Verdwenen en bedachte herinneringen

Worden traumatische gebeurtenissen verdrongen naar de achterbuurten van de hersenen, gemaltraiteerd opgeslagen, of kunnen trauma-slachtofffers simpelweg de realiteit niet onder ogen zien?...

D E EPER INCESTZAAK rond Yolanda was in Nederland de meest bekende gelegenheid waarbij voor- en tegenstanders van het omhooghalen van verdrongen traumatische herinneringen elkaar in de haren vlogen. Een van de struikelblokken blijft hoe je kunt bewijzen wat zich twintig jaar geleden in de kinderslaapkamer afspeelde.

Volgens de Amerikaanse False Memory Foundation wordt een groot aantal gevallen van incest aangepraat door ondeskundige of kwaadwillende psychotherapeuten. Van verdrongen herinneringen aan (seksuele) mishandeling in de kindertijd is zelden sprake; ze worden vooral opgeroepen door suggestieve therapieën, meent deze organisatie met duizenden donateurs. De stichting zet zich in voor families die het slachtoffer werden van onterechte beschuldigingen van incest.

In een aantal gevallen bleek de stichting het gelijk aan haar kant te hebben en wist zij schadeloosstelling van therapeuten los te krijgen wegens onzorgvuldige behandeling. In de Verenigde Staten is de discussie over het bestaan van verdrongen herinneringen aan incest en het naar boven halen daarvan uitgelopen op een oorlog tussen voor- en tegenstanders.

In Nederland lijkt dat niet het geval te zijn, ook al kent Nederland z'n eigen False Memory Foundation: de stichting Ouders voor Kinderen. Hoewel voor- en tegenstanders niet echt met elkaar on speaking terms zijn, is een harde openbare confrontatie uitgebleven. 'En dat willen we graag zo houden, want Amerikaanse toestanden moeten we vermijden', zegt dr N. Draijer.

Bij de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) doet zij onderzoek naar (seksuele) mishandeling van kinderen en de psychische gevolgen daarvan. Enkele jaren geleden concludeerde ze na onderzoek bij meer dan duizend vrouwen in Nederland dat ruim vijftien procent van hen voor hun zestiende jaar een of andere vorm van onaangename seksuele ervaring binnen de familiekring opdeed. De helft van hen leed ook psychisch onder die ervaring en had daardoor onder meer last van angst en depressies.

Vandaag eindigt in het gebouw van de VU een internationaal congres over de psychische stoornissen die vaak volgen op traumatische ervaringen, zoals (seksuele) mishandeling in de jeugd. Een belangrijk thema van het congres is de vraag of het geheugen van een patiënt betrouwbaar genoeg is om alsnog een verdrongen incestueus verleden vast te stellen.

Dat het geheugen onbetrouwbaar is, is niets nieuws. Ook niet dat mensen gebeurtenissen kunnen verzinnen en vervolgens heilig geloven dat ze echt gebeurd zijn. Boekenkasten vol experimentele verslagen tonen aan dat het menselijk geheugen gevoelig is voor manipulatie en suggestie.

Sinds Freud betoogde dat onaangename of onwelgevallige gebeurtenissen uit het geheugen gebannen kunnen worden, ligt het woord 'verdringing' op de tong van zowel psychotherapeuten als leken. Inmiddels spreken deskundigen liever van dissociatie; een verschijnsel waarbij delen van de geest zich als het ware 'losmaken' en isoleren van de rest van het brein. Veel therapeuten werken met dit model om hun patiënten te genezen.

Mensen zouden de neiging hebben, traumatische gebeurtenissen weg te stoppen in zulke moeilijk te bereiken krochten van de geest. Ruim vijf procent van de soldaten die in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur lagen, heeft absoluut geen herinnering aan de strijd, terwijl gedocumenteerd is dat ze bijvoorbeeld bij Duinkerke zijn geëvacueerd.

Ook een fiks aantal van de slachtoffers van de gruwelen van de concentratiekampen heeft geen of nauwelijks herinneringen aan de afschuwelijke gebeurtenissen. Bij sommigen komen de herinneringen pas na tientallen jaren terug.

'Toch is het maar de vraag of hier sprake is van verdringing. In ruim een halve eeuw experimenteel psychologisch onderzoek is nog nooit aangetoond dat mensen traumatische gebeurtenissen op een aparte, moeilijk of niet op te roepen, manier in hun geheugen opslaan', zegt dr H. Merckelbach. De patiënt wil er gewoon niet over praten, meent hij, omdat de gebeurtenissen te bedreigend zijn.

MENSEN DIE BEWEREN dat traumatische herinneringen worden weggeschreven in een speciaal file - zoals bij computers - die slechts met een zeer specifieke sleutel kan worden geopend, hebben vaak een verouderd beeld van de werking van het geheugen, constateert de experimenteel psycholoog aan de Rijksuniversiteit Limburg. Ze beschouwen het geheugen als een soort videocamera die gebeurtenissen registreert, terwijl inmiddels duidelijk is dat gebeurtenissen steeds opnieuw geconstrueerd worden tijdens het herinneren. Vandaar dat herinneringen onderhevig zijn aan veranderingen, afhankelijk van het moment waarop ze worden opgeroepen.

Merckelbach behoort, samen met de Leidse psycholoog prof. dr W. Wagenaar, tot de onderzoekers die zeer sceptisch staan tegenover excercities van therapeuten en politiemensen om vergeten herinneringen aan incest boven tafel te halen. Wagenaar was bijvoorbeeld getuige-deskundige bij de Eper incestzaken rond Yolanda (1991-1994), die - samen met haar zus - werd misbruikt door haar ouders, broer en buren.

Er woedt een discussie over de vraag of traumatische ervaringen het geheugen beïnvloeden. Het voorbeeld van de soldaten laat zien dat trauma's de herinnering kunnen doen vervagen. Ander onderzoek, bij kinderen die zagen hoe hun ene ouder de andere vermoordde, geeft weer dat de kinderen juist een haarscherp beeld voor ogen blijft.

'We weten niet wat er precies gebeurt bij het opslaan van gebeurtenissen en het weer oproepen daarvan', geeft psychiater dr E. Bowman van de Indiana University in Indianapolis toe. 'Maar duidelijk is dat grote stress er invloed op heeft.' Zij deed uitgebreid studie naar de werking van het getraumatiseerde geheugen.

Mensen die levensbedreigende situaties hebben meegemaakt - zoals een pistool dat op hen werd gericht - blijken vaak een uitermate scherpe herinnering te hebben aan het centrale deel van het gebeurde. Ze weten precies te vertellen hoe het pistool er uit zag, maar zijn vergeten of de bedreiger een snor had of welk kleur T-shirt hij droeg.

Laboratorium-experimenten hebben niet alleen geleerd dat het geheugen geen video-opname is, ook tonen ze aan dat de constructie van herinneringen beïnvloed wordt door de kennis die de waarnemer heeft en dat ook verwachtingen een belangrijke rol spelen in de manier waarop we ons zaken herinneren. Verder vergroot emotionele opwinding de nauwkeurigheid van het geheugen.

VRIJWILLIGERS DIE een film zagen van een persoon die op een station een naderende trein tegemoet loopt, onthielden minder details dan waarnemers die eenzelfde film zagen die eindigt met een stap te veel, waardoor de betreffende persoon door de trein gegrepen wordt. Zes maanden later bleek dat verschil er nog te zijn.

Het verschil zou komen door het onder stress vrijkomen van neurotransmitters in de hersenen, die de inprenting van het waargenomene versterken. Vervolgonderzoek waarvan de resultaten binnenkort in het tijdschrift Nature verschijnen, lijkt die theorie te bevestigen. Als de proefpersonen die het schokkende filmpje bekijken tegelijkertijd een stress-remmende stof (de bèta-blokker propanolol) krijgen toegediend, verdwijnt het geheugenstimulerende effect.

Bowman: 'Maar langdurige stress leidt tot een chronisch verhoogde cortison-spiegel in de hersenen en dat vernietigt de structuren in de hersencellen, waardoor de herinneringen juist vervagen.' Dat zou een verklaring kunnen zijn voor scherpe herinneringen aan een eenmalige enerverende (of traumatische) gebeurtenis, maar een veel minder sterke herinnering aan chronische traumatische ervaringen, zoals herhaaldelijk misbruik.

Geschokt raken van nare filmpjes is een laboratoriumsituatie die nauwelijks te vergelijken valt met de trauma's die men in het dagelijks leven kan opdoen. De Amerikaanse psychiater prof. B. van der Kolk van het Massachusetts General Hospital in Harvard heeft aanwijzingen dat er in de hersenen heel speciale dingen gebeuren bij de herinnering aan trauma's.

Patiënten gaven hem toestemming om de herbeleving van hun trauma uit te lokken, terwijl ze met hun hoofd in een PET-scanner lagen, een apparaat dat de chemische activiteit in de hersenen zichtbaar kan maken. Van der Kolk vond een verhoging van de activiteit in de amygdala in het rechter deel van de hersenen, die betrokken is bij schrik. De activiteit in de centra in de linker hersenhelft die betrokken zijn bij taal en het toekennen van betekenis aan gebeurtenissen was juist verminderd.

Van der Kolk: 'Ik ben er daardoor van overtuigd dat onder chronische stress de normale integratie van beelden, geluid, geur (het senso-motorische geheugen) in de taal (het semantische geheugen) gestoord raakt. Daarmee krijgen die senso-motorische belevenissen geen betekenis en kan een patiënt er ook niet over vertellen.'

Ook al woedt het wetenschappelijk debat of er nu wel of geen speciale of verborgen herinneringen worden opgeslagen, klinici komen zeer geregeld patiënten tegen die zich traumatische gebeurtenissen, zoals herhaalde incest, absoluut niet kunnen herinneren.

Uit diverse goed gedocumenteerde onderzoekingen blijkt dat bij meer dan vijftig procent van de vrouwen die zich aanvankelijk geen incest konden (of wilden) herinneren, seksueel misbruik kon worden aangetoond. Bij een speurtocht achteraf kwamen bewijzen, zoals dagboeken of bekentenissen, boven tafel.

Uit een analyse van een vijftal Amerikaanse en Canadese studies naar lichamelijk en seksueel misbruik tijdens de kinderjaren, blijkt dat 12 tot 28 procent van de chronisch misbruikten zich niets of nauwelijks iets kan herinneren en eenderde tot tweederde van hen (afhankelijk van het onderzoek en de gebruikte definities) een aantal belangrijke zaken was vergeten.

Een van de studies betreft een onderzoek onder vrouwen die aan het begin van de jaren zeventig als kind in een kliniek terecht waren gekomen vanwege seksueel misbruik. Zeventien jaar later werd een flink aantal van hen opgespoord en - onder het mom van een onderzoek naar het functioneren van de betreffende kliniek - gevraagd naar het (in medische dossiers gedocumenteerde) verhaal achter hun opname. Ruim eenderde van hen wist er niets meer van.

OP BIJNA ALLE onderzoeken naar trauma's en geheugen valt het nodige af te dingen, of ze nu stoelen op laboratorium-experimenten of op real life. Vooral onderzoek naar de betrouwbaarheid van incest-herinneringen is hachelijk. Draijer: 'Het gaat daarbij om chronische en stiekeme gebeurtenissen, terwijl het meeste trauma-onderzoek openbare en incidentele gebeurtenissen betreft, zoals auto-ongelukken of moordpartijen.'

Hoe serieus kunnen de tijdens therapie bovengekomen herinneringen aan incest worden genomen? 'We komen er steeds meer achter dat ongeveer tien procent van de bevolking uitermate gevoelig is voor suggesties. Als je ze maar een beetje stuurt, beweren ze alles wat je maar wilt horen, en ze geloven het waarschijnlijk nog ook', zegt prof. R. Kluft, psychiater in het Pennsylvania Hospital in Philadelphia.

En dat blijken ook de mensen te zijn die gemakkelijk onder hypnose te brengen zijn. Ook jonge kinderen zijn zeer gemakkelijk te hypnotiseren en te beïnvloeden. Bovendien blijkt het waarheidsgehalte van herinneringen onder hypnose minder te zijn dan dat van gewone herinneringen, terwijl de gehypnotiseerde achteraf zelf denkt dat zijn onware herinnering toch juist is. Deze bevindingen maken het gebruik van hypnose om verborgen herinneringen aan incest boven water te halen onwenselijk, vindt Kluft.

'Sterker', meent Klufts vakgenote Bowman, 'Zelfs met de suggestie dat bij een patiënt incest een rol zou kunnen spelen, moeten therapeuten uitermate voorzichtig zijn. Tussen neus en lippen door mag je het een keer vragen en een paar weken later misschien nog een keer. Maar als de patiënt er niet op reageert, moet het afgelopen zijn.'

Van suggestieve vragen is bekend dat ze de antwoorden beïnvloeden, maar ook gestructureerde vragen doen dat. Vraag je twee keer aan iemand welke kleur de muur in een bepaalde situatie had, dan antwoordt 69 procent de eerste keer goed, de tweede keer is dat nog maar 45 procent. Men wordt blijkbaar onzeker doordat de vraag twee keer wordt gesteld.

ZOWEL VOOR- ALS tegenstanders van het bestaan van verdrongen herinneringen erkennen dat kindermisbruik vaak voorkomt en dat mogelijke slachtoffers daarvan serieus genomen moeten worden. Conservatieve schattingen van vijftien procent van de meisjes en acht procent van de jongens zijn immers niet te negeren.

Door de grote aandacht in de media ontstaat echter het gevaar dat mensen met bepaalde psychische verschijnselen gaan denken dat ze ergens een plekje in hun geest hebben waar verborgen incest-ervaringen zijn opgeslagen.

'Dat is een probleem', erkent Bowman. 'Je moet het serieus nemen, maar niet serieuzer dan andere veronderstellingen van de patiënt. Ik denk dat toen de omvang van het incestprobleem duidelijk werd, iedereen schrok. Een aantal hulpverleners is doorgeslagen en heeft incest gezien waar het niet was. Daarin had de False Memory Foundation gelijk.'

Bowman denkt dat de pendel nu op zijn weg terug is naar een positie waarin geaccepteerd wordt dat verdrongen herinneringen bestaan en teruggehaald kunnen worden, maar dat dat zeer voorzichtig moet gebeuren, omdat er ook een gerede kans is dat de opgehaalde herinneringen onjuist zijn.

Kluft denkt dat therapeuten fouten gingen maken toen ze naast patiënten met verslavingsproblemen ook patiënten met een - vermeend - incestverleden kregen. Verslaafden ontkennen dat ze veel drinken of drugs gebruiken. Op hen moet je vaak flinke druk uitoefenen om ze aan de praat te krijgen over de omvang van hun verslaving.

Kluft: 'Vragen naar een incestverleden vereist juist een tegenovergestelde benadering. Elke suggestie met leading questions behoort daar taboe te zijn. Anders is er een niet onaanzienlijke kans op valse herinneringen. Therapeuten die dat niet doen, beschouw ik als onder de maat.'

Maarten Evenblij

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden