reconstructie

Verdween Osama in zee, dan kreeg zijn smokkelaar alsnog 3500 euro

De Syriër Osama is een van de velen die de oversteek naar de Griekse kust waagden. Hij kwam wel aan. Nu verblijft hij in een Nederlands asielzoekerscentrum. Zijn relaas.

Osama in het asielzoekerscentrum in Leersum, waar hij sinds een half jaar verblijft. Beeld Cigdem Yuksel

Het is augustus 2014 als Osama uit Syrië voor de laatste keer zijn vrouw in de ogen kijkt. 'Pas goed op mij', zegt hij. 'Pas goed op mij', zegt zij. Het is iets wat ze soms tegen elkaar zeggen als ze het moeilijk hebben. En vandaag is het zo'n dag.

Osama gaat proberen te vluchten naar Europa, via smokkelaars, over zee - hij heeft nog geen idee hoe het precies zal gaan.

Maar één ding is zeker: ze moeten weg uit Syrië. Weg uit de kapotgeschoten stad waar het leven volgens Osama zo erg is dat hij het nauwelijks kan beschrijven. Ze zitten er tussen de bommen, het geweld, de sluipschutters. 'Elke dag', zegt Osama, 'kon je buurman opstaan, zijn geweer pakken en zomaar uit het raam gaan schieten. Als mijn vrouw de deur uit liep, wist ik nooit of ze terug zou komen.'

De afgelopen maanden hebben ze de moeilijkste beslissing uit hun leven genomen: Osama gaat alleen.

Duizenden dollars

Via omwegen zijn ze samen in Turkije gekomen, een land waar ze als Syriërs vrij kunnen reizen. Maar het is te gevaarlijk voor zijn vrouw en hun babydochter om verder met hem mee te vluchten. Hij moet gaan. En tot die tijd moet zij terug naar Syrië, want er is niet genoeg geld om in Turkije te blijven.

Bij het afscheid kijkt hij zijn dochter niet meer in haar ogen. 'Ik kon het niet', zegt hij.

En dan is hij alleen. Duizenden dollars zitten er in zijn broekzak. Gespaard met zijn werk als apotheker.

Van een Syrische vriend die nu in Denemarken zit, heeft hij het nummer gekregen van 'Abu Ali'. Een smokkelaar.

Goed en verzorgd eruitzien

Als hij belt, vraagt Abu Ali hem een foto van zichzelf te sturen. Hij wil hem eerst zien voordat hij mee mag. Hij moet er goed en verzorgd uitzien, dat is de eis.

Drieduizend en vijfhonderd euro zal het hem kosten, meldt Abu Ali als hij de foto heeft ontvangen. Geen discussie. Hij moet zijn geld bij een kantoortje op een rekening storten en dan krijgt hij een code. Als de overtocht lukt, kan de smokkelaar het geld van de rekening halen met de code. Mocht de overtocht niet lukken, dan krijgt hij zijn geld terug. Dat is de deal.

'Maar als ik in zee zou verdwijnen, kon hij het geld na dertig dagen ook van de rekening halen', zegt Osama.

'Ik vertrek zaterdag', zegt Abu Ali aan de telefoon. 'Kom op vrijdag naar Bodrum en bel me dan weer.'

Geluk

Maar eenmaal in Bodrum krijgt hij hem niet te zien. Een tussenpersoon pikt hem op en sist: 'Volg mij'. Op 15 meter afstand loopt hij achter hem aan. Aan de rand van Bodrum gaan ze een huis van twee verdiepingen binnen, waar zo'n vijfentwintig man bij elkaar zitten. Ze wachten.

'Ze waren allemaal van andere smokkelaars', zegt Osama. 'Sommigen zaten er al een maand. Niemand wist wanneer hij zou gaan.'

Zelf heeft hij geluk. Al de tweede nacht komt er om elf uur 's avonds een man binnen met een lijst in zijn handen. Zijn naam wordt genoemd, samen met die van vier anderen. Iedereen moet naar een andere boot.

'Je hebt dertig minuten om je voor te bereiden', zegt de man. 'Laat al je spullen hier liggen.' Hij moet zich kleden als een toerist, commandeert de man. Vlug verruilt Osama zijn spijkerbroek voor een groen zomerbroekje. Daarboven trekt hij een bruin T-shirt aan. En teenslippers. 'Het moest lijken alsof we op vakantie gingen', zegt Osama.

Dobberen

In het donker verlaten ze een voor een het huis; het mag niet opvallen. Hij wordt naar een witte boot van tien meter lang gebracht, waar hij zijn mobieltje meteen af moet geven.

Met nog vier mannen wordt hij in een piepklein kamertje gepropt, onder in de boot. In de andere kamer zitten vrouwen. Zes in totaal.

Wanneer ze gaan? Niemand weet het. Niemand zegt iets. Ze moeten zwijgen.

Urenlang dobberen ze rond op het water, wachtend op vertrek. De hele nacht gaat het bootje op en neer en draait het alle kanten op. 'Ik hoorde de vrouwen in de andere kamer zachtjes huilen', zegt Osama. 'Ze waren zeeziek en moesten steeds braken. Omdat ik apotheker was, werd ik bij hen geroepen. Ik heb hen wat pillen gegeven.

'We waren allemaal Syriërs op die boot. Mensen kwamen uit Homs, uit Damascus.' Die nacht praten ze zacht met elkaar over hun plannen. Niemand slaapt. Niemand weet waar ze heen gaan.

Verkeerde beweging

Zelf voelt hij niets van de schommelingen. Het is alsof zijn lichaam niet meer bestaat, zegt hij. Eigenlijk denkt hij maar aan een ding: zijn vrouw en zijn dochter.

Dan, na tien uur wachten, staat de kapitein ineens in het kamertje. Het is ochtend. De ramen gaan dicht en de lichten gaan uit. Vanaf nu moeten ze doodstil op de grond blijven zitten, zegt de kapitein: als ze een verkeerde beweging maken, kan de boot uit balans raken en kapseizen.

'Ik kon een beetje zwemmen', zegt Osama. 'Maar niet echt goed.'

Verstijfd zit hij op de bodem van de boot. De kapitein drukt het gaspedaal meteen diep in. 'Het voelde alsof we het water niet eens meer raakten. Zo snel ging hij.'

Bidden

In het kamertje van de mannen hangt een gespannen sfeer. Niemand zegt meer wat. 'Iedereen was in zijn hoofd aan het bidden', zegt Osama. 'Ik ook. Ik dacht alleen maar: god, bescherm mijn familie - laat me veilig aankomen.'

En dan liggen ze stil.

De kapitein komt binnen. Als een van de eersten mag Osama het kamertje uit. Hij mag van de boot af, samen met een vrouw. Ze is van zijn leeftijd en draagt een zomers rokje. Ze moeten het strand op lopen en doen alsof ze op vakantie zijn. Als hij zijn voeten op het zand zet, weet hij dat hij veilig is. Eigenlijk zou hij het uit willen schreeuwen, maar dat mag niet: ze mogen niet opvallen. 'Ik heb gedaan alsof we een gesprekje voerden', zegt Osama.

Papa

Ze zijn op het Griekse eiland Kálimnos, vlak bij Kos.

Snel na hun aankomst, melden ze zich bij de Griekse politie.

Met een binnenlandse boottocht reist hij vervolgens naar Athene, waar hij na dagen rondvragen een smokkelaar vindt die een paspoort voor hem wil maken. Hij wil naar Nederland, het land waar de kans op een goed leven het grootst is.

Twee pogingen - met een Italiaans en een Belgisch paspoort - mislukken. Maar de derde is raak. Met een Litouws paspoort belandt hij op een vliegtuig naar Amsterdam, vanwaar hij uiteindelijk zal terechtkomen in een asielzoekerscentrum in Leersum.

Pas als ze opstijgen, weet hij het zeker: hij heeft het gehaald. Zittend in zijn vliegtuigstoel huilt hij. Geluidloos.

In Syrië zegt zijn babydochter diezelfde maand haar eerste woordje: 'Papa.'

Omwille van de veiligheid van zijn gezin wordt de achternaam van Osama niet vermeld en is hij onherkenbaar in beeld gebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden