Verdwenen leraren

Ze studeerden in 1986 af aan de lerarenopleiding, maar werden hardhandig geweerd uit het onderwijs...

IJbeling Hartog was in 1979 een gezonde, linkse, Hollandse jongen van negentien met een speciale interesse voor geschiedenis en hij meldde zich daarom aan bij de lerarenopleiding. Over carrière maken en geld verdienen had hij nauwelijks nagedacht, daar was het de tijd niet naar. Bovendien leek het nog vanzelfsprekend dat hij makkelijk een baan zou vinden in het onderwijs. Hij vroeg zich eerder af: 'Wil ik dat wel?' Op die vraag kreeg hij tijdens zijn eerste stages antwoord: ja, hij vond het lesgeven leuk en ja, hij bleek het te kunnen.

Maar toen Hartog in 1986 zijn diploma in ontvangst nam, was Nederland veranderd. De (jeugd)werkloosheid had een hoogtepunt bereikt en het no-nonsense-tijdperk was aangebroken; er werd fors bezuinigd op alles wat in de linkse jaren zeventig nog zo belangrijk werd gevonden: onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, de sociale sector in het algemeen. Dat ondervond Hartog aan den lijve. Hij solliciteerde zich 'rot', maar meer dan een paar uur vervanging per week, op twee scholen, leverde dat niet op. Hij vervulde zijn dienstplicht ('Ik had moeten weigeren') en solliciteerde opnieuw tientallen malen. Hartog verving een zwangere collega, ging terug naar zijn uitkering, kreeg opnieuw een tijdelijke baan, had weer een uitkering en kreeg toen plotseling een telefoontje van het arbeidsbureau: of hij interesse had in een cursus automatisering. Hij koos, met pijn in zijn hart, voor omscholing. Nu heeft hij alweer jaren een mooie baan in de automatisering, maar soms betrapt hij zich erop dat hij denkt: wat jammer van dat onderwijs. 'Want daar lag toch mijn liefde.'

Er zijn er velen zoals IJbeling Hartog. Duizenden talentvolle en enthousiaste leraren in spe gingen in de jaren tachtig verloren voor het onderwijs. Of beter: ze werden bewust buitengesloten. Als gevolg van een curieus bezuinigingsplan, bedacht door pvda-onderwijsminister Van Kemenade, uitgevoerd door cda-onderwijsminister Deetman in samenwerking met de vakbonden. Grofweg kwam de inhoud van dit hos-akkoord uit 1985 op het volgende neer: het aanvangssalaris voor nieuwe leraren ging met ongeveer 20 procent omlaag en nieuwe leraren konden als eersten weer ontslagen worden. Voor de zittende leraren (de vakbondsleden) veranderde er nagenoeg niets, behalve dat ze vroeger konden uittreden. De onuitgesproken boodschap was: voor jonge leraren is geen plaats meer, die konden maar beter iets anders gaan doen.

Dat was 1985. Nu, met het imago van het onderwijs op een voorlopig dieptepunt en met een lerarentekort dat dramatische vormen dreigt aan te nemen, lijkt het onvoorstelbaar dat een hele generatie leraren vanaf 1985 uit het onderwijs werd geweerd. Het maakt ook nieuwsgierig. Waar is die grote groep mensen gebleven die in 1986 (het jaar dat het hos-akkoord van kracht werd) afstudeerde aan de lerarenopleiding? Wat zijn ze gaan doen, deze leraren in spe? Kozen ze, ondanks alles, toch voor het onderwijs? Of kwamen ze anders terecht? En hoe kijken ze terug op die periode waarin plotseling geen behoefte meer was aan hun kennis, engagement en enthousiasme?

Voor dit verhaal sprak het Volkskrant Magazine met veertien mensen die in 1986 afstudeerden aan de toenmalige Utrechtse Stichting Opleiding Leraren (sol), destijds een van de grootste lerarenopleidingen in het land. Alle veertien studeerden af op geschiedenis, tweedeof derdegraads. De meesten hadden een taal of aardrijkskunde als hun andere afstudeervak.

Van de veertien ondervraagden kwamen er vijf, direct of via een omweg, in het onderwijs terecht. De andere negen gingen ervoor verloren. Materieel gezien zijn ze gemiddeld beter af dan de rest. Bijna iedereen liep in die eerste jaren na het afstuderen flinke vertraging op in zijn of haar loopbaan, de meesten haalden die achterstand in de jaren negentig in. Het betreft hier in letterlijke zin dan ook geen 'verloren generatie', maar eerder een generatie verloren leraren. Dat is niet zozeer een ramp voor henzelf, maar wel voor hun kinderen die nu de wrange vruchten plukken van de braindrain uit het onderwijs.

de school

Het was geen vrolijke tijd. Peter Hendriks (45) vond het zelfs een deprimerende tijd, die tweede helft van de jaren zeventig. 'Het idee was: het is niks en het wordt ook nooit meer wat. En: het kapitalisme loopt op zijn laatste benen en misschien moet het maar oorlog worden. In dat licht was iedere activiteit eigenlijk zinloos. Daarnaast was de allesoverheersende gedachte: ik heb recht op van alles en nog wat.' Zo negatief lag het voor anderen niet. De meeste studenten die zich in 1979 en 1980 aanmeldden bij de sol waren, in de geest van hun leraren op de middelbare school, geëngageerd en links. Nog vol met idealen, maar ook nog vol ontzag voor het beroep van leraar. Op de sol keken ze hun ogen uit.

Ronald Janssen (42): 'Ik liep in een houtje-touwtje-jas vol met buttons, ik was actief in het El Salvador Komitee en in de Wereld winkel en ik was helemaal weg van geschiedenis. Ik wilde leraar worden, ik wilde kennis overdragen. De sol en de studenten op de sol sloten daar goed bij aan. Het was toen nog een uitgesproken linkse opleiding.'

Ronald van de Krogt (41): 'In het dorp waar ik vandaan kwam, woonden leraren in grote, dure huizen. Het beroep had nog een enorme status toen ik ging studeren. De maakbare samenleving, dat begon toch in het onderwijs, dat was het idee. Ik vond de sol fantastisch. Een warm bad. Er liepen 2500 aankomende leraren rond. Er was een numerus fixus. Vijfhonderd mensen waren uitgeloot. Onvoorstelbaar is dat nu. De school was beroemd en berucht. Het was vooral een experimentele opleiding. Er waren pauzeprogramma's, er was voortdurend van alles te doen. Wij organiseerden zelf ook culturele avonden, open podia. Ik heb intens genoten in die eerste jaren.'

Olga Welling (41): 'De sfeer, de manier van werken op de sol sprak me erg aan. Het idee dat je moet luisteren naar kinderen, dat het niet alleen draait om de cijfers, maar ook om hoe het echt met de leerling gaat.'

Mirjam Driegen (40): 'De sol was links, alternatief en ik liep ook met een psp-button op. Maar ik vond wel dat het op de sol wat praktischer kon. Er hing een sfeer van: niets hoeft en alles moet kunnen. We hebben bij Duits echt moeten bidden en smeken om grammaticalessen. Daar waren de docenten helemaal niet in geïnteresseerd.'

Rob Plum (42): 'De vakgroep Duits was enorm links. Er zat een aantal Duitse docenten met een Berufsverbot in eigen land. Je moest een hekel hebben aan Bild-Zeitung, aan de cdu en natuurlijk aan Franz Josef Strauss. En het moest altijd over anarchisme gaan. Over Bakoenin, over Kropotkin. Ik ergerde me daar kapot aan. Dat linkse gedrag van die docenten, die indoctrinatie, dat had een ave rechts effect. Studenten werden er rechts, recalcitrant van.'

Christ Klep (43): 'Het idee op de sol was: de leerling is een kwetsbaar individu. Als het onrustig was in de klas, dan was dat de schuld van de leraar. Het ouderwetse taalonderwijs was overboord gegooid. Het ging nu om het "ontdekken" van een taal. Met andere woorden: je moest zelf maar zien wat je met een taal kon. Tijdens mijn stage vroeg een leerling: wat is een bijvoeglijk naamwoord. Een vierdejaars student kon dat niet uitleggen.'

Ronald Janssen: 'Bij het vak gezondheidskunde werd verteld dat alles draaide om hoe iemand zich voelt. Om ons weer kind te voelen moesten we over matrassen kruipen in een ruimte met een spiegelwand en een teddybeer. We moesten huilen, je moest je duim in de mond stoppen. Daar deed ik dus niet aan mee.'

Rob Bekker (45): 'Ach, sommige vakken waren wat harder dan andere. Ik vind het helemaal niet slecht om ook de softe kant in de vingers te krijgen. Dat wil toch niet zeggen dat je zelf soft moet worden.'

Mariek Wilms (39): 'De studie was leuk en de sfeer was wat je noemt progressief. Maar wel links uit de boekjes. De docenten waren gepolijste, linkse mensen die vaak wel in Bilthoven woonden. Ik kwam uit een arm arbeidersmilieu, ik wilde vooruit. De linksigheid van docenten vond ik iets elitairs hebben.'

IJbeling Hartog (41): 'Onder studenten leefde het idee: ja maar, ik moet later wel voor de klas staan, dus ik wil iets leren. Dat veroorzaakte tegendruk, tegen de linkse babyboom-leraren.'

Peter Hendriks: 'De sfeer was weinig intellectueel. Het morele gelijk stond boven alles. Gelukkig viel dat erg mee bij mijn hoofdvakken, Nederlands en geschiedenis. Daar hing een veel zakelijker, relativerender sfeer. Daar leerde je ook nog wat.'

de kentering

Taeke Galama (42) interesseerde zich voor geschiedenis, maar aan werken had hij eigenlijk nog nooit gedacht. Van zijn oudere broers en zussen had hij een tik meegekregen van de hippietijd. Het idee dat er zo veel onnuttig werk werd verricht in de maatschappij. Dat er eigenlijk te veel werd gewerkt. 'Op de sol was ook lang het idee: het moet vooral leuk zijn.'

Maar de luchtigheid ging er snel van af. De signalen over de verslechterende arbeidsmarkt, over bezuinigingen, drongen ook door op de sol. En tijdens stages bleek dat de praktijk vaak hard was.

Henny Goossens (46): 'Toen ik pas op de sol zat, werden ouderejaars nog tijdens de opleiding gebeld voor een baan. Maar tijdens de studie zag je het kenteren. Het werd moeilijk om stageplekken te vinden. De vooruitzichten werden steeds slechter. Toen doemde er toch wel een zwart gat op.'

Ronald Janssen: 'Op het laatst werden er op de sol sollicitatiecursussen gegeven.'

Mariek Wilms: 'In mijn derde of vierde jaar, na mijn stage, begon ik te twijfelen of ik wel het onderwijs in wilde. Ik vond het lesgeven leuk, maar in al die lerarenkamers waren de oudere docenten aan het klagen over gebrek aan carrièreperspectief. Als zij al klagen, dacht ik, dan moet het voor ons helemaal moeilijk worden. Dat bleek uit te komen.'

Rob Plum: 'Het was inderdaad niet verheffend wat je zag. Ik liep stage op een school in Laren. De docent zat achterin de klas te slapen. Na afloop zei hij: "Dat was een goede les, ik zat zowaar te knikkebollen." Ach, die mannen in die tijd: ze hadden fantastische salarissen en ze lieten de stagiaires een beetje het werk doen.'

Gert van Beek (42): 'Tijdens je stages merkte je ook: wat ze je op de sol wijsmaken, daar klopt geen bal van. Vooral het idee: de leerling is je beste vriend, bleek in de praktijk waardeloos. Voor mij was het al snel duidelijk: het draait om wederzijds respect.

Rob Bekker: 'Na de stages kwamen wij terug bij onze docenten op de sol. Met de vraag: "Weten jullie eigenlijk wel hoe het in de prak tijk gaat?" Een keer zijn we ons als pubers gaan gedragen. Met z'n allen propjes door de klas gooien. De docent wist er zich geen raad mee.'

Peter Hendriks: 'Het onderwijs heeft in de tijd dat wij op de sol zaten heel veel van zijn status verloren. Toen wij begonnen kon het nog best, maar toen we afstudeerden betekende het eigenlijk al niets meer. Niet veel later was je zelfs een loser als je in het onderwijs werkte. Een razendsnelle omslag. Er haakten tijdens de opleiding ook al bosjes studenten af.'

Rob Bekker: 'In het laatste jaar van de sol werd je aangeraden om alvast een uitkering aan te vragen.'

de leraren

Rob Bekker vroeg een uitkering aan en maakte zich verder geen zorgen. Hij stond in 'allerlei kaartenbakken' en verveelde zich geen moment in het halfjaar dat er niets gebeurde. Toen kon hij tijdelijk aan de slag op een slagersvakschool, als leraar Nederlands. Daarna werd hij gebeld door een school die buitenlandse kinderen in hun eerste (twee) jaar in Nederland bijschoolt, de zogeheten Inter nationale Schakel Klassen. Niet echt regulier leraarswerk, maar hij werkt er nog altijd naar tevredenheid, al geeft hij nauwelijks nog les. Veel van zijn ambitie steekt hij naast zijn werk in het maken van muziek.

Olga Welling kreeg tot haar verbazing bijna direct een baan, al was het op een 'moeilijke' school in Lelystad. Het viel haar zwaar, in het begin. 'Onze school diende als een soort opvang voor probleemkinderen van de twee andere scholen in Lelystad. Ik kwam de klas binnen en die jongens lagen met de benen op tafel, blikjes cola in de hand en riepen: "Hé kutwijf, wat kom jij doen."' In die tijd zat ze nog weleens 'huilend in mijn autootje,' maar ze sloeg zich er doorheen. 'Het eerste wat ik heb geleerd is de lesvoorbereiding in de prullenbak te gooien.' Uit ein de lijk gaf het haar juist meer voldoening om met moeilijke kinderen te werken. Tegenwoordig geeft ze leiding aan de 'no non sense-afdeling' Voer tuigtechniek, Metaaltechniek en Bouwtechniek op een brede scholengemeenschap in Almere.

Rob Plum ging eerstegraads Duits studeren aan de universiteit en stuurde af en toe een sollicitatiebrief. Na een halfjaar kon hij twaalf uur aan het werk op een school in Rotterdam, als invaller voor iemand die overspannen was. 'Maar de arbeidsmarkt zat niet op ons te wachten. Niet op nieuwe docenten en ook niet op een nieuwe methode. De types die zich Jan of Piet lieten noemen kwam ik later nog weleens tegen. Dan zeiden ze: "Ze noemen me nu Pipo."

'In mijn tweede jaar begreep ik dat je door de directies voortdurend aan het lijntje werd gehouden. Ze spiegelden je van alles voor om je maar gemotiveerd te houden, maar je werd opgelicht waar je bij stond. Dan werd je weer ontslagen, dan kreeg je weer een vervanging, voor een paar uurtjes. Toch dacht ik: het is best aardig werk. Je hebt acht weken vakantie, je bent redelijk zelfstandig, je maakt niet al te lange dagen. Dus ben ik intussen blijven studeren. Niet lang daarna kreeg ik toch een volledige baan.'

Aan leraren Duits was in zeer beperkte mate nog wel behoefte. Toch moest Mirjam Driegen drie jaar wachten op een vaste aanstelling met zestien lesuren. 'Ik was echt het jonkie, het enige jonkie. Ik heb dertien jaar op die school gewerkt en al die tijd werden alleen parttimers aangenomen.

'Ik vond het lesgeven ontzettend leuk. Alles eromheen was minder. De school heeft in die tijd vijf namen gehad en we verhuisden voortdurend naar andere gebouwen. En ik verdiende weinig; na twee jaar nog geen 1500 gulden netto, voor zestien uur Duits. Geen salaris om een gezin van te onderhouden. Pas een paar jaar geleden kreeg ik een volledige baan aangeboden, op mijn oude middelbare school. Ik werk nu 80 procent.'

Klaas Jan de Graaf (42) vond uiteindelijk pas vorig jaar werk als leraar. Na vijftien jaar vergeefse moeite, vijftien jaar van moeizame en soms pijnlijke omzwervingen op de arbeidsmarkt.

Zijn loopbaan begon nog wel zo voortvarend. Tijdens zijn studie kon hij al zes uur per week lesgeven. 'Ik dacht: dat gaat zich wel uitbreiden. Maar het jaar daarna had ik nog maar vier uur. En er kwam niks meer bij. Intussen werkte ik in een levensmiddelengroothandel. Daar zeiden ze: "Jij wordt meester, hè?" Het lukte niet. Je moet met je talenten woekeren, zeggen we in mijn gereformeerde milieu. Maar dat was wel heel moeilijk, eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Toen ben ik maar fulltime in dienst getreden van die grossier.

'We hebben het niet makkelijk gehad. De grossier ging na negen jaar failliet. We hadden ons huis gekocht op de overuren die ik maakte en opeens ging het mis. Mijn vrouw is in een kledingwinkel gaan werken, ik heb via een uitzendbureau aan de lopende band gestaan, nootjes sorteren, en in een koelcel gewerkt, met Mona-toetjes. Daarna kon ik kraandrijver worden. De hele dag buiten, in weer en wind. Elke dag kwam ik klam thuis. Een moeilijke tijd, financieel redden we het maar net. En altijd ben ik blijven zeggen: als ik een baan kan krijgen in het onderwijs, dan zeg ik op. Vorig jaar, op mijn veertigste, is het eindelijk gelukt. Alles is dus toch nog op zijn pootjes terechtgekomen. En nu, achteraf gezien, ben ik er niet rouwig om dat het zo is gelopen. Ik heb veel levenservaring opgedaan. Als ik meteen het onderwijs was ingegaan, dan had ik mijn hele leven op scholen doorgebracht.'

de niet-leraren

Ronald Janssen heeft het geprobeerd, dat lijdt geen twijfel. Hij 'moest en zou' in het onderwijs. 'Maar het heeft me een jaar gekost om een betaalde functie als leraar te krijgen. Zeven, acht lesuren, verspreid over drie dagen. Ik zat langer in de bus dan ik werkte. Daarnaast had ik een uitkering en deed ik aan huiswerkbegeleiding. Mijn vrouw was kostwinner. Zij had een baan bij de belastingdienst. Zij had een autootje. Ik deed het huishouden.'

Na zijn eerste baantje met acht lesuren kon hij 22 uur aan de slag in Almelo, op een ivo-school. 'Daar zaten veel allochtone kinderen met gedragsproblemen. Er reden brommers door het gebouw en leraren werden bedreigd. Ik ook.' Op een dag stuurde hij een meisje de klas uit. 'Een uur later kwam haar vader de klas binnen en zei: "Ik sla je appelweek." Het is zo raar: je staat les te geven en opeens krijg je klappen. Ik ben door de conciërge ontzet.'

Van de directie van de school mocht hij geen aangifte doen bij de politie. Hij deed het toch. Vanaf die tijd werd hij door de directie aan zijn lot overgelaten. 'Ik heb het nog twee, drie maanden volgehouden en toen ben ik ontslagen omdat ik geen orde kon houden. Dat heeft veel pijn gedaan.'

Hij kreeg 'wonder boven wonder' elders een parttime baan, op een mavo, waar het lesgeven wel goed ging. 'Maar het schoot niet op. Dan was er weer een fusie, dan gingen er weer een paar uurtjes af, dan kwamen er weer uurtjes bij. En je zat als nieuwe leraar altijd op de schopstoel.'

Het inkomen was karig. Het hos-akkoord trad in augustus 1986 in werking, in oktober begon Janssen met lesgeven. 'Ik was net twee maanden te laat. Dat scheelde zeker 20 procent in inkomen.' Het bleef kwakkelen. 'Rond 1990 dacht ik: het onderwijs is wel leuk, maar wat zijn nu de vooruitzichten. Ik besloot iets anders te gaan doen.'

Via omscholingen en 'netwerken' kreeg hij werk bij een stichting waar laagopgeleiden werden omgeschoold tot een baan. 'Schitterend werk', maar zelf werd hij betaald uit potjes en subsidies. Een vaste aanstelling zat er niet in. 'Vier jaar lang had ik het idee: het kan ieder moment afgelopen zijn.' Bovendien: 'Het was allemaal wat stoffig en sociaal. Ik had dat jaren-zeventiggevoel inmiddels achter me gelaten, ik wilde resultaatgericht werken.' Een vacature in de krant bood uitkomst. 'Een bedrijf zocht iemand die scholingsprojecten kon opzetten. Toen ging de adrenaline stromen.' Hij werd aangenomen.

En zo ging er in 1997, achttien jaar nadat hij zich in houtje-touwtje-jas had gemeld op de sol, een fles champagne open ten huize van Ronald Janssen; eindelijk een vaste baan, een fulltime dienstverband. 'Het ironische is: mijn hele loopbaan is bepaald door de arbeidsmarkt. Mijn beroep is nu: andere mensen aan het werk helpen.'

Mariek Wilms, IJbeling Hartog en Taeke Galama gaven hun pogingen sneller op.

Mariek Wilms: 'Na mijn afstuderen heb ik ongeveer vijftig sollicitatiebrieven geschreven. Op de helft hoorde ik niks, de andere helft was een afwijzing. Ik heb één gesprek gehad, voor een vervangingsbaantje. Het was allemaal vrij uitzichtsloos. Ik besloot om door te studeren. Ik wilde naar de heao, maar ik kreeg geen studiebeurs meer. Dat was ook een nieuwe bezuinigingsmaatregel. Na een jaar ben ik gaan werken bij een distributiecentrum van Albert Heijn. Als telefoniste, receptioniste. In de avonduren deed ik managementsen marketingcursussen. Zo ben ik langzaam opgeklommen in het bedrijfsleven.'

Taeke Galama: 'Ik heb na de opleiding twee of drie jaar behoorlijk veel gesolliciteerd en een paar keer gedoceerd als vervanger. Toen was ik het zat. Daarna ben ik acht, negen jaar werkloos geweest. Lange tijd had ik daar geen enkele moeite mee, maar op een gegeven moment dacht ik toch: ik moet toch eens in mijn leven een soort van carrièrretje hebben. En misschien ook wel een vriendin, en een huis. Ik werk nu twintig uur als theatertechnicus en ik studeer weer geschiedenis. Tegenwoordig denk ik af en toe: ik heb heel wat tijd verlummeld; ik was 35 toen ik mijn eerste betaalde baan had. '

De anderen probeerden het niet eens. Zij kozen, om uiteenlopende redenen, voor een andere loopbaan.

Henny Goossens: 'Ik wilde heel graag geschiedenis geven, maar het was simpelweg onmogelijk. Dus ben ik eerst maar een jaar gaan freewheelen. Ik ben schaapsherder in Noorwegen geweest en ik heb een blauwe maandag in de binnenvaart gewerkt. Toen ben ik als leerling-verpleegkundige in de psychiatrie begonnen. Daarna pas begon mijn echte carrière.'

Peter Hendriks: 'Mensen gingen op zoek naar die drie, vier beschikbare lesuurtjes, als vervanger. In die carrousel heb ik me gelukkig nooit begeven. Ik ben een jaartje muziek gaan schrijven en daarna ben ik naar Engeland gegaan. Daar kreeg ik al vrij snel een baan als re searcher bij The Economist. Zo rolde ik de financiële journalistiek in.'

Ronald van de Krogt: 'Hoe ging dat toen: ik had vrienden die blij waren dat ze vier lesuren konden krijgen in Den Helder. Vier uur zonder reiskostenvergoeding. Bijna iedereen had een aanvullende uitkering. Het was al met al behoorlijk vernederend.

'Zelf kreeg ik op een ochtend opeens een telefoontje van mijn oude stageschool in Amersfoort: of ik 24 uur wilde komen lesgeven. Ik stond in mijn onderbroek bij de telefoon en ik besloot ter plekke om het niet te doen. "Laat mijn moeder het niet horen", dacht ik nog. Ik ben mijn bed weer ingedoken en toen ik een paar uur later wakker werd, vroeg ik me af: heb ik dit gedroomd? En toen kon ik niet meer terug.

'Veel mensen als ik kwamen terecht in probleemgerelateerde banen. Er waren halverwege de jaren tachtig ruim honderdduizend hoogopgeleide werklozen in Nederland. Ik kon gaan werken bij een project van het vno om mensen om te scholen, om ze beter te laten solliciteren en zich beter te presenteren. Dat is een aparte organisatie geworden en ik werd directeur. Een vreselijk succesvol project, vanwege de enorme werkloosheid, haha! Daarna ging ik naar de uitzendorganisatie Start, waar ik mede aan de wieg stond van de outplacement-tak; daarmee kon je rijk worden in de jaren tachtig. Uiteindelijk ben ik de marketingstrategie van Start gaan doen.

Gert van Beek: 'Ik had na mijn afstuderen niet het idee: ik moet zo gauw mogelijk aan de bak. Na een tijdje ben ik bij het pensioenfonds gaan werken waar ik tijdens mijn studie al één dag per week werkte. Het bleek dat ze daar behoefte hadden aan mensen die op een originele manier de dingen aanpakten. Het verdiende redelijk, dus ik dacht: dit doe ik een paar jaar en dan ga ik leraar worden. Dat is er niet meer van gekomen. Pas nu denk ik er weer serieus over om het onderwijs in te gaan. Nu staan ze te springen om leraren.'

Christ Klep volgde onverstoorbaar zijn eigen plan. Hij wilde historicus worden, dus studeerde hij door. Hij werkte hard, was gedisciplineerd en vond, zo meent hij, daardoor ook werk als historicus.

de terugblik

Ze werden stuk voor stuk redelijk tot zeer succesvol buiten het onderwijs. Wellicht niet meteen, maar wel via omwegen, via cursussen, omscholingen en bijscholingen. Door hard te werken (Mariek Wilms: 'Pas sinds een jaar hoef ik 's avonds niets meer te studeren'), meestal met vertraging, maar altijd op eigen kracht. Pas nu is er voor velen tijd voor reflectie op de achterliggende periode.

Henny Goossens: 'Het aardige van die tijd was: je werd gedwongen je horizon te verbreden. Je moest wel, de bestaande kaders boden geen soelaas. We werden er creatief, flexibel en weerbaar van; wij zijn niet zo gauw uit het lood geslagen. De romantiek van de jaren zeventig was vals gebleken, de solidariteit bleek niet te bestaan. Ik heb geleerd: je moet bevechten wat je wilt, je krijgt het niet voor niets.

'De tweede helft van de jaren tachtig was, achteraf gezien, een tijd van uitdagingen, van het zoeken naar alternatieven. En er kwam ook ruimte. Die gekte met die it-bedrijfjes, dat begon toen allemaal. Zelf kwam ik niet voor niets bij de Centrale Opvang Asielzoekers, de coa, terecht. Een nieuwe organisatie, waarvan de kaders nog gevormd moesten worden. Daarvoor was creativiteit en flexibiliteit nodig.

'Je doet jezelf tekort als je zegt: we zijn een verloren generatie. We zijn doeners, we zoeken ons een weg. En we zijn bouwers. Je kunt zeggen dat wij de economie weer hebben opgebouwd. Ik denk dat de verloren generatie nu met terugwerkende kracht naar voren komt.

We hebben eerst een plek moeten bevechten. Onze aanvankelijke achterstand leidt nu tot een voorsprong. Je zag ons tot voor kort minder terug in beleid en bestuur. Nu komt dat weer. Zelf zit ik nu ook in besturen. Het is een soort uitgesteld idealisme. Nu is er weer ruimte voor.'

Peter Hendriks: 'Het was een rare tijd waarin normen werden overschreden zonder dat iemand het gek vond. In dat muzikantenmilieu waarin ik zat, had iedereen een uitkering. Een vriend van mij had een fantastische studio in Utrecht, met alles erop en eraan. Iedereen kwam daar muziek maken. Maar die jongen had gewoon een uitkering. En de sociale dienst vond het best. Het argument was: er is toch geen werk.

'In Londen zag ik hoe het ook anders kon. Het waren de jaren van Thatcher, ze lagen economisch voor, de city draaide weer als een tierelier. Binnen een week had ik drie, vier mogelijkheden op een baan. In Nederland was alles moeizaam, je had overal diploma's voor nodig. Voor je zelfvertrouwen was dat dodelijk. In Londen keken ze gewoon: die jongen heeft een goede opleiding, hij spreekt de taal, hij is gemotiveerd. Ik werd er meteen uitgepikt. Toen dacht ik: ik kan dus wel wat.

'Het was verfrissend om te zien, een economie die draait. Dat kapitalisme bleek bij nader inzien toch helemaal niet zo verderfelijk. Het is namelijk prettig als de beste mensen komen bovendrijven. Het is wellicht uitbuiting, maar wel uitbuiting waar iedereen beter van wordt.'

Ronald van de Krogt: 'Van de dertig medestudenten geschiedenis ken ik er welgeteld één die nog in het onderwijs zit. Die duizenden verdwenen leraren van toen, daar komt het huidige onderwijsdrama vandaan. Dat hos-akkoord heeft het imago van het onderwijs gekilld en heeft de tweedeling veroorzaakt. Er was voor niemand meer plek en de scholen zaten opgescheept met verzurende, oudere leraren. Een schande. En de vakbonden zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de afbrokkeling van het onderwijs. Je kunt niet omwille van de populariteit bij je leden een hele generatie nieuwe leraren uitsluiten. Een vakbond heeft ook verantwoordelijkheid voor de toekomst. En aan de getallen kon je toen al heel gemakkelijk zien dat dit beleid tot een drama zou leiden.

'Dat beeld van de verloren generatie, daar zullen we ons hele leven last van hebben. Iedere keer als wij ergens komen is het op. Het is niet zo erg als je een trein mist, maar het is wel erg als je de trein voortdurend voor je neus ziet wegrijden. Dat is gebeurd met de studiebeurzen, het is gebeurd met je werk en je ziet het nu al weer gebeuren met de pensioenen. Als wij oud zijn is alles op. Er zit dus niets anders op dan creatief zijn, je eigen weg zoeken. Voor ons is overleven noodzaak. Daarom zijn wij ook een "niet lullen maar poetsen"-generatie. Een selfmade generation. Ik heb mij ook gedragen als een linkse yup. Ik geloof nog steeds in een maakbare wereld, maar je moet het toch zelf doen. Wij hebben geen illusies dat je ergens op kunt rekenen.'

IJbeling Hartog: 'Als alle jonge leraren worden geweerd, dan weet je wat het effect is op de lange termijn. Wie in 1984 nog naar een lerarenopleiding ging was gek. De gevolgen worden nu duidelijk. Het hele imago van het onderwijs is kapot. Ik ken bijna niemand die echt leraar is geworden. Het onderwijs is totaal verouderd. Je hoeft geen minister te zijn om dat te snappen. Het was beleid van de botte bijl: dom en ook wel frustrerend. De rol van de vakbonden was daarbij natuurlijk schandalig. Maar ja, wat waren de vakbonden toen: bolwerken van links conservatisme; houden wat je hebt.

'Mijn vrouw en ik zijn na het afstuderen begonnen met een gigantische studieschuld en een toegangsbewijs tot een omscholingscursus, haha. Zo ging het ook op de huizenmarkt. Die mooie premie a,b en c-regelingen werden net afgeschaft toen wij een huis gingen kopen. Het was een financiële ramp, het is allemaal maar net goed gekomen.

'Het leuke is: je weet nu ook al wat er in de toekomst gaat gebeuren. Bij het bedrijf waar ik hiervoor werkte was een vut-regeling voor als je op je 53ste wilde stoppen met werken. Daar heb ik aan meebetaald. Maar die regeling is allang afgeschaft als ik aan de beurt ben. Wij zullen tot ons zeventigste moeten werken.

'Ik heb er weleens discussies over met een oudere collega. Ik zei: "De jaren zestig zijn voor mij voornamelijk lastig geweest." Wij zitten met de erfenis van de geldopmakers voor ons. Terwijl zij, zo gauw ze een baan hadden, achterover leunden om te vertellen hoe mooi het was om vroeger te demonstreren. En toen er werkelijke solidariteit werd gevraagd haalden de babyboomers van de vakbond de touwladder op. Ach, ik wil niet spreken in termen van schuld, maar ik word wel pissig als ze pocherig gaan doen. Met hun vrije seks, haha. Ik heb laatst Elementaire deeltjes gelezen van Michel Houellebecq. Prachtig. Die zielige figuur op die camping. Wat een treurigheid. Schitterend.'

Ronald Janssen: 'Een jaar of vijf geleden zocht ons bedrijf ander werk voor leraren die in de wachtgeldregeling zaten. Het probleem was: ze verdienden veel te veel, ze waren totaal niet flexibel en ze wilden alleen parttime werken. Toen ik een van hen benaderde voor een baan zei hij: "Ja maar, ik geef nu ook creativiteitstrainingen in ons huis in Frankrijk." Er was totaal geen prikkel meer om te werken. Deze mensen hebben exact hetzelfde gestudeerd als ik, ze hadden gigantische inkomens en ze deden niets meer. Verwende educatieve agrariërs.'

de toekomst

En het onderwijs, hoe moet het daar verder mee? Is er nog hoop? En trekt het leraarsvak wellicht nog?

Olga Welling: 'We zitten nu echt te springen om gemotiveerde mensen. We bereiden sollicitatiegesprekken tot in de puntjes voor en dan bellen de kandidaten een dag van tevoren af. Nieuwe docenten worden nu intensief begeleid en geholpen, om ze maar op hun gemak te stellen. Toch zeggen leraren soms halverwege het schooljaar hun baan op. Het is rampzalig, het is echt de omgekeerde wereld van toen.'

Ronald van de Krogt: 'Het onderwijs zou de parel van de maatschappij moeten zijn. Maar het wekt nu bijna medelijden als je zegt in het onderwijs te werken. Het beste wordt niet uit mensen gehaald. Creativiteit wordt niet gestimuleerd, er is een gebrek aan lef, het is een krabbenmand; ze trekken elkaar naar beneden. Dus gaan de beste mensen weg.

Scholen zouden gebruik moeten maken van kennis van buiten. Waarom zou ik niet een paar uur per week les kunnen geven, goed betaald uiteraard? Dat kan niet omdat alles moet passen binnen het bestaande concept. De bonden spelen nog steeds een fatale rol. Ze houden iedere vernieuwing tegen. De bonden zouden eens bij zichzelf te rade moeten gaan over wat ze het onderwijs aandoen.'

Rob Plum: 'Ik ben een redelijk tevreden leraar. Ik heb acht weken vakantie, dat vind ik fantastisch. Maar ik ben ook a-typisch. Ik heb bijvoorbeeld nooit geweten in welke salarisschaal ik zat. Terwijl het daar nu juist altijd over gaat in de leraarskamers.

'Daar heeft ons imago ook onder te lijden gehad, de rampverhalen in de media en de klagers die altijd maar weer op televisie verschijnen. De vakbonden: vreselijk. Ik heb nog nooit aan een onderwijsstaking meegedaan. Ik ga toch niet met die malle shirtjes en petjes rondlopen. Ik ben geen malle eppie. Nee, met die vakbonden wilde ik echt niet geassocieerd worden. Klagen en zeuren, nou ja, dat is ook wel kenmer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden