen.


3. New York Harbor

Manhattan blijft in New York de magneet die jaarlijks vijftig miljoen bezoekers trekt. De majestueuze wolkenkrabbers, de machtige avenues, de overweldigende musea, het wervelende straatleven - het is meeslepend. Maar ook: een cliché. Het verveelt nooit, maar veel nieuws valt er niet meer te ontdekken. Manhattan is New York voor beginners, zei een vriend onlangs.


Kies eens voor het avontuur. Steek 's middags als de zon begint te zakken de Brooklyn Bridge over, loop naar Downtown Brooklyn, neem de bus (B61) naar de havenwijk Red Hook en stap uit in Van Brunt Street. Ga naar de Bait & Tackle. Ooit een viswinkel, nu de bar van de Ier Barry O'Meara. Stap binnen in een eigentijdse ark van Noach, waar de pluizige zeelieden en hippe types aan de toog zich zeer zondvloedbestendig hebben getoond met het overleven van twee orkanen (Irene en Sandy).


Weersta de verleiding om er zachtjes dronken te worden en zoek na het drinken van een Rockaway pale ale de waterkant op. Neem plaats op een bankje, tussen de vissende locals, en zie hoe een vuurrode avondzon langzaam in het zachtjes klotsende water van New York Harbor zakt, terwijl de huid wordt gestreeld door een lauwe zeebries en het oog betoverd door een uitzicht op het Vrijheidsbeeld en Lower Manhattan zoals u nooit eerder zag. Eet tot slot in The Good Fork een steak and eggs korean style en u wilt nooit meer weg.


4. De stenen van Avebury

Vergeet Stonehenge, het Disneyland van het Stenen Tijdperk. Minder bezoedeld is de steencirkel van Avebury, een stuk verderop in Zuidwest-Engeland. Het is de grootste steencirkel ter wereld, met de hoogste prehistorische, door menselijke handen gemaakte heuvel van Europa en de zwaarste (staande) steen van het Verenigd Koninkrijk. En je kunt er ongehinderd rondlopen over de neolithische begraafplaats en anders dan bij Stonehenge zijn de stenen aanraakbaar.


Wie alles goed wil zien, is al gauw vier uur kwijt voor de bijna 10 kilometer lange wandelroute. Waar Stonehenge compact is, staan de stenen van Avebury wat verder uit elkaar. Vooral tijdens mistige, nazomerse ochtenden zijn de rotsen, die als wratten uit het glooiende landschap steken, een fenomenaal gezicht. Wie er rondloopt moet even een stil dankwoord uiten aan de 19de-eeuwse politicus John Lubbock,die ervoor zorgde dat boeren en projectontwikkelaars stopten met de verwijdering van prehistorische stenen. Deze amateurarcheoloog kocht de stenen van Avebury en werd de plaatselijke baron.


5. Zinneke Pis

Amper 58 centimeter groot, verscholen achter een haag fotograferende toeristen, en omgeven door prijzige souvenirwinkels en wafelkramen. Geen wonder dat Manneken Pis - de mascotte van de Belgische hoofdstad Brussel - in 2012 werd verkozen tot meest overgewaardeerde bezienswaardigheid van Europa.


Nee, dan gaan wij liever naar Zinneke Pis, de viervoetige variant van het waterende ventje. Een bronzen straathond (een zinneke in het Brussels), die tegen een paaltje plast. Hier geen fotograferende meute, maar een aaibaar hondje dat bij iedereen een glimlach op de mond tovert. Vooral de gele verfstraal op het paaltje maakt het af.


Het hondje heft zijn poot bovendien in een van de tofste straten van Brussel: de Kartuizerstraat, met tal van design- en modewinkels, het prachtige schaakcafé Greenwich en het snoepwinkeltje-uit-grootmoeders-tijd A.M. Sweet


Overigens bestaat er ook een Jeanneke Pis, maar zij zit - gehurkt - in een nis in de Getrouwheidsgang, naast het Beenhouwersstraatje, een klassieke toeristenfuik.


6. Duitse Wadden

Het is bomvol, tijdens de meivakantie op de Nederlandse Waddeneilanden, en het is er duur bovendien. Wie nu nog een huisje wil huren op Vlieland, Terschelling of Schiermonnikoog moet geluk hebben en geld, daar komt het op neer. En dan zit je ook nog eens de hele week tussen de Hollandse gezinnetjes, met alle stress van dien. Terwijl een eindje verderop een onontdekte archipel ligt te blinken: die van de Duitse eilanden.


Jazeker, de Duitsers houden er een eigen badcultuur op na, en het grote eiland Borkum is een wat ouderwets kuuroordachtig ding, maar er is meer. De puristen kunnen naar Juist, een supersmal eiland met een gigantisch strand, en paard en wagen als voornaamste vervoermiddel. Inschepen in Norddeich (300 kilometer rijden), bij Rederij Frisia, die ook naar Norderney vaart (www.reederei-frisia.de). Luxepaarden moeten naar Sylt, waar de Louis Vuitton-winkel is gehuisvest in een boerderijtje met een rieten dak. En gezinnetjes: op naar 'Familieninsel' Föhr, zo rond als een pannekoek, en met een rust waar ze op Terschelling nog wat van kunnen leren. Met de auto naar het plaatsje Dagebüll (600 kilometer), inschepen op de Wyker Dampfschiffs Reederei, en plaatsnemen in een Strandkorb. Einfach toll.


MEIVAKANTIE MEER IN TREK

'Dit jaar is het aantal buitenlandse boekingen voor de meivakantie met ongeveer 27 procent toegenomen', zegt een woordvoerder van de ANVR, de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen. Je kunt dit jaar dan ook twee volle weken weg. Of dit betekent dat Nederlanders in de zomer in eigen land vakantie vieren, is lastig te zeggen. 'Mensen zijn afwachtend door de economische dip. De momenten van boeken en vertrek liggen de laatste jaren steeds dichter bij elkaar.' De meivakantie is nog geen hoogseizoen, en dus goedkoper dan de zomervakantie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden