Reportage Nationaal Museum Brazilië

Verdriet en woede om afgebrand museum Brazilië: ‘Misdaad tegen ons verleden en toekomstige generaties’

Luchtfoto van het door brand verwoeste Nationaal Museum in Rio de Janeiro. Foto AFP

De oorzaak van de brand in het Nationaal Museum van Brazilië is nog onduidelijk, maar de schuldigen zijn alvast aangewezen. Met jaren van bezuinigingen en achterstallig onderhoud heeft de overheid een ‘minachting voor historisch en cultureel erfgoed’ getoond.

Het plein voor het Nationaal Museum in Rio de Janeiro stroomt maandagochtend vol antropologen, archeologen, studenten en inwoners van de stad. Huilend kijken ze naar de overblijfselen van tweehonderd jaar onderzoek en kennis, van duizenden jaren cultuur en beschaving. Smeulende as. Braziliës verleden is zondagavond in vlammen opgegaan.

De oorzaak van de brand is nog onduidelijk, medewerkers spreken van losse bedrading als mogelijke boosdoener. Het museum had een (natuur)historische en antropologische collectie van 20 miljoen voorwerpen, waaronder een 11 duizend jaar oud menselijk skelet, originele documenten uit de koloniale tijd, honderdduizenden geprepareerde faunasoorten, en unieke overblijfselen van pre-Columbiaanse culturen. Er is vrijwel niets van over.

Het gebouw zelf stamt uit 1803, en heeft grote historische waarde. In 1808 betrok de Portugese koninklijke familie het paleis. Nadat koning Johan de Zesde in 1821 terugkeerde naar Portugal, riep zijn zoon Pedro de onafhankelijkheid uit, kroonde zichzelf tot keizer van Brazilië en bleef in het paleis wonen. Sinds 1818 doet een deel van het gebouw dienst als Koninklijk Museum, in 1946 kwam het museum onder beheer van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro (UFRJ).

Uniek materiaal

Medewerkers van het museum en onderzoekers van de universiteit proberen zondagavond wanhopig delen van de collectie te redden. Bioloog Paulo Buckup komt met bakken vol geprepareerde weekdieren het brandende gebouw uitgerend. ‘Dit is uniek materiaal’, aldus Buckup tegen lokale media. ‘Deze exemplaren zijn gebruikt voor de originele beschrijvingen van soorten.’

Maandag rond het middaguur breekt tumult uit. Studenten en medewerkers van de universiteit willen het terrein van het museum op, maar worden tegengehouden door de politie. Er ontstaat een spontane demonstratie. Tegen president Michel Temer, die de overheidsuitgaven voor twintig jaar heeft bevroren, en rigoureus heeft gesneden in de budgetten van onderwijs, cultuur en onderzoek. De politie reageert met geweld, traangas en pepperspray.

In juni vierde het museum zijn tweehonderdjarig bestaan, maar er was weinig reden voor feest. Sinds 2015 ontvangt het museum nog maar 60 procent van de financiering die nodig is om het gebouw te kunnen onderhouden. Verschillende zalen waren al gesloten wegens geldgebrek. Termieten hadden ernstige schade toegebracht aan de installaties en het museum had geen werkende brandinstallatie. De directie smeekte al jaren om meer geld.

Aangekondigde catastrofe

Het is de tragiek van een aangekondigde catastrofe. ‘Dit komt niet als een verrassing’, aldus Roberto Leher, directeur van de UFRJ. ‘Zonder onderhoud raken historische gebouwen in verval.’ Ook Sérgio Suiama, binnen het Openbaar Ministerie verantwoordelijk voor nationaal erfgoed, legt de schuld bij de overheid: ‘Dit toont de minachting voor historisch en cultureel erfgoed’, zei hij. ‘Het is alsof je het Brits Museum of het Louvre in ellende laat afglijden.’

Deelstaat Rio is bankroet, onder meer vanwege de hoge kosten van de Olympische Spelen van 2016. Aan de vooravond daarvan zijn miljoenen geïnvesteerd in stadsvernieuwingsprojecten, vooral bedoeld om toeristen te behagen. Zo werd er in het opgeknapte havengebied voor 50 miljoen euro een modern wetenschapsmuseum gebouwd, het ‘Museum van Morgen’. Honderden andere Braziliaanse musea waren toen al (deels) gesloten wegens gebrek aan onderhoud.

De tekorten in de openbare voorzieningen van Rio werden ook zondag pijnlijk zichtbaar. De brandweer arriveerde vrij snel bij het Nationaal Museum, maar de brandkranen bleken niet te werken en de druk op de brandslangen was te laag. De brandweerlieden pompten uiteindelijk water uit een nabijgelegen meer, maar verloren kostbare tijd.

‘Hoe gaan we dit aan de volgende generaties uitleggen?’, vraagt columnist Marcos Gonçalves zich af. ‘Hoe leggen we hen uit dat we het oudste museum van het land in as hebben laten opgaan?’ Collega-columnist Bernardo Mello Franco is minstens zo ontdaan: ‘Een land dat zijn eigen geschiedenis vernietigt, sterft een beetje’, schrijft hij. ‘De tragedie van zondag is een soort nationale zelfmoord. Het is een misdaad tegen ons verleden en tegen toekomstige generaties.’

VIJF TOPSTUKKEN VAN HET NATIONAAL MUSEUM IN RIO DE JANEIRO

De nooit geopende sarcofaag van Sha-amun-en-su, de zingende priesteres van de Tempel van Amon in het Egyptische tempelcomplex van Karnak. De Portugese vorst Pedro I, die van 1822 tot 1831 als keizer heerste over Brazilië, kocht in 1826 op een veiling een grote hoeveelheid Egyptische objecten van de Italiaanse handelaar Nicolau Fiengo. Daarna werd de collectie steeds verder uitgebreid. De sarcofaag, vermoedelijk uit de achtste eeuw voor Christus, is in 1876 door de Egyptische gouverneur Ismail Pasha geschonken aan Keizer Pedro II (r. 1831-1889).

De Bendégo-meteoriet, ontdekt in 1784 door een herdersjongen nabij het hedendaagse stadje Monte Santo. Dit kolossale object van 5.260 kilo, die qua vorm sterk doet denken aan een asteroïde, is de grootste ijzeren meteoriet ooit gevonden in Brazilië en was sinds 1888 te bezichtigen in het museum.

Antropomorfische vaas die een zittende man afbeeldt, afkomstig uit de Santarém cultuur, circa 1000-1400 na Christus. Het museum bezat een collectie van meer dan negentigduizend inheemse objecten uit het prekoloniale Brazilië. De Santarém- of Tapajóscultuur, vooral bekend om haar keramiek, stierf kort na de Europese verovering van het Amazonegebied uit.

Een Romeinse fresco uit Pompeii van de eerste eeuw na Christus, waarop een zeedraak en dolfijn staan afgebeeld. Theresia van Bourbon-Sicilië, die in 1843 trouwde met Keizer Pedro II van Brazilië, nam uit Italië een grote hoeveelheid objecten mee die waren opgegraven bij Herculaneum en Pompeii, de oude Romeinse steden die bij de vulkaanuitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus onder as bedolven werden. De keizerin bleef de collectie Griekse- en Romeinse oudheden uitbreiden tot de val van het Braziliaanse rijk in 1888. Het hier afgebeelde fresco werd oorspronkelijk gebruikt ter decoratie van de Tempel van Isis in Pompeii.

Een ‘gekrompen hoofd’, geprepareerd door de inheemse Jivaro’s uit Peru en Ecuador. Deze beruchte koppensnellers uit de regenwouden van het Amazonegebied mummificeerden hun afgehakte hoofden en droegen ze vermoedelijk aan hun riem als trofee om de vijand mee af te schrikken. De hoofden werden ook voor rituele doeleinden gebruikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.