Verdomhoek van allure

WE STUDEERDEN NOG, toen ik mijn vriend op zijn etage aantrof, nerveus ijsberend. Na mij verwachtte hij écht bezoek: een meisje....

Daar moest ik aan denken, toen ik dinsdagavond naar de Sint Bavo in Haarlem toog om een orgelconcert bij te wonen. In de dagen ervoor sprak ik er geen mens over. Er rust, zo merkte ik, een taboe op het orgel, dat de liefhebber tot zelfcensuur drijft. Lang geleden nam mijn vader mij wel mee als Feike Asma of Piet Kee ergens concerteerde. Ik vond het geweldig. En zweeg er vervolgens ook toen al over.

Zolang het om buik-, mond- of draai- gaat, is het gezellig inhaken geblazen. Maar als het kerk- is, geeft haast niemand thuis. Het orgel zit in de kast, en de orgelfan in het verdomhoekje. Voor je het weet, word je voor een gedroste kloosterling of hoogst vrome ziel versleten. Wie op pijnlijke stiltes in een groepsgesprek uit is, moet vooral over kerken, orgels en concerten een boom proberen op te zetten. Met zo'n onderwerp zal geen scribent ooit horden lezers vangen. Zet een plaatje van een orgel boven je artikel, en je kan het vrijwel zeker schudden. De enige redding is dan de lezer op het verkeerde been zetten door over iets heel anders te beginnen, en in de openingsalinea bijvoorbeeld de naam George Baker twee keer te laten vallen. Maar in de volgende zul je toch niet om het orgel heen kunnen. En weg zijn je lezers.

Zodat ik hier aangekomen precies weet wie er nog over zijn. Zij waren er namelijk ook, dinsdag. Liefst tweehonderd luisteraars in een verdomhoek van allure, door kroonluchters verlicht, die vanouds 'Jan Met De Hoge Schouders' heet, zoals de geboren Haarlemse Tiny links van mij toelichtte. Aan mijn andere zijde zat een man met bodywarmer en oorbel, en vóór mij een heer met teenslippers; niets deerde meer toen stadsorganist Jos van der Kooy op het Christian Müllerorgel (1738) begon. In een uur tijd liep hij acht eeuwen door, en met meesterhand hengstte hij door alle registers.

De opening was voor vier Duitse barok-componisten. Onder hen natuurlijk Bach. Ter vermaning schreef Van der Kooy daarom in het programma: 'We moeten niet uit het oog verliezen dat de anderen (Lübeck, Pachelbel en Nikolaus Bruhns) nauwelijks of geen weet hadden van J.S. Bach.' Dat scherpte het gehoor voor het gedonder van Bruhns, en de reikwijdte van de variaties die Pachelbel ons bereidde. Van der Kooy liet de pijpen vervaarlijk piepen.

De rondleiding door de eeuwen ging tot aan Daan Manneke (1939) van wie het tien jaar oude 'Organum' zowel de organist als het gehoor aan het experimenteren bracht. 'Niks voor mij', bromde de bodywarmer ineens in mijn rechteroor: 'Net een abstract schilderij. Hier een klodder, daar een klodder.' Maar de orgeltoon waarmee Manneke zijn stuk afrondde was van een verzoenende schoonheid.

Als om zich te verzekeren van applaus speelde Van der Kooy het concert ten einde met de 'Suite Gothique' van Léon Boëllmann (1862-1897), laverend tussen kalm en krachtig. 'Van wie is dit?', siste de oorbel, steels op mijn programma blikkend. 'Boëllmann? Dacht ik al. Ik heb zó'n stapel cd's thuis.' Die hoefde je niks wijs te maken.

Onder de grote pijp geheel rechts kwam het hoofd van Van der Kooy en een deel van zijn schipperstrui te voorschijn.

Vierhonderd handen klapten allegro in zijn richting.

Arjan Peters

Orgelconcerten in de Grote of St. Bavokerk, Grote Markt Haarlem, op 1, 8, 15 en 22 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden