Vergeet de Duitsers, let op de Chinezen

WTO en OESO kijken sinds kort anders naar im- en exportstatistieken. Duitsland blijkt veel minder belangrijk voor de Nederlandse economie dan we dachten.

Duitsland is veel minder belangrijk voor de Nederlandse economie dan we altijd dachten. En China veel belangrijker. Dat blijkt uit nieuwe import- en exportstatistieken die onlangs werden gepubliceerd door de wereld- handelsorganisatie WTO en de club van rijke landen OESO.

In die nieuwe handelsstatistieken wordt niet meer gekeken naar de totale waarde van de export, maar alleen nog naar de toegevoegde waarde. Neem een land dat honderd ton graan invoert en even later honderd ton graan weer uitvoert. In de vertrouwde statistieken telt het geëxporteerde graan volop mee in het exportcijfer. In de statistieken van toegevoegde waarde vrijwel niet.

Het CBS maakte vorig jaar al een rekenexercitie waarbij de Nederlandse export werd gecorrigeerd voor de zogenoemde wederexport. OESO en WTO hebben nu iets soortgelijks gedaan, maar dan voor 58 landen, goed voor 95 procent van de wereldeconomie. Zowel bij export als import is alleen de toegevoegde waarde geteld.

De verschillen met het conventionele beeld zijn soms enorm. Neem China, het gevreesde exportbeest. De conventioneel gemeten export groeide van 2005 tot 2009 met 66 procent tot 1.393 miljard dollar. Het handelsoverschot steeg zelfs met 120 procent, naar 275 miljard.

Maar gerekend in toegevoegde waarde had China in 2005 nauwelijks een handelsoverschot: een onooglijke 28 miljard (export 534 miljard dollar, import 506 miljard). Per Chinees 22 dollar.

Twee schroeven

Hebben we China al die tijd overschat? Zou kunnen. Steven Brakman, hoogleraar internationale economie in Groningen: 'China exporteert veel computers. Maar ze halen de harde schijven uit Korea, de chips uit Japan, het design uit Amerika. Dan draaien ze twee schroeven aan, klaar. Het apparaat komt uit China, maar een groot deel van de waarde van elders.' De OESO en WTO becijferden dat 16 procent van de waarde van een gemiddelde computer Made in China uit Japan komt, 9 procent uit andere Aziatische landen, en 8,5 procent uit de EU.

Maar nu de Chinese cijfers uit 2009; die geven alweer een heel ander beeld. Het conventionele handelsoverschot van China verdubbelde van 2005 tot 2009; gemeten in toegevoegde waarde verzesvoudigde het ruimschoots. Dat betekent dat China een steeds groter deel van de waarde die het uitvoert, zelf maakt. Brakman: 'Dat kan bijvoorbeeld komen doordat veel multinationals zich in China hebben gevestigd.'

De nieuwe cijfers van WTO en OESO werpen ook een nieuw licht op Nederlands handelsrelaties. In de conventionele cijfers zijn België en Duitsland elk goed voor 38 procent van ons handelsoverschot. Maar niet als we kijken naar de toegevoegde waarde; dan zijn zij nog maar goed voor elk 16 procent van ons handelsoverschot.

Heel opvallend is dat 'de rest van de wereld' (alles buiten de EU, VS, China, Japan en Rusland) enorm in belang toeneemt. Volgens de conventionele cijfers zijn deze landen goed voor bij elkaar 21 procent van ons handelsoverschot. Maar in toegevoegde waarde is de 'rest van de wereld' goed voor 40 procent van ons handelsoverschot.

Overschat

Duitsland is nog steeds onze belangrijkste exportbestemming. Maar België, dat we altijd hebben gezien als nummer twee, hebben we overschat. Van onze export gaat 13 procent naar de Belgen, maar gemeten in toegevoegde waarde slechts 9 procent. Groot-Brittannië is de nieuwe nummer twee.

Amerika hebben we onderschat. In de conventionele lijst gaat 5 procent van onze export naar de States, en staan ze daarmee op de vijfde plaats. In toegevoegde waarde blijken ze bijna dubbel zo belangrijk: 9 procent van onze export gaat erheen, net zo veel als naar de Belgen.

Ook China is belangrijker voor onze export dan we dachten. Volgens de conventionele cijfers ging een luizige 1 procent van onze export naar China. In toegevoegde waarde blijkt dat het dubbele te zijn. Soortgelijke veranderingen zijn er ook voor andere Bric-landen zoals India en Brazilië.

De OESO heeft ook uitgerekend in welke mate importheffingen de export dwarszitten. Immers: in geëxporteerde spullen zitten geïmporteerde onderdelen. Worden die duurder door heffingen, dan wordt de export duurder.

De nieuwe import- en exportcijfers en bijbehorende inzichten zijn niet zozeer de vrucht van waardevrije wetenschap, als wel van een politiek programma. OESO en WTO vonden al in 2007 dat de oude handelsstatistieken onvoldoende de verwevenheid van de economieën in beeld bracht. Dat inzicht moest worden verbeterd, vonden zij, want het pleidooi voor vrijere handel was hard aan een impuls toe. De waardeketen, dat is het nieuwe toverwoord. Daar moet je als land in deelnemen. Je eigen industrie beschermen door importheffingen, dat is gewoon stom. Wie zijn import duur maakt, maakt ook zijn export duur. Angel Gurria, secretaris-generaal van de WTO, formuleerde dat heel bondig: 'Import creëert export.' In een filmpje waarmee de OESO haar nieuwe cijfers presenteert, wordt dan ook onversneden propaganda voor de vrije handel gemaakt: 'Import en export moeten moeiteloos verlopen; de procedures bij de douane moeten versimpeld, en we hebben meer liberalisering nodig.'

Politiek programma

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden