Verdwaald in de ruimte op rechts

De LPF denkt aan een herstart, Geert Wilders droomt van een nieuwe rechtse beweging. Dat deden er meer. Dromen die vaak niet uitkwamen....

Het Nederlandse politieke bestel heeft met zijn lage drempel altijd ruimhartig onderdak geboden aan nieuwkomers, al bleven zij meestal maar kort. Het was in de meeste gevallen niet de kiezer die de partij in de steek liet, maar de partij die de kiezer al snel vergat in de interne strijd om de macht. D66 is in dat opzicht de uitzondering die de regel bevestigt.

Draaide het bij vroegere afsplitsingen in het linkse kamp meestal om de zuiverheid van de leer, bij rechts wreekte zich juist vaak het ontbreken van een enigszins uitgewerkte maatschappijvisie en ventileerde men eerder een afkeer van 'de politiek'. Voor zover extreem-rechts zich wel een duidelijk ideologisch profiel probeerde aan te meten, raakte dit al snel ondergesneeuwd onder de rancune, verongelijktheid en het onderlinge wantrouwen dat in deze kringen hoog lag opgetast, ingredien die overigens ook bij andere rechtse nieuwkomers ruimschoots voorhanden waren.

De eerste naoorlogse politicus die met succes de populistische kaart speelde, had niet meer kunnen verschillen van Pim Fortuyn. Hendrik Koekoek was de zoon van een pluimveehouder uit Drente, waar de boeren volgens een gezegde waren 'gewrocht uit turf, jenever en achterdocht'.

De door hem eind jaren '50 opgerichte Boerenpartij teerde in de eerste plaats op het verzet tegen het Landbouwschap, een corporatistisch orgaan dat als doel had door gezamenlijke belangenbehartiging de Nederlandse landbouw te verbeteren. Aan alle boeren werd daartoe een heffing opgelegd, wat op groeiend verzet stuitte.

Na een bescheiden entree in enkele gemeenteraden, volgde begin jaren zestig een plotselinge doorbraak. Toen steeds meer boeren weigerden te betalen, besloot het Landbouwschap in maart 1963 een voorbeeld te stellen en de bezittingen van drie weigerachtige boeren in Hollandsche Veld te verkopen. De zaak liep danig uit de hand.

'Met de blanke sabel, gummilatten en karabijnkolven werd de rumoerige massa over de weilanden verspreid', aldus het Algemeen Handelsblad.

Bij de daarop volgende verkiezingen maakte de Boerenpartij met drie man zijn entree in de Tweede Kamer, waar Koekoek regelmatig de lachers op zijn hand kreeg met zijn afkeer van iedere vorm van intellectualisme. Hoe groter het din waarmee hij werd bejegend, hoe groter zijn aanhang, zo leek het.

Door de grote toeloop werd nog wel eens nagelaten iemands antecedenten na te trekken. Zo kwam in 1966 ir. H. Adams voor de Boerenpartij in de Eerste Kamer. Toen hij voor het eerst het woord wilde nemen, stapte VVD-senator J. Baas op hem af en deelde de verbouwereerde afgevaardigde een rechtse directe toe. Baas verklaarde getioneerd dat Adams een NSB'er was geweest die hem in de oorlog had willen aangeven. Die beschuldiging bleek niet terecht, maar Adams' symphatie lag duidelijk niet bij het verzet.

Koekoek overspeelde zijn hand door terug te slaan met ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van prominente VVD'ers. Het zou ertoe leiden dat ook in eigen kring twijfels begonnen te rijzen aan het leiderschap van Koekoek. Na een reeks ruzies en afsplitsingen stierf de partij begin jaren '80 een zachte dood.

Ondertussen zag Nederland ter rechterzijde nog een andere partij komen en gaan. In september 1970 presenteerde de Nederlandse Middenstands Partij (NMP) zich. Van alles wat bij de Boerenpartij fout ging, zou de NMP een herhaling te zien geven, maar dan versneld afgedraaid.

'Als wij (. . .) niet meteen een flink aantal zetels halen, stoppen we ermee', verkondigde voorzitter A. te Pas in de Volkskrant. Het werden er twee. Aan stoppen dacht echter niemand meer, wel aan wie die zetels zou gaan bezetten. Splijtzwam was de Vordense ondernemer Jac. de Jong, die als sterke man op de achtergrond niet van zins was op de achtergrond te blijven en door een koehandel met Te Pas gedaan kreeg dat de nummer twee op de lijst het veld ruimde. Te Pas werd fractievoorzitter, maar De Jong zou het woord voeren. Een constructie die er tijdens het eerste optreden in de Kamer toe leidde dat Te Pas zich van een standpunt onthield 'omdat de heer Jde Jong uit Vorden niet aanwezig was'.

Het zou niet meer goed komen met de NMP.

In de jaren negentig herhaalde dit scenario zich nogmaals bij de opkomst en ondergang van het Algemeen Ouderenverbond. Het elkaar verdachtmaken bleek niet aan leeftijd gebonden.

DS'70 was als afplitsing van de PvdA een geval apart. De partij hoorde onmiskenbaar in het rechtse kamp thuis, maar was historisch gezien nog een product van de oude richtingenstrijd binnen links. Met acht zetels en deelname aan het kabinet-Biesheuvel maakte de partij een vliegende start. Maar na een jaar al stond DS'70 na een heftig conflict in het kabinet weer op straat. Het was ook meteen het moment dat het verval intrad, versneld door conflicten over het solistische leiderschap van W. Drees jr. en de koers van de partij.

Hoe moeilijk het is aan dit mechanisme te ontsnappen, demonstreert de LPF. Wilders kan nog terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden