Van links af: Richard Everard, Jan-Jaap van Peperstraten, Lodewijk Bosch van Drakestein, Alison McDonnell en Els Rademaker. Op de achtergond de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem.

Achtergrond De kerk

Verenigd in hun bekommernis voor de kerk, hoe weinig de buitenwereld daar ook van begrijpt

Van links af: Richard Everard, Jan-Jaap van Peperstraten, Lodewijk Bosch van Drakestein, Alison McDonnell en Els Rademaker. Op de achtergond de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Hoe kun je nog trouw zijn aan een instituut dat door zoveel schandalen wordt geteisterd? Vijf katholieken over waarom de kerk hun ondanks alles dierbaar blijft.

De een voelt zich persoonlijk door de rooms-katholieke kerk in de steek gelaten. De ander heeft er moeite mee loyaal te blijven aan dit instituut. Voor een derde gaat van de zedenschandalen een aansporing uit om te laten zien waar het geloof dan wél voor staat. Zoveel katholieken, zoveel opvattingen over de plagen die hun kerk teisteren. Op verzoek van de Volkskrant gaan vijf katholieken met elkaar in gesprek naar aanleiding van de ontwikkelingen van de laatste weken – de onthulling van een omvangrijk zedenschandaal in Pennsylvania, de reactie van paus Franciscus daarop en de oproep tot aftreden van de paus door oud-nuntius Viganò. Verenigd in hun bekommernis voor een instituut dat hun ondanks alles dierbaar is. Hoe weinig de seculiere buitenwereld daar onderhand ook nog van begrijpt.

De gespreksdeelnemers

Voor de uit Engeland afkomstige Alison McDonnell (1956) is het katholieke geloof ‘een van de bindende factoren’ van haar huwelijk met een Nederlandse man. Zij is altijd kerkelijk actief geweest in haar huidige woonplaats Haarlem, maar de vraag of haar kleinkinderen moeten worden gedoopt, heeft voor haar aan relevantie ingeboet. ‘Door de tekortkomingen van de kerk. Zij maakt het mij moeilijk.’

Nederland Haarlem 20180828 Bezorgde Katholieken Alison McDonnell. Beeld Harry Cock

De katholieke vader van Richard Everard (1932) moest in 1913 nog dispensatie vragen bij de bisschop voor zijn huwelijk met een doopsgezinde vrouw. Toen die hem werd onthouden, liet hij zijn verbintenis in Engeland inzegenen, waar rekkelijker opvattingen over gemengde huwelijken heersten dan in het bisdom Haarlem. Zelf heeft Everard ‘de benauwenis van de verzuiling niet zo gevoeld’. Zo waren zijn ouders lid van de AVRO en abonnee van het Algemeen Handelsblad. Everard heeft, als leek, de kerk in verschillende hoedanigheden gediend.

Nederland Haarlem 20180828 Richard Everard. Beeld Harry Cock

Lodewijk Bosch van Drakestein (1956) zat als kind ‘om acht uur ’s ochtends al in een donkere kerk bij Maria lichtmis’ en moest op school ‘onbegrijpelijke Latijnse teksten uit het hoofd leren’. Dit heeft echter niet tot opstandigheid geleid tegenover de kerk van zijn ouders. Hij zat in verschillende parochiebesturen, en is momenteel rondleider en acoliet – ‘volwassen misdienaar’ – in de Haarlemse kathedrale basiliek Sint Bavo.

Nederland Haarlem 20180828 . Lodewijk Bosch van Drakestein. Beeld Harry Cock

Els Rademaker (1950) is toenemend vervreemd geraakt van de rooms-katholieke kerk in haar woonplaats Zwolle. Door de fusie van parochies is de kerk fysiek op afstand komen te staan. Tweemaal heeft zij moeten meemaken dat een kerkgebouw waarmee zij zich verbonden voelde werd gesloopt. Na negen maanden niet in de kerk te zijn geweest, vond ze uiteindelijk aansluiting bij de Lutherse gemeente.

Nederland Haarlem 20180828 Bezorgde Katholieken Els Rademaker. Beeld Harry Cock

Jan-Jaap van Peperstraten (1978), sinds januari pastoor in Heemstede, studeerde filosofie alvorens seminarist in Vogelenzang te worden. ‘De notie van het priesterschap ontwikkelde zich geleidelijk. Anders dan Paulus ben ik niet naar het geloof gebliksemd, en kwam er geen stem uit de hemel die zei: ‘Nu is het gedonder afgelopen, naar het seminarie jij’.’ Van Peperstraten is ‘gelukkig’ met de weg die hij is ingeslagen.’

Nederland Haarlem 20180828 Bezorgde Katholieken Jan-Jaap van Peperstraten. Beeld Harry Cock

Over een katholieke jeugd

Bosch van Drakestein: ‘Ik heb de nadagen van het Rijke Roomse Leven nog mogen meemaken, en dat leven was onbesmet. Op school stonden pijen voor de klas. De helft van de docenten was pater Jezuïet. En die gaven prachtig onderwijs. Op de basisschool nam een pater ons regelmatig mee, de bossen in voor een barbecue of een speurtocht. Dat was geweldig en dat was leuk, en nooit is iemand op het idee gekomen dat er weleens iets zou kunnen misgaan. En er ís ook nooit iets misgegaan. Dat mag ook weleens gezegd worden, want de indruk wordt gewekt dat bijna geen priester van een misdienaar kan afblijven. ‘Misdienaar’ is bijna het synoniem van slachtoffer van een zedenmisdrijf.’

Everard: ‘Ik genoot onderwijs bij de paters Augustijnen in vol habijt. Daar valt geen enkel lelijk woord over te zeggen. De paters liepen met hun opvattingen al vooruit op het Tweede Vaticaans Concilie (de door paus Johannes XXIII bijeengeroepen kerkvergadering waar tot modernisering van de kerkelijke instituties werd besloten). Het was heel gematigd allemaal. Niets duidde erop dat die paters rare dingen deden.’

Rademaker: ‘Ik heb zelf nooit iets meegemaakt in de sfeer van lichamelijke toestanden. Maar ik heb wel vormen van geestelijke mishandeling ondergaan. Ik zat op een nonnenschool, de zusters van Liefde in Tilburg. ‘En krengen van barmhartigheid’, zeiden we er vaak bij. Je had voortdurend het gevoel dat je iets verkeerd deed. Als je met een kralenketting op school verscheen bijvoorbeeld, want daarmee beging je de zonde van de ijdelheid. Tweemaal per week ging ik naar de kerk in de vroege ochtend. Met nuchtere maag. Daar heerste een beklemmende vroomheid.’

Over de misbruikonthullingen

McDonnell: ‘Ik worstel steeds meer met de vraag in hoeverre dit valt af te doen als incidentele probleemgevallen en in hoeverre dingen structureel mis zijn in de kerk. We weten allemaal dat de wereld ten tijde van de zedendelicten heel anders was dan nu. Maar hoe gaat de kerk daar nu mee om? Het gaat niet alleen om zedenmisdrijven, maar ook om hoe in Ierland is omgegaan met ongetrouwde moeders en in Australië met de kinderen van Aboriginals. Mensen wisten ervan, maar het werd getolereerd. Er zijn slachtoffers gemaakt. Je moet je echt afvragen of klerikalisme (bemoeienis van de kerkelijke autoriteiten met zaken die het wereldse gezag aangaan) en celibaat hier een rol bij spelen. Kerken met getrouwde priesters en gezinnen hebben kennelijk minder last van dit soort wangedrag.’

Van Peperstraten: ‘De kerk heeft al kansen gehad om met het verleden in het reine te komen. En als je zo’n kans onbenut laat, neemt iemand anders zijn verantwoordelijkheid. Dat is nu in Pennsylvania gebeurd. Ironisch genoeg hebben de bisschoppen in de VS alles in het werk gesteld om Vaticaanse bemoeienis buiten de deur te houden. De enige instantie die daardoor nog enigszins onbeschadigd is, is het pausschap. Als dat vergaande toezicht van bovenaf er was gekomen, en deze bom was nu gebarsten, dan had het Vaticaan ook niet kunnen wegduiken en hadden we nu op een nog beroerder spoor gestaan.’

Everard: ‘De berichtgeving over Pennsylvania rammelt nogal. Er zijn maar weinig gevallen van na 2002 bekend. Het gedragsprotocol dat dit jaar werd ingevoerd, heeft wel degelijk effect gesorteerd. Maar er wordt gesuggereerd dat de kerk helemaal niets doet en alleen maar praat. De media zijn de kerk vaak niet goed gezind en zijn ook niet goed geïnformeerd. De indruk wordt bijvoorbeeld vaak gewekt dat de kerk één groot blok graniet is, terwijl er enorme interne tegenstellingen zijn. Dat is het grote probleem voor paus Franciscus: een legioen van kardinalen en bisschoppen in de curie heeft heel andere ideeën dan hij.’

Rademaker: ‘Veel mensen in het Vaticaan vinden de paus veel te progressief. Ze willen dat wetten die in steen gebeiteld zijn ook worden uitgevoerd. En nu gebruiken ze de misbruikaffaires in hun poging de paus tot aftreden te bewegen. Afgrijselijk. Ik moest er bijna van huilen.’

Bosch van Drakestein: ‘Ik probeerde altijd nog een zekere rechtvaardiging te vinden voor het wangedrag van priesters: de eenzaamheid van het ambt, de beslotenheid van de kaste van geestelijken. En ik dacht: deze tijd is veel puriteinser dan de tijd waarin deze incidenten zich voordeden. Als je bedenkt dat er in 1975 een politieke partij was, vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, die openlijk pleitte voor legalisering van pedofilie, dan mag je concluderen dat de geestelijken die zich aan kindermisbruik hebben bezondigd niet helemaal alleen stonden in hun opvattingen over seksualiteit met jongeren. Ik weet van niet-katholieke scholen waar docenten met pedoseksuele neigingen meegingen met leerlingen, over wie vergoelijkend werd gesproken. Daarmee probeerde ik bij mijzelf begrip te kweken voor priesters die in de fout gingen. Maar door het grote aantal misbruikgevallen in alle delen van de wereld lukt mij dat niet meer. Te meer niet omdat het steeds duidelijker wordt dat de hogere geestelijkheid ervan wist, en het toedekte – en erger dan dat.’

De toekomst van de kerk

Van Peperstraten: ‘Een grote crisis wordt vaak gevolgd door een grote hervorming. Zoals de middeleeuwse kerk beëindigd werd door de Reformatie. Elke hervorming duurt een eeuw. We zijn nu pas halverwege na het Tweede Vaticaans Concilie (de modernisering van de kerk, waarmee in 1962 werd begonnen). Hoe die hervorming verder precies vorm moet krijgen, weet ik niet. Ik ben gelukkig slechts dorpspastoor. Het project van paus Franciscus is decentralisatie. Maar dit is slecht verenigbaar met de roep om ingrijpen van bovenaf. Want om nou te zeggen: we gaan op dit moment de Amerikaanse bisschoppen verder decentraliseren…’

Mc Donnell: ‘Dat is zo paradoxaal. Aan de ene kant wordt gezegd: de macht moet niet bij één man liggen, er moet ook ruimte zijn voor plaatselijke geloofsgemeenschappen. Aan de andere kant wordt van Franciscus verwacht dat hij de crisis kan oplossen.’

Van Peperstraten: ‘Ja, op papier zijn de volmachten van de paus vrijwel onbegrensd. In de praktijk is daar veel op af te dingen. Met zijn zogenoemde Brief aan het volk van God heeft de paus overigens wel verbazend snel gereageerd op de misbruikzaken in Pennsylvania. Die brief was er binnen een week, in de zomer nota bene. Dat is een Vaticaanse lichtsnelheid.’

McDonnell: ‘Naar de maatstaven van de kerk is dat misschien snel, maar naar de maatstaven van de gedigitaliseerde samenleving is dat heel traag, zo niet te laat. Ik zou niet willen dat de paus het twittergedrag van Trump zou overnemen, maar iets daarvan was nu wel op z’n plaats geweest.

‘De brief van de paus gaf mij wel te denken. Hij riep alle gelovigen op boete te doen. Maar heb ík schuld hieraan? Had ik het Deetman-rapport niet moeten lezen over misbruik in de rooms-katholieke kerk in Nederland? Laat ik wel genoeg een kritische stem horen? Doe ik genoeg? De kerk is geen democratisch instituut, maar ontslaat ons dat van de plicht om wat te doen en te zeggen?’

Bosch van Drakestein: Ik zie wel dat ik er een extra taak bij heb gekregen. Ik moet het andere geluid laten horen. Zeggen dat dit fouten zijn van mensen en niet van ons geloof, want dat schrijft glashelder voor hoe wij ons hebben te gedragen. Je hebt de neiging om weg te duiken en in de schuilkelder te gaan zitten nu de bommen vallen, maar juist nu moet je uitleggen wat je aan het geloof ondanks alles zo aantrekt. Ik ben niet katholiek omdat ik meneer pastoor zo leuk vind maar omdat de boodschap in met name het Nieuwe Testament mij aanspreekt.’

McDonnell: ‘Maar dat staat los van de kerk als instituut.’

Bosch van Drakestein: ‘Ik wil ook onderdeel zijn van een geloofsgemeenschap, en die krijgt vorm in de kerk. Ik houd van de eredienst en van klokgebeier. De katholieke kerk heeft mij veel zorg gegeven, maar ook een heel blij geloof waar ruimte is voor een ander geluid en waar je grappen over mag maken. Als ik met een wierookvat naar de pastoor mag lopen, denk ik: wauw, we hebben lekker wierook. Is dat belangrijk? Ja, want de symboliek van opstijgende rook ter begeleiding van het gebed is iets heerlijks. Ik heb vrienden die dominee zijn, dus ik kom ook weleens in een protestantse kerk. Maar ik denk steeds: wat mis ik hier toch veel.’

Everard: ‘Ik zou, in navolging van drie Engelse bisschoppen, willen pleiten voor een nieuw concilie waar over zaken als celibaat en vrouwen in het priesterambt wordt gesproken. Het zal nog wel jaren duren voordat zoiets zou gebeuren. En dan zal het nog jaren duren voordat het volk dat onderweg is daar iets van merkt. De anglicanen lieten vrouwen al in de jaren dertig toe tot het priesterambt. Vervolgens gingen er nog tientallen jaren overheen voordat de eerste vrouw werd gewijd. Je moet ook de tijd nemen om mensen rijp te maken voor dergelijke stappen. Daar loopt paus Franciscus ook tegenaan. Je kunt wel wíllen, maar je moet de mensen ook mee krijgen.’

Van Peperstraten: ‘Er wordt nu gestudeerd op de mogelijkheid vrouwen toe te laten tot het diaconaatsambt (het beheer van gelden voor hulpbehoevenden). Wat kan betekenen dat men over 60 jaar misschien tot een beslissing komt. Maar afschaffing van het celibaat zie ik nooit gebeuren. Dat is er vanaf de vroegste kerk geweest. De vraag is alleen hoe absoluut het celibaat moet worden toegepast. In de oosters katholieke kerk heeft men in zoverre verlichting ingevoerd, dat ook gehuwde mannen tot priester worden gewijd. Maar als je eenmaal bent gewijd, kun je niet meer trouwen. Het priesterschap vraagt een bijzondere toewijding die lastig te combineren valt met een relatie of een huwelijk. En puur praktisch: een priester met een gezin is voor de kerk onderhand onbetaalbaar.’

Bosch van Drakestein: ‘Het is intriest dat we het vijf jaar na het aantreden van paus Franciscus over misbruik moeten hebben. Het begin van zijn pontificaat was natuurlijk geweldig. Dat eenvoudige buona sera. Fantastisch. Dat beeld heeft iedereen nog op het netvlies. In de lunchruimtes van het Vaticaan haalde hij de heggen weg tussen de hoge geestelijkheid en het gewone volk. Hij ging uit het paleis. Hij predikte nederigheid. Dat was zijn boodschap. En nu wordt hij, ik zou bijna verdomme zeggen, veroordeeld om een groot deel van zijn tijd te besteden aan misbruikzaken. Doodzonde.’

Van Peperstraten: ‘Gelukkig is de kerk groter dan haar leden. Ze is het lichaam van Christus en ze wordt gemotiveerd door de Heilige Geest. Dat beweegt haar. Hoe mooi is het om te kunnen meewerken aan de gang van de geest. Deze week staan drie uitvaarten in de wacht. Zondag heb ik weer een doopje. Net kreeg ik nog een mailtje van iemand die graag gevormd wil worden in de katholieke kerk. Het verhaal gaat verder, hoe dan ook.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.