Verdwenen, de luchtschacht en het potkacheltje

Met de teloorgang van de steenkoolindustrie veranderde ook het landschappelijk aanzien. 'Zwarte Rook, fotografie en steenkool in de twintigste eeuw' toont alle facetten van winning en gebruik....

Tot diep in de jaren zestig draaide het land nog op steenkool, in de industrie en in het huishouden. De kolenboer was een begrip. Hij leverde aan huis, stortte zijn jutezakken leeg in de kelder of droeg ze alle trappen op naar het kolenhok op zolder. De mijnen in Limburg draaiden dag en nacht. De mijnwerkers waren de helden van de wederopbouw, en zo werden ze in reportages ook voorgesteld. Dappere mannen die zich onversaagd in de diepste diepten van de aarde begaven, om in duisternis en stof, onder het geratel van motorbeitels en het gebrul van hydraulische hamers, het zwarte goud te winnen. Als er staking dreigde, beefde de economie. Zonder kolen viel heel het raderwerk stil.

Steenkool was de brandstof van de Industriële Revolutie. Het duurde nog geen eeuw. Opeens was het over. Olie en aardgas, schoner en gemakkelijker te winnen, namen het over. Ooit bepaalden de mijnen hele landstreken, in Limburg en het Ruhrgebied, van horizon tot horizon; met hun luchtschachten, hallen, schoorstenen, waterreservoirs, koeltorens, rangeerterreinen en afvalbergen, en de zwartbestofte woonwijken van de mijnwerkers eromheen.

Er is vrijwel niets meer van over. In Limburg zijn de oude staatsmijnen gesloopt, in het Ruhrgebied kregen ze nog wel eens een andere functie - pretpark, klimtoren, kunsthal. We kennen hun oorsprong alleen nog van historische foto's. Een nieuwe generatie heeft er geen weet van hoe het toen toeging, hoe dat industriële landschap er uitzag en hoe steenkool werd gewonnen en gebruikt.

Die periode wordt nu opgeroepen in een boek en een tentoonstelling - Zwarte Rook, fotografie en steenkool in de twintigste eeuw, samengesteld door Mariëtte Haveman. Over zwart goud wordt niet gesproken, dat zou te romantisch zijn, want het was vooral vuil, zwaar en ongezond werk. 'Zwarte Rook', luidt de titel, als symbool van dat industriële tijdperk, van de rook die uit fabriekschoorstenen opsteeg, uit schepen, locomotieven, stoomwalsen en hoogovens - de rook van de vooruitgang, ook al verduisterde die permanent de hemel.

Het hele proces van winning en gebruik wordt ons voorgeschoteld, van het kolenfront diep ondergronds, het transport met binnenschepen over de Rijn, de overslag in Rotterdam, tot de verbranding in een potkacheltje uit De Avonden en in de helse smeltvuren van de Hoogovens. Zwarte Rook doet dat in een selectie van historische foto's en van het werk van documentaire fotografen, want de eeuw van de steenkool was ook de eeuw van de klassieke fotografie. Alle facetten ervan zijn vertegenwoordigd, van de grondleggers van de Nieuwe Zakelijkheid aan het begin van de vorige eeuw in Duitsland als August Sander en Albert Renger-Patzsch, tot hun opvolgers na de oorlog in Nederland als Carel Blazer en Sem Presser.

In de begeleidende tekst gaat het vooral om structuren, in de ontwikkeling van de economie en de zware industrie, en om de esthetiek van de fotografie. Op de mijnwerkers zelf en het leven in de mijnen wordt, gek genoeg, nauwelijks ingegaan. Dat die helden van de arbeid later crepeerden aan stoflongen blijkt nergens uit. Dat een zware ziekte dreigde, kunnen we alleen opmaken uit beelden zonder commentaar van het drinken van melk (je moet maar net weten wat dat betekent, ook grafici kregen toen gratis melk als 'middel' tegen, in hun geval, loodvergiftiging) en van het maken van een röntgenfoto.

Over hoe het leven was, in de schacht en aan het kolenfront, moeten de foto's ons vertellen, en die doen dat op een soms huiveringwekkende manier. Ze kunnen, in deze keuze, heel optimistisch zijn en getuigen van levensblijheid. Dat speelt zich dan vooral buiten de mijnen af, in de vrije tijd: in het duivenmelken, het verzorgen van een moestuintje, het knutselen aan een radio. Duiven houden was dé hobby van de mijnstreek, geliefd misschien juist als contrast van de vrijheid van de vlucht tegen het leven in duistere kerkers.

In die verzameling foto's zit een dubbele lijn, soms zelfs in het werk van één fotograaf, van industriële- en sociale fotografie. Het was een onderwerp dat aansprak: de heroïek van hamer en beitel, van een ontzagwekkende industriële architectuur, massatransport en overslag met gigantische kranen en laadbruggen, tegenover de nietigheid van de mens. Het was een hard en genadeloos bestaan, iets voor machines en niet voor mensen.

Van het kolenfront zelf zijn betrekkelijk weinig beelden opgenomen. Het werk was onmenselijk zwaar, maar weinig spectaculair. Er zit één aangrijpend beeld bij, een foto van Nico Jesse uit de Oranje Nassau Mijnen in 1953: te diep onder de grond om voor een pauze naar boven gehaald te worden, zitten twee mannen in een hoekje van een schacht met hun rug tegen de kolenwand uit hun vieze handen hun brood te eten.

Het sociale aspect werd vooral bovengronds gezocht, in het dagelijks leven buiten de ploegendienst. Veel fotografen voelden zich daartoe aangetrokken. De Duitse fotograaf Chargesheimer verbeeldde dat in de jaren vijftig heel subtiel: in een moment van schaft op de rand van een smerige kuil slib en in een bloemperkje, niet meer dan een tuiltje groot, uitgehakt in een betonnen binnenplaats. Het overzicht biedt één beeld dat alles zegt, zo cynisch als het is, in een reflectie van de Duitse fotograaf Anton Tripp uit Duisburg in 1962. Het Wirtschaftswunder was begonnen, de mijnwerkers konden zich eindelijk een autootje permitteren. Op het bedrijfsterrein staan ze geparkeerd, overtrokken met een stofhoes. Tegen aantasting van de lak was nog iets te doen, tegen stoflongen was er geen remedie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden