Verdient Michel Butter toch een ticket naar Rio?

Marathonloper Michel Butter heeft de olympische limiet vorig jaar op een haar gemist: 8 tellen na 42 kilometer. Moet NOC*NSF ruimhartig zijn en hem toch naar Rio sturen?

Michel Butter (nr. 22) tijdens de marathon van Amsterdam, vorig jaar.Beeld Klaas Jan van der Weij

Menig atletiekliefhebber ziet Michel Butter op de Olympische Spelen graag meedoen aan de marathon. Bijna 11 duizend personen tekenden de online-petitie die hardloopster Hedwig van Bree drie weken geleden opstelde na het zien van de VPRO-documentaire waarin Butter de strenge kwalificatielimiet van 2.11.00 slechts misliep met 8 seconden.

Butter heeft na enige aarzeling een dossier samengesteld waarin hij bepleit dat voor hem een uitzondering moet worden gemaakt, naar zijn zeggen op verzoek van NOC*NSF. 'Het komt erop neer dat die deur zeker nog openstaat', zei hij tegen de atletieksite Losser Veter. Topman Maurits Hendriks beslist uiteindelijk of hij wel of niet deelneemt.

Hoe liggen zijn kansen? Gezien de historie niet erg goed. NOC*NSF houdt doorgaans vast aan de limieten. Ze zijn met een duidelijk uitgangspunt geformuleerd: een sporter moet in Rio de Janeiro kans maken op een klassering bij de beste acht.

Vier jaar geleden miste marathonloopster Miranda Boonstra de richttijd onder moeilijke weersomstandigheden ook op 8 seconden. In een kort geding trachtte ze aan te tonen dat de selectieprocedure van NOC*NSF onzorgvuldig was geweest, maar de rechter wees haar eis tot olympische deelname in Londen af.

Ook Butters positie op de wereldranglijst maakt zijn zaak niet sterker. Nu de belangrijkste voorjaarsmarathons zijn gelopen, staat hij 38ste op de geschoonde lijst over 2015 en 2016 (drie atleten per land, het aantal dat per land mag deelnemen in Rio). Zijn 2.11.08 mag dan een Europese toptientijd zijn, naast Kenianen, Ethiopiërs en Japanners zijn er nog veel andere atleten sneller dan hij.

Toch zijn er ook redenen te bedenken die Hendriks mild kunnen stemmen. Voor Butter pleit bijvoorbeeld dat hij, anders dan Boonstra, al een keer flink sneller is geweest dan de olympische limiet. In het najaar van 2012 dook hij als derde Nederlandse loper onder de 2.10, met 2 seconden. Dankzij die tijd geldt hij als Nederlands beste actieve marathonloper. Over zijn aanleg hoeft dus geen twijfel te bestaan.

Butter komt over de finish tijdens het NK marathon in Amsterdam.Beeld anp

Daarnaast zijn marathonkwalificaties haast per definitie oneerlijk. Het weer heeft veel invloed op de eindtijd. Vanwege de extreme belasting van de discipline heeft een loper in twee jaar tijd hooguit driemaal de kans zich te kwalificeren. Butter kwam in Amsterdam in moeilijke weersomstandigheden tot 2.11.08. Per kilometer was hij 0,2 seconde te traag. Anders gesteld: op elke 3 minuten was hij een knipoog te langzaam.

Het vereiste niveau heeft Butter dus, mits hij gezond is. Door blessures was hij tweemaal niet in staat een limietpoging te doen, meest recentelijk in Rotterdam. Daar komt bij dat de Nederlandse limiet naar verhouding streng is. In veel Europese landen was 2.11.08 ruimschoots voldoende geweest voor olympische deelname. Atletiekfederatie IAAF vindt 2.19 zelfs genoeg. In Rio de Janeiro doen dus veel atleten mee die minder goed zijn dan Butter.

Ook verschillen de kwalificatie-eisen voor Nederlandse sporters soms sterk. Tennissers hoeven op de geschoonde wereldranglijst slechts bij de beste 40 te staan (een 44ste plek zou momenteel volstaan voor Robin Haase). Voor golfers is dat de beste 36. En wegwielrennen is nog gemakkelijker. Dat wordt gezien als teamsport. De ranking per land wordt aangehouden (Nederland zevende), waardoor in theorie zelfs renners van buiten de tophonderd van de wereldranglijst in Rio kunnen meedoen.

Hoe wrang die verschillen ook zijn, Butter heeft zich er nooit over beklaagd. Dat pleit nog wel het meest voor hem. Hij heeft zich altijd laten inspireren door strenge limieten, net als zijn collega's Adbi Nageeye (wel geplaatst) en Khalid Choukoud (34 seconden te langzaam).

Adbi Nageeye tijdens de Marathon van Rotterdam.Beeld anp

Het zijn modelatleten die hun leven, zonder financiële steun van NOC*NSF, hebben ingericht om te presteren, bijvoorbeeld door langdurig onder primitieve omstandigheden in Ethiopië, Kenia en Marokko te trainen. Die mentaliteit heeft ervoor gezorgd dat Nederland drie opgeruimde marathonlopers van hoog Europees niveau heeft.

Ook nu wil Butter het liefst via prestaties bewijzen dat hij in Rio thuishoort, door op de halve marathon bij de EK atletiek in Amsterdam een snelle tijd te lopen. Het gaat tegen zijn natuur in om een verzoek om clementie in te dienen. Over zijn motivatie kan geen twijfel bestaan. Hij is bereid om de marathon van Amsterdam, in het najaar, te laten schieten voor Rio. Dat kost hem circa 50 duizend euro aan start- en prijzengeld.

De intrinsieke gedrevenheid van Butter spreekt Hendriks ongetwijfeld aan. Maar durft hij af te wijken van de rigide regels die hij zelf heeft geschapen? Misschien moet hij te rade gaan bij zijn jongere zelf. Bij zijn aanstelling, in 2008, noemde de oud-hockeybondscoach van Spanje de soepele selectiecriteria van dat land nog als voorbeeld voor Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden