Verdwijnen in fictie

In de aanloop naar boekenfestival Manuscripta, dit weekeinde in Amsterdam, spreken zes debutanten over hun een literaire werk. Maurits de Bruijn schreef over zijn verdwenen broer. 'Een drastische breuk, van niets vertellen naar een boek.'

LOES REIJMER

Als Maurits de Bruijn in het tweede jaar van de Gerrit Rietveld Academie zit, bekijkt hij van een afstandje hoe de docenten zijn werk beoordelen. Hij heeft er voor gekozen geen uitleg te geven, maar eigenlijk weet hij ook niet wat het centrale thema in zijn kunst is. Zijn docenten weten dat meteen, blijkt uit het veelvuldig en instemmend gemompel. 'Eh sorry, maar wat is de thematiek dan?', onderbreekt De Bruijn. Afwezigheid, is het eenduidige oordeel.

Inmiddels bestaat er geen twijfel meer over het motief in zijn werk. Op de salontafel in zijn galerijflat in de Amsterdamse Slotermeer ligt de debuutroman Broer. De Bruijn (28), journalist en beeldend kunstenaar, schreef het boek over de verdwijning van zijn broer Maarten.

Hij kon niet anders, zegt hij terwijl hij met vloei en shag een dunne sigaret rolt. Zijn broer dook plotseling op in een van de korte verhalen die hij schreef voor de kunstacademie. 'Mijn docent had meteen door dat daar iets zat, zonder mijn achtergrond te kennen. Toen heb ik het onderwerp even opzij geschoven, maar het bleef in mijn gedachten. Het was een soort ongeopende schat waarvan ik wist: dit is wat ik eigenlijk moet schrijven.'

In 1999 vertrekt Maarten voor een jaar naar India. Hij is dan 22 jaar, student psychologie, en volgens De Bruijn ook 'op zoek'. Hij heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel en is erg begaan met de zwakkeren op de wereld. Dat leidt ertoe dat hij al op jonge leeftijd mensen mee naar huis neemt die een tijdje bij het gezin logeren. Als oudste van het gezin zet hij de toon; de drie jongere broers kijken tegen hem op.

In eerste maanden van zijn reis krijgt de familie nog geregeld brieven en telefoontjes. Daarna wordt het stil. Die stilte leidt niet meteen tot paniek; er raken weleens brieven kwijt in India en hij zit vast in een gebied met weinig communicatiemogelijkheden. De Bruijn en zijn ouders spreken ook maar weinig over wat er mogelijk is gebeurd. 'Dat deden we liever niet, denk ik. Als je het uitspreekt, is het misschien zo', zegt hij.

Als het gezin al zeven maanden niets van Maarten heeft gehoord, gaat zijn vader op een ochtend naar Schiphol. Die dag verloopt namelijk het visum van zijn zoon. 'Als niets hem had bewogen terug te komen, zouden zijn papieren hem misschien dwingen', is te lezen in Broer. Zijn vader wacht de hele dag, maar Maarten verschijnt niet. 'Je gaat naar Schiphol op de dag dat een visum verloopt, terwijl je al maanden niets van iemand hebt gehoord', zegt De Bruijn nu. 'Dat maakt wel duidelijk hoe bizar en wanhopig de situatie is.'

Inmiddels is zijn broer doodverklaard. Een formaliteit, zodat er geen problemen zijn met sociale verzekeringen en erfrecht. Het gezin organiseerde nooit een wake of begrafenis. 'Dat is nooit een optie geweest, het zou te definitief zijn', zegt De Bruijn. 'Het is ambivalent: het open einde is lastig en tragisch. Tegelijkertijd geeft het ook hoop. Als je zelf dat open einde sluit, bijvoorbeeld door een begrafenis, neem je jezelf die hoop af.'

De hoofdpersoon in de roman heet niet Maurits, maar Wolf. Hij reist naar acht wereldsteden om zijn broer te zoeken, zonder tussentijds contact op te nemen met zijn ouders. Eigenlijk is de reis, zoals dat vaak geldt voor coming of age romans, vooral een zoektocht naar zichzelf en naar de vraag wat de verdwijning van zijn broer voor hem heeft betekend.

Wolf is harder en compromislozer dan de zacht pratende en zorgvuldig formulerende Maurits die nu, de ranke benen over elkaar, aan tafel in zijn appartement zit. 'Wolf ziet de liefdesrelaties die hij heeft als bedreiging voor de zoektocht naar zijn broer', duidt hij. 'Als hij ja zegt tegen die jongens, zou hij nee zeggen tegen zijn broer. Zo ben ik niet, ik kan best gezellig zijn met jongens.'

Wolf spreekt met bijna niemand over de verdwijning van zijn broer. Gold dat ook voor jou?

'Ja. Het is een moeilijk verhaal om mee binnen te komen, maar het is ook een moeilijk verhaal om er na twee jaar vriendschap nog mee aan te komen. Ik was ook niet gewend er veel over te praten, dat deed ik namelijk ook niet met mijn ouders. Dit boek is een manier geworden om er met mensen over te praten.'

Nu is het een publiek onderdeel van je identiteit.

'Dat klopt. Het is een drastische breuk, van niets vertellen naar een boek. Ik heb er nu minder moeite mee, want natuurlijk definieert het mij en mijn kijk op dingen.'

Je broer is de grotere plant die voor je uit groeit. Die je soms de zon lijkt te ontnemen en je tegelijkertijd wijst waar die zon is. Broer kan me al tien jaar niet meer wijzen waar ik naartoe moet groeien, dus ik heb maar wat gedaan. En ik vraag me af wat hij ervan gevonden zou hebben. Van die groei van mij. (fragment uit Broer, pagina 67)

Mis je hem?

'Ja. Ik ben vooral benieuwd wat hij me allemaal nog had kunnen leren. Het was fijn geweest als dat door had kunnen gaan, dat ik kon zien hoe hij dingen deed.'

De hoofdpersoon in je boek heeft dat gemis lang ontkend.

'Ik ook. Het boek is een manier geweest om dat gemis, en dus ook mijn broer, naar mij toe te schrijven. Mensen vragen mij vaak of ik het van me af heb geschreven, maar juist het tegenovergestelde is waar.'

Voelde je je schuldig over dat je er lang niet aan toegaf?

'Het was wel een ongemak, ja. Ik ben daar erg rigide mee omgegaan: niet over praten, maar eigenlijk ook niet aan denken. Ik was zo goed geworden in het wegdrukken dat ik het niet eens meer actief hoefde te doen. Het speelde geen rol in mijn leven. Althans, dat dacht ik.'

Probeerden je ouders niet het gesprek over hem aan te gaan?

'Nee. In ons gezin is altijd veel ruimte geweest om het op je eigen manier te verwerken. Daar ben ik trots op. Ik ben ook blij dat mijn ouders me de kans hebben gegeven dit boek te schrijven. Ze zeiden niet: 'Schrijf maar een boek over iets anders', terwijl het natuurlijk confronterend voor ze was.'

Wolf lijkt ook eenzaam in het gezin.

'Eenzaam is een groot woord. Van jongs af aan heb ik al het besef dat er tussen mij en anderen altijd een afstand zal blijven, dat er niemand is die je volledig zal begrijpen of bezitten.'

Helpt dat bij de verwerking van zo'n verlies?

'Dat denk ik wel. Het leidt tot de conclusie: iemand kan je broer wel zijn, maar je kunt hem nooit bezitten. Hij is niet van jou, dus hij kan ook uit je leven verdwijnen.'

Je hoopt dat je broer ergens een ander leven heeft opgebouwd. Geloof je dat ook?

'Het zou kunnen, hij was wel zoekende. Anders reis je niet zo veel en ga je niet voor een jaar naar India.

'Het maakt mij eigenlijk niet uit hoe aannemelijk het is. De situatie geeft me die vrijheid. Ik mag er zelf van maken wat ik wil. Niemand zal zeggen dat het niet zo is en het tegendeel is niet bewezen.'

Bij vermissingen hoor je vaak dat mensen liever duidelijkheid hebben.

'Het zit niet in mijn karakter om daar naar te zoeken. Ik vind het mystieke veel waardevoller. Het open einde, waardoor niet duidelijk is wat er met mijn broer is gebeurd, heeft tot fictie geleid. Dat doet iedereen in het dagelijks leven: er gebeurt iets wat we niet kunnen verklaren, dus we bedenken er scenario's voor. Ik heb dat in een boek verwerkt.'

Het verhaal geeft je ook de kans te doen wat je waarschijnlijk niet meer durft, namelijk voor een bepaalde periode verdwijnen. Heb je die behoefte wel gehad?

'Ik heb wel ooit de behoefte gehad om zelf te verdwijnen, ja. Maar wie niet? Iedereen heeft wel een bepaalde vorm van escapisme.'

'Ik reis veel, heb alle steden in het boek bereisd gedurende twee jaar. Maar ik zou nooit zomaar weggaan, zoals Wolf. Dat zou ik mijn ouders niet aandoen.'

Bel je veel met je ouders, tijdens die reizen?

'Ja. Dat gaat vanzelf. Als ik in Nederland ben, hebben mijn moeder en ik elke dag contact. Op reis is dat ongeveer drie keer per week.'

Merk je aan je ouders dat zij het moeilijk vinden dat je reist?

'Ja. Ik vind het moeilijk om voor mijn ouders te spreken, maar ik denk niet dat dat komt door wat er met mijn broer is gebeurd. Er is nog net zo veel vrijheid en vertrouwen in ons gezin als voor de verdwijning van Maarten. Mijn moeder is inderdaad niet blij als ik voor een paar maanden naar de Verenigde Staten vertrek. Maar ja, welke moeder vindt dat wel leuk?'

Manuscripta

1 en 2 september presenteren Nederlandse uitgeverijen de nieuwe titels van het komende seizoen. Op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam kun je genieten van boekpresentaties, podiumoptredens, interviews met bekende en debuterende auteurs, signeersessies, exclusieve previews van boekverfilmingen en bijzondere acts. Met onder anderen René Appel, Gouden Strop-winnaar Bram Dehouck, Anna Enquist, Ronald Giphart, Renske de Greef, Arthur Japin, Oek de Jong en Geert Mak.

Kijk voor kaarten op manuscripta.nl

Maurits de Bruijn, Broer Verschenen op 25 augustus bij uitgeverij Nieuw Amsterdam (€ 16,95).

Fragment Broer

Hoe kan het dat die jongen, een wat dikkige, Spaanse jongen, meer bezit van mijn gedachten heeft genomen dan Broer ooit heeft gedaan? Waarom vroeg ik me af waar hij zou lopen, welke jongen zich zijn nieuwe vriendje zou noemen en of die jongen hem gelukkiger maakte dan ik had gedaan? Naar welke muziek hij luisterde, of hij nog steeds te groot ondergoed droeg. Een danser die misschien niet eens van me gehouden heeft. En welke danser heeft nu last van overgewicht? Hoe kon het meest banale liefdesverdriet de plaats hebben ingenomen van de herinneringen aan mijn broer?

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden