Vergeet het Opperwezen

Tussen 1750 en 1770 kwam in een bescheiden maar elegant huis in de Parijse rue Royale Saint-Roch een aantal briljante geesten bijeen. Bij elke discussie onder de disgenoten van 'Holbachs coterie' - zoals de later vijandige Jean-Jacques Rousseau zijn voormalige vrienden noemde - was baron Paul-Henri Thiry d'Holbach (1723-1789) de gastheer, maar voerde Denis Diderot (1713-1784) er het hoogste woord.


Ze waren goed op elkaar ingespeeld, schrijft historicus Philipp Blom in Het verdorven genootschap - De vergeten radicalen van de Verlichting, 'bijna als een al jaren getrouwd stel, of twee komieken'. Holbach had, weliswaar verborgen achter pseudoniemen, de eerste compromisloos atheïstische boeken gepubliceerd die sinds de Oudheid waren geschreven; Diderot was de stuwende kracht van de Encyclopédie. Ze zijn de rebelse hoofdpersonages van Bloms boek.


Diderot is bij sommigen min of meer bekend, omwille van zijn vernieuwende romans, maar Holbach (die in Leiden studeerde en het werk van Spinoza las) blijft voor velen een onbekende. Toch was ook de baron een belangrijk denker. Hij ontving bij hem thuis de scherpste geesten van zijn tijd.


In zijn salon, op een steenworp van het Louvre, waren gelijkgestemden elke donderdag en zondag welkom. Op de eerste verdieping van zijn huis organiseerde hij diners en intellectuele bijeenkomsten. Men sprak er vrijmoedig over rede en geloof, genot en wellust, en over God. De radicale denkers van de Verlichting, die in de salon tafelden, zagen het als hun plicht hun tijdgenoten ervan te overtuigen dat er geen voorzienigheid is, geen 'opperste klokkenmaker' - in de woorden van Voltaire - die het mechaniek van de wereld bestiert, en ook geen leven na de dood. Dit soort gedachten werd in de achttiende eeuw als ketters en staatsgevaarlijk beschouwd.


Holbachs salon was het epicentrum van het intellectuele leven. Toen de historicus Edward Gibbon er dineerde, ontdekte hij hoe Franse filosofen lachten om de scepsis van David Hume, hoe ze het atheïsme predikten 'met de onverdraagzaamheid van dogmatici' en iedereen die wel in een God geloofde met hoon bejegenden.


Er was in de tijd van de Verlichting intellectuele vermetelheid nodig om voor je mening uit te komen. Het sapere aude ('durf te weten'), dat de Latijnse dichter Horatius ooit had bevolen, had een gevaarlijke kant. Voor de kerk en de heersende macht was het toelaten van radicale twijfel een misdaad die bestraft moest worden.


Diderot vertelde in een brief aan zijn geliefde hoe een leerjongen die twee exemplaren van Holbachs Le Christianisme dévoilé (dat onder schuilnaam was verschenen) in handen had gekregen, samen met de wederverkoper en diens vrouw, gearresteerd werden en aan de schandpaal werden gezet. Ze werden gegeseld en gebrandmerkt.


Blom, die eerder al een boek over het avontuur van de encyclopedie heeft geschreven, houdt van karakterportretten. Hij voert 'de sjeiks van de rue Royale' met veel psychologie ten tonele: de gastvrije Holbach die de beste wijnen in huis had; de rebelse en amusante Diderot - die weigerde een pruik te dragen; de schrandere Friedrich Melchior Grimm die intellectueel Europa via diplomatieke post op de hoogte hield met zijn roddelbrieven; en de paranoïde 'romanticus' Rousseau.


In Parijs ging Blom op zoek naar het huis van Holbach in de rue Royale Saint-Roch (thans: rue des Moulins 10). Hij ondervond ook nu nog het misprijzen voor Holbach, 'de persoonlijke vijand van God'. De priester van het godshuis, waar zowel de baron als Diderot in een anoniem graf liggen begraven, veinsde zelfs niet te weten waar de filosoof moet hebben gewoond.


Omwille van hun radicale standpunten, maar vooral ook omwille van de toegeeflijke denkers die niet zo vermetel dachten, zijn hun flitsende denkbeelden gaandeweg uit de filosofieboeken geschrapt. Natuurlijk was Voltaire de invloedrijkste figuur van de Verlichting, maar - zegt Blom uitdrukkelijk - 'zijn filosofische bijdrage stelt niet veel meer voor dan een flinke dosis gezond verstand met wat ironische geestigheden'. Hij had vooral belangstelling voor zijn reputatie en voor geldelijk gewin. Rousseau, een veel origineler denker, gedroeg zich als 'een wildeman uit het woud'. Hij omarmde het sentiment en was een dwangmatige leugenaar.


De vraag blijft: waarom is het radicale denken van Holbach of Diderot weggeëbd? In een academische wereld van verwarde postmodernen - maar niet alleen in dat kamp - is het niet bon ton om glasheldere filosofie te omarmen. De ideologen van het Sovjetregime schonken, omwille van hun beargumenteerde materialisme, wél veel aandacht aan Holbach. Misschien ook daardoor is hij in de vergetelheid geraakt. De boodschap van die radicale denkers, zegt Blom, was voor zowel harde tegenstanders als voor halfslachtige verdedigers van een 'zachte' Verlichting, 'te verontrustend, te anarchistisch, te gevaarlijk om op de wereld losgelaten te kunnen worden'.


De historicus én romanschrijver Blom schrijft het met veel smakelijke terzijdes op. Hij beoefent, zoals in zijn vorige boek De duizelingwekkende jaren - Europa 1900-1914, met verve de narratieve geschiedschrijving. Het verdorven genootschap is een frisse herwaardering van de 'radicale Verlichting' als bron van de moderniteit. De discussies die toen aan tafel bij Holbach gevoerd werden, zijn nog steeds actueel. Op vele van de felste debatten die vandaag de dag woeden, meent Blom, 'werd in deze teksten uit het begin van de achttiende eeuw al een voorschot genomen'.


Nog voor Blom heeft vooral de historicus Jonathan Israel het debat over de 'radicale Verlichting' aangezwengeld. Zijn kloeke boeken zijn de eerste serieuze aanzetten voor een herinterpretatie van de Verlichting sinds Peter Gay's imposante The Enlightenment: An Interpretation (1966). Door schrijvers als Israel, of nu Blom, laait het debat over de twee stromingen in de Verlichting weer op.


Maar tegelijk doorkruisen populisten en politieke opportunisten het debat met losse argumenten en redeloze, weinig 'verlichtende' krompraat. Ook nu weer worden radicale ideeën omgebogen tot handzame filosofietjes die politieke verzuchtingen moeten legitimeren. Terecht merkte Israel op dat het eigen is aan een lange traditie 'om de radicalere geluiden die tijdens de Verlichting klonken te marginaliseren'.


Philipp Blom: Het verdorven genootschap - De vergeten radicalen van de verlichting.


Uit het Engels vertaald door Pon Ruiter.


De Bezige Bij; 444 pagina's; € 29,90.


ISBN 978 90 234 5831 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden