'Verdwenen is het idee van saamhorigheid'

Willem Ferwerda (57) zag zijn functie veranderen van jeugdherbergvader in jeugdherbergmanager. 'Het is niet erg dat kinderen kritischer zijn geworden.'..

'In de jaren zestig was ik tekenaar-constructeur bij Fokker. Op zichzelf was dat een leuke baan, want ik werk graag met mijn handen, maar toch wilde ik wat anders: iets zelfstandigs, iets dat maatschappelijk relevanter was. En, als het even kon, iets met jongeren. Ik dacht aan een camping, een conferentieoord. In elk geval wilde ik niet meer 's ochtends met mijn pakje brood naar mijn werk. Dat was in die tijd in mijn vriendenkring niks bijzonders. Carrière maken was meer voor het klootjesvolk.

Zo ben ik min of meer toevallig jeugdherbergvader geworden, al was die term in die tijd juist taboe verklaard. Hij klopte ook niet meer, want de tijd van het volksdansen in de jeugdherbergen was voorbij. De zaken liepen achteruit en er moest iets gebeuren om de Nederlandse Jeugd Herberg Centrale nieuw leven in te blazen.

Bij mijn sollicitatie was het voornaamste punt of ik enthousiast genoeg was om met jongeren te werken en of ik zelf reparaties kon uitvoeren. Nou, ik had jeugdkampen geleid en ik was handig. Het scheelde ook dat mijn vrouw een diploma huishoudkunde voor inrichtingen had. Tegenwoordig heet dat facilitair management. De keuken werd haar terrein.

De eerste vergaderingen met andere jeugdherbergbeheerders die ik meemaakte, stonden nog bol van de richtingenstrijd. In Groningen had je bijvoorbeeld 'Us blaue hiem' Ik zie die mensen op een vergadering nog boven op de tafel staan en met gebalde vuisten voet bij stuk houden. Er zou nooit, nee nooit, alcohol in hun jeugdherberg worden geschonken. Het hoofdkantoor zou daarmee de oorspronkelijke opzet van de organisatie naar de knoppen helpen. Voor dat karretje lieten zij zich niet spannen. In 'Us blaue hiem' ging het licht om tien uur 's avonds uit en dat zou zo blijven!

In Bakkum, waar ik was gestationeerd, gebeurde dat dus niet. Daar werd het half twaalf. En als er een feestje was, werden er weleens twee kratjes bier gehaald. Twee! Mijn voorganger, die nog een tijdje naast de herberg woonde, heeft er nog een klacht over gestuurd naar het hoofdkantoor. Als je nu in de jeugdherberg komt, is dat onvoorstelbaar. Koningsbosch heeft al jarenlang een bar. Twee zelfs, als je de eerste, zelfgebouwde bar boven meerekent.

Dat is nog maar een van de veranderingen in vergelijking met vroeger. Toen ik begon, stonden er elke dag aardappels op het menu. Een enkele keer deden we iets spannends en maakten we aardappelpuree. Maar macaroni of rijst met kerrie kwamen niet op tafel. Kinderen lustten dat niet. Die aten dan maar extra soep. Tegenwoordig staat er hoogstens twee keer per week nog aardappels op het menu. Mensen zijn thuis ook anders gaan eten. Dat zou best kunnen komen doordat er meer allochtone kinderen zijn gekomen. Die zijn van huis uit gewend anders te eten dan aardappelen, groente en een stukje vlees. Ik vind dat een verbetering.

Toch zijn over het algemeen kinderen redelijk hetzelfde gebleven. Natuurlijk, ze zijn brutaler geworden en ze roken veel meer, ook in de basisschoolleeftijd. Wat dat betreft hebben die anti-rookcampagnes weinig geholpen. Vroeger zag je ze nooit roken, maar sinds een jaar of tien zie je ze buiten het hek in groepjes staan. Ik vind mezelf niet degene die daarvan wat moet zeggen. Dat moeten de begeleiders doen.

Maar juist die zijn veel meer veranderd. De goeden niet te na gesproken, lijkt het wel of ze ongeïnteresseerder zijn geworden. Vroeger had je veel vaker leerkrachten die hun leerlingen konden opjutten. Die waren de hele dag met ze in de weer. Ik mag ze natuurlijk niet allemaal over één kam scheren, maar ik denk dat er tegenwoordig veel meer onverschilligheid bestaat.

Je kon het al zien als er een school op het voorplein van de herberg aankwam. Kinderen met tassen, een hoop drukte, herrie. Als een leraar dan op een bepaalde, wat vermoeid bozige toon riep: ”Jongens, hier wachten tot ik terugben!” wist ik al hoe laat het was. Hij had er geen zin in. Dat klopte vaak.

Wat ook vaak klopte, is dat leerlingen van zo'n leerkracht meer liepen te klieren dan kinderen gemiddeld doen. Vroeger kon je nog tegen een kind zeggen: hou daar mee op.

Dan deed ie dat. De laatste jaren moest je uitleggen waarom ze ermee moesten stoppen. Persoonlijk vind ik dat wel goed. Het is niet erg dat kinderen kritischer zijn geworden, zolang ze maar niet zeggen: waar bemoei jij je mee? Maar dat heb ik gelukkig nooit meegemaakt.

In de brugklassen zag je vaak nog wel een soort bezieling. Dat zal met de concurrentieslag om de leerlingenaantallen te maken hebben. In de klassen daarna werd dat vervolgens weer minder. Daar kreeg je ook gevallen van leerkrachten die een stuk of vijf pilsjes achter elkaar dronken om ontspannen te raken. Vervolgens zag je dat ze over die meisjes gingen hangen. Meer zal er niet gebeurd zijn, maar dan dacht ik weleens: dat kun je toch niet maken? Morgen sta je weer voor die klas.

Alles went. Zo was ik de eerste keer dat er een brandblusapparaat werd leeggespoten door het dolle heen. Maar na tien keer haalde ik mijn schouders op. Zelf de rotzooi opruimen moest sowieso, maar dat beviel toch ook niet, want dan kon ik vervolgens controleren of ze het goed hadden gedaan.

Sindsdien rekende ik een bedrag dat ik het schoonmaakbedrijf extra moest betalen. Het kwam gewoon op de rekening te staan.

Dat was een stuk zakelijker. Die zakelijkheid is er ook bij de jeugdherbergen ongemerkt ingeslopen. De bedrijfsvoering werd meer op de klanten afgesteld. Maar tegelijkertijd werd het contact met de klanten minder. In de jaren zeventig werd er bijvoorbeeld 's morgens muziek gedraaid door het hele gebouw. En tegen de tijd dat de gasten werkelijk moesten zijn opgestaan, ging de muziek harder. Dat kon op den duur niet meer. Sommigen willen 's morgens geen muziek aan hun hoofd. Aan de andere kant, wie te lang op bed bleef liggen, hoefde niet te verwachten dat de kamer nog intensief werd schoongemaakt.

Sommige dingen kun je je niet meer voorstellen. Toen we de eerste bar hadden geopend, draaiden we elke avond bij sluitingstijd de Internationale. Dat ging op de tekst van Jaap van der Merwe: ”Hé joh, ze houwen je eronder...” Alle gasten meebrullen.

Dat hebben we jarenlang gedaan. Tegenwoordig krijgt wie erom vraagt een sleutel van de voordeur mee. Wat dat betreft is het idee van saamhorigheid verdwenen. Iedereen gaat zijn eigen gang. Boven zijn nog een paar slaapzalen, maar die worden vrijwel alleen aan families verhuurd. Die vinden het nog leuk om met z'n allen op een slaapzaal te liggen als ze een familiefeest hebben. De meeste gasten hechten aan hun privacy. Een kamer met acht bedden wordt al te groot gevonden.

Terwijl ik in de tijd van protesten tegen de kerncentrale in Petten, regelmatig tweehonderd man in de eetzaal heb zien liggen. Dan was het 's nachts om drie uur met z'n allen opstaan om je uit protest aan de hekken vast te ketenen. De stencilmachine draaide dag en nacht. Radioactief heette dat blaadje en de mensen die in de jeugdherberg werkten, hielpen er allemaal aan mee. Nu zijn ze al blij als er bij een demonstratie vijftig man komt opdagen. En dan moet het nog om iets materieels gaan, anders komt er niemand.

De medewerkers waren hier trouwens intern. Dat is nog zoiets. Vroeger wilde je, als je jong was, zo gauw mogelijk het ouderlijk huis uit. Sommigen kwamen dan in de jeugdherberg terecht voor een paar maanden of voor een jaar. Ze verdienden niet veel, maar ze hadden kost en inwoning en ze hoefden, eerlijk gezegd, ook niet zo hard te werken, omdat ze met zo velen waren.

Dat is niet meer zo. Werken in een jeugdherberg is een gewone baan geworden als bij een supermarkt. Dat geldt ook voor het management van de herberg. Als ik met mijn twee rechterhanden en mijn enthousiasme nu zou solliciteren, werd ik niet aangenomen. Beheerder van een jeugdherberg is een managersbaan geworden. Ze komen van de hotelschool en zitten veel op kantoor administratie te verwerken, budgetten te bewaken, of sollicitatie- en functioneringsgesprekken te voeren. Ik ben erin meegegroeid, maar het is niet mijn oorspronkelijke stiel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden