Verdriet

Aan het einde van de middag ging ik stemmen. Het regende, en dat had het de hele dag gedaan...

Sociaal-democratisch weer.

Om onduidelijke redenen was mijn stembureau verhuisd. Deed ik mijn democratische plicht tot dusver in de gymnastiekzaal van een lagere school, nu moest ik naar een stadsdeelkantoor, een paar honderd meter verderop.

Sfeerloos pand.

Met naast de ingang een speciaal gekeramiekte knikkerpot in het trottoir verwerkt, want ooit leefde in het stadsdeelbestuur de gedachte via het oer-Hollandse knikkerspel de integratie van Turkse en Marokkaanse kinderen te stimuleren.

Ik bedoel maar.

In het stemhok, het rode potlood in de hand, dacht ik even aan Peter Rehwinkel. In november werd dit PvdA-Kamerlid op de dertigste plaats van de kandidatenlijst gezet. Dit leek toen nog een onverkiesbare plaats, en met slaande deuren verliet Rehwinkel de politiek, en passant huilerige interviews gevend - hij was zo laag op de lijst gezet omdat hij homo was.

Arme Peter.

Wat een vreselijke weken moet hij achter de rug hebben. Almaar hoger klom de PvdA in de peilingen, had hij nou maar gewoon zijn mond gehouden. Maar nee - angst om het eigen hachie was hem noodlottig geworden.

Tsja.

Ik dacht ook nog even aan Femke Halsema. Wat was die goed in het laatste lijsttrekkersdebat. En omdat iedereen het zo vrijelijk over het kontje van Wouter Bos heeft, mag ik nu best even zeggen dat Femke er prachtig uitzag; die afhangende schouders, dat lieve vestje, de wallen onder haar ogen, die brede heupen in die rok - verdomd, alsof ze in een aflevering van Bartje rossend aan het wasbord stond.

Wat een vrouw!

Ik maakte haar hokje rood, vouwde het stembiljet op, liet het in de bus glijden en wandelde het stadsdeelkantoor uit. Het regende nog steeds, maar twee geliefden, een jongen met een rugzak en een moderne bril en een meisje met een dopvormige muts op het hoofd, stonden naast de keramieken knikkerpot ruzie te maken, nou ja - of het ruzie was, weet ik eigenlijk niet, misschien was de ruzie al voorbij.

Verdriet was er wel.

Het meisje met het dopvormige hoofddeksel huilde. De rugzak stond er een beetje schaapachtig bij. Zijn bril stond scheef, een van de pootjes was met een veiligheidsspeld aan het montuur bevestigd.

Hij vroeg zich waarschijnlijk af of hij nou wel of niet een arm om het meisje heen zou slaan. Dat kon ze verkeerd begrijpen, daar moest hij voor oppassen. Hij kon haar beter maar even goed laten huilen, dan was ze erdoorheen. De hoop op een vrije aftocht was zichtbaar op zijn gezicht.

Het meisje huilde er ondertussen ongeremd op los. Haar hele lichaam schokte, en de tranen stroomden vrijelijk langs haar wangen. Gek genoeg kwam er geen geluid vrij, maar dat maakte het alleen maar smartelijker.

Ik passeerde.

De jongen keek me even aan. Hij wilde begrip voor de situatie, in ieder geval voor zijn standpunt. Mannen onder elkaar. Maar ik voelde meer voor het meisje dat op het punt stond in de steek te worden gelaten. Wat een ellende altijd, die liefde. Maar tegelijkertijd was ik blij dat de verkiezingen voorbij waren, dus daar zat ik even mee. Toch liet ik het verdriet vrolijk achter me.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden