Verdringen op de arbeidsmarkt

Even leek verdringing op de arbeidsmarkt verdwenen. Maar nu? Er zijn 414 duizend werklozen en met steeds minder banen te vergeven....

Nieuw zijn ze niet, de verschoppelingen van de huidige arbeidsmarkt.

Gehandicapten, chronisch zieken, allochtonen, schoolverlaters en niet in de laatste plaats ouderen hebben het moeilijk. Nu het economisch tegenzit al helemaal. Vooral de werkloosheid onder schoolverlaters, pas afgestudeerden en ouderen loopt snel op, blijkt uit recente cijfers van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Zij lijken de sluitposten van de arbeidsmarkt.

Hebben alle inspanningen om lastig bemiddelbare groepen aan werk te helpen geen zin gehad? Minder fortuinlijke banenzoekers op internetfora als Ikwilwerken. nl weten het antwoord: geef werkgevers ruime keus en ze willen weer de hoogopgeleide blanke man van 25 jaar met een jarenlange werkervaring, mopperen ze.

Maar wie verdringt wie? En is dat oneerlijk? De baan van de één vormt immers de afwijzing voor de ander. Vooral hoger opgeleiden zouden de banen van minder geschoolde werknemers inpikken. Wie geen baan kan vinden op zijn of haar opleidingsniveau solliciteert immers 'naar beneden'. Toch loopt het met die verdringing niet zo'n vaart, bleek al in 1997 uit onderzoek van Sociale Zaken. Bij het aannemen van sollicitanten met een hogere opleiding dan strikt nodig, blijken factoren als persoonlijkheid, ervaring en verwachte productiviteit veel belangrijker.

De ontgroening van de beroepsbevolking dwingt in ieder geval tot een andere kijk op oudere werknemers. Het kabinet heeft al bepaald dat mensen van 57,5 jaar of ouder weer moeten solliciteren en dat werkgevers die 57,5-plussers ontslaan voortaan moeten meebetalen aan de WW-uitkering van hun gewezen senioren.

Maar dit brengt betaald werk nog niet binnen bereik van oudere werklozen. Sterker, de overheid zelf zal de komende tijd vooral oudere ambtenaren de deur uit werken om zo ontslag onder jongere ambtenaren te voorkomen.

Van de bemiddelaars van het CWI hoeft de oudere werkzoekende ook al weinig steun te verwachten. Sinds kort krijgen jongeren er officieel voorrang. Reden? De beperkte werkcapaciteit van de centra.

Een veertigplusser die zijn beklag doet op internet wijt de gebrekkige dienstverlening aan bureaucratie. 'Ik ben vijf keer op bezoek geweest bij het CWI en het UWV om aanspraak te maken op WW. De tijd die in dit traject werd verspild, is verbazingwekkend. Elke keer moesten de medewerkers het scherm met persoonsgegevens opnieuw invullen en nu willen ze mij vertellen dat er geen tijd is om oudere werklozen aan een baan te helpen?'

Het Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie constateert met hem dat ouderen het dit jaar zwaarder hebben gekregen op de arbeidsmarkt. Het aantal meldingen van leeftijdsdiscriminatie bij sollicitaties neemt sterk toe. Eenderde van de oudere werkzoekenden wordt door uitzendbureaus niet eens meer in het bestand opgenomen. Vergeleken met zomer 2002 is alleen al het aantal werkzoekende 60-plussers met 82 procent toegenomen, blijkt uit gegevens van het CWI.

Gespecialiseerde uitzendbureaus zien oudere werknemers toch graag komen. Er zijn weliswaar minder opdrachten te vergeven. Maar, zegt Patricia Heerkens, directeur van Oudstanding, ouderen hebben een grotere kans op tijdelijk werk en moeten zich niet blindstaren op een vaste aanstelling. 'Voor een vaste baan kiezen werkgevers nog altijd liever voor een jongere werknemer. Het besef dat we met z'n allen langer moeten doorwerken, groeit bij werkgevers. Toch zijn oudere werknemers nog niet helemaal geaccepteerd op de werkvloer.'

Volgens Heerkens zit gedateerde beeldvorming haar doelgroep in de weg. Ouderen zouden eerder en langer ziek zijn en een lagere productiviteit hebben. Uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) komt naar voren hoezeer dat belabberde imago afhankelijk is van economische omstandigheden.

Halverwege de sombere jaren tachtig was bijvoorbeeld nog maar 37 procent van de Nederlanders van mening dat 65-plussers net zoveel recht op betaalde arbeid hebben als jongeren.

In mei 2002, toen de bomen nog tot in de hemel rezen, was dat toegenomen tot 56 procent. Er waren immers genoeg banen. Andersom, vond men (50 procent) in 1986 dat werkende ouderen broodroof pleegden op jongeren en vond in 2002 nog maar 30 procent dat het geval.

Hoe de huidige economische malaise de meningen beïnvloedt, is niet door het NIDI onderzocht. Zal de opinie weer richting die van 1986 gaan? Harry van Dalen, onderzoeker bij het instituut, denkt van niet. 'Dit soort opvattingen worden zeker mede bepaald door de conjunctuur, maar we hebben momenteel ook te maken met vergrijzing en ouderen die mondiger zijn en veel langer fit blijven.'

Uit onderzoek dat in oktober zal worden afgerond, concludeert Van Dalen dat Nederlanders vinden dat ouderen heel goed in staat zijn te werken. Tegelijkertijd zijn ondervraagden ook van mening dat ouderen geen banen van jongeren moeten wegkapen.

'Vlak ook politiek correcte antwoorden niet uit. Vaak lees je dat dankzij de VUT ouderen plaatsmaken voor jongeren. Maar het is nooit aangetoond dat hierdoor banen voor jongeren vrij zijn gekomen. Daarvoor ligt in de praktijk de situatie op de werkvloer veel te complex.'

Dat oudere werknemers en werkzoekenden moeilijke tijden tegemoet gaan, staat volgens de onderzoeker vast. 'Net als allochtonen, daar ging het de afgelopen jaren ook steeds beter mee op de arbeidsmarkt. Maar nu is er nog weinig reden tot optimisme. Als ze eenmaal in een baan zitten dan gaat het goed. Maar om nu de stap naar de arbeidsmarkt te maken, is lastig. Werkgevers vervallen nu weer in oude arbeidsmarktgewoonten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden