Verdwenen rustplaats

Het graf van toneellegende Louis Bouwmeester ligt er deerniswekkend bij. Hoe verwaarloosd zijn de graven van Nederlandse kunstenaars? 'Van Anna Blaman hebben we hier alleen nog de graflinten.'..

Door Harmen Bockma

Bedroefd kijkt de levensgrote engel naar beneden. Aan zijn voeten ligt zanger en kunstenaar Herman Brood, die bijna twee jaar geleden de hand sloeg aan zichzelf. Zijn fans zijn hem nog niet vergeten. Op de zerk liggen beertjes, lege drankflessen en veel steentjes - een oude joodse gewoonte om aan te geven dat je het graf hebt bezocht. 'Je muziek, woorden en gedachten leven voort', heeft ene Marc geschreven. Maar zouden Brood en zijn engel ook over tientallen jaren nog bezocht worden?

Op de Amstelveense begraafplaats Zorgvlied bevindt zich even verderop het graf van een man die in zijn tijd minstens zo geliefd was als Herman Brood. Louis Bouwmeester trok, vanaf 1880, tientallen jaren volle zalen, ook internationaal. Vooral met zijn vertolking van Shylock in Shakespeare's Koopman van Venetië, handenwringend en met rollende ogen, wist hij het publiek in extase te brengen. 'Bouwmeester came, saw and conquered', schreef The Times. Zijn dood in 1925 was een nationale schok, zijn teraardebestelling een nationale gebeurtenis.

Maar bij zijn graf, ruim driekwart eeuw later, geen waxinelichtjes, briefjes of bloemen. De staat van het monument is deerniswekkend. De steen is afgebroken en lag tot voor kort plat op het graf. Nu staat hij schuin overeind, leunend tegen het sokkeltje waar hij eigenlijk op hoort te staan. Een deel van de bovenkant is verdwenen, waardoor van het woord 'familiegraf' alleen nog de middelste letters zijn overgebleven. Het marmer is vuil en hier en daar groen uitgeslagen.

Historicus Rob van der Zalm van het Theater Instituut schrok toen hij vorig najaar bij het voorbereiden van de tentoonstelling Speelruimte ontdekte in welke staat het graf zich bevond. 'We zijn een actie begonnen om de 3500 euro in te zamelen die nodig zijn voor restauratie. Dat is gelukt. Maar de steen is zo slecht dat er een kopie gemaakt moet worden.'

Worden de graven van Nederlandse kunstenaars en artiesten verwaarloosd? Vergeet Nederland zijn grote zonen en dochters als ze eenmaal dood zijn en begraven? Parijs heeft zijn Pantheon - Zola, Hugo, Dumas liggen er. Londen heeft in de Westminster Abbey de Poets Corner (Dickens, Shaw, Kipling, Sir Lawrence Olivier). Wenen de Ehrengräber (Beethoven, Schubert, Strauss). Maar Nederland, met zijn om en nabij vierduizend begraafplaatsen?

Je zou Zorgvlied met enige goede wil het Père Lachaise van Nederland kunnen noemen. Maar grote kunstenaars, wetenschappers, politici en andere beroemdheden op erevelden begraven? Die traditie kent Nederland niet. Sterker nog, sommige graven liggen er verwaarloosd bij of zijn zelfs geruimd. Dat ontdekte bijvoorbeeld Dick Wisselink, educatief conservator van het Letterkundig Museum in Den Haag, toen hij voor de Grote Literaire Dodenkalender van de 20ste eeuw op zoek ging naar dode schrijvers.

'Een aantal keren kregen we te horen dat de graven allang geruimd waren', zegt Wisselink. 'Bijvoorbeeld dat van de schrijfster Anna Blaman. Ja, we zijn een dichtbevolkt land, en blijkbaar moest er plaats gemaakt worden. Maar toch vind ik het een grof schandaal. Het is cultuurgoed, je mag zo'n steen niet aan gruzelementen slaan en gebruiken als verharding voor de paden op de begraafplaats. Van Blaman hebben we hier alleen nog de graflinten.'

'We zijn vermoedelijk te calvinistisch voor een cultuur van verering', zegt Rindert Brouwer, auteur van Ook u wacht ik, een boek over begraafplaatsen in Europa. 'Het is een mengeling van soberheid - het zijn ook maar gewone mensen die beroemdheden - en koopmansgeest: zijn de grafrechten niet betaald, tja, dan moet het graf weg.'

Ook het protestantisme heeft volgens hem een belangrijke rol gespeeld bij de ingetogen manier van begraven en vereren. 'Volgens protestanten kun je voor de doden niets meer doen. Het graf is er slechts als plaats om te wachten op de Dag des Oordeels.' Een derde verklaring is volgens Brouwer de verzuiling. 'De staat bemoeide zich zo weinig mogelijk met het begraven door de levensbeschouwelijke groeperingen.'

Soms zijn bewonderaars van de dode maar net op tijd om het graf te redden. Dat van pianist en componist Dirk Schäfer, dé Chopin-vertolker van de jaren twintig, stond in 1977 op het punt te verdwijnen. Een terstond opgericht erecomité bracht drieduizend gulden bijeen, zodat het graf kon worden behouden.

'Het probleem is dat het best een kostenpost is voor familieleden', zegt Arpad Nesvadba, hoofd van Zorgvlied. En volgens Jan van Veenendaal, beheerder begraafplaatsen van de gemeente Hilversum, is het laatste woord altijd aan de rechthebbenden, vaak de familie. 'Soms zeggen de mensen: dood is dood. Ja, dan houdt het op.'

Zorgvlied wilde al ingrijpen bij Bouwmeester, zegt Nesvadba. 'Als we vinden dat de slechte staat van de steen een gevaar vormt voor de monumenten eromheen of voor bezoekers, of het ziet er erg slordig uit, dan schrijven we de rechthebbenden aan. Soms is dat moeilijk. Als je verhuist, denk je er niet altijd aan een kaartje te sturen naar de begraafplaats.'

Maar de aandacht voor de culturele waarde van begraafplaatsen neemt toe, constateren de beheerders. Hilversum gaat onderzoek doen naar historisch en cultureel belangrijke graven. En volgens Kees Hollestelle, manager van onder andere Oud Eik en Duinen in Den Haag, is er meer oog voor de rust en cultuurhistorische waarden. 'In de jaren zeventig en tachtig was alles gericht op efficiency. Het cremeren nam een enorme vlucht. Het woord begraafplaats was beladen. Nu zien mensen meer het bijzondere, het monumentale, het natuurlijke.'

De samenstellers van Hun laatste rustplaats, een kerkhofgids van bekende Nederlanders, pleitten al in 1985 voor een monumentale status van begraafplaatsen. 'Grafmonumenten maken evenzeer deel uit van onze cultuur als huizen en molens', luidden hun vermanende woorden.

De familie van Louis Bouwmeester, vertelt Rob van der Zalm van het Theater Instituut, ziet de restauratie van het graf als een daad van rechtvaardigheid. 'Het Nederlandsch Toneel heeft Bouwmeester zo slecht behandeld dat hij zelfs geen pensioentje had. Daarom moest hij op hoge leeftijd nog door het land trekken en op tournee gaan naar Nederlands-Indië, om daar weer Shylock te spelen. Na zoveel jaren wordt het onrecht vanuit de theaterwereld rechtgezet. Dat vindt de familie heel mooi.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden