Verdeel en heers in Amsterdam

De kleine, maar hinderlijke verschillen tussen de verschillende deelraden in Amsterdam zijn al jaren voer voor eindeloze discussies. Lijden de lokale bestuurders aan regelneverij?...

JAAP HUISMAN

Van kleine besluiten en hun grote gevolgen. Toen de Amsterdamse programmaraad vorig jaar bepaalde dat het aantal televisiezenders beperkt zou blijven tot 26, met funeste gevolgen voor de Arabische zender MBC, begon er een golfje door de stad te rollen dat inmiddels is uitgegroeid tot een vloedgolf. De schotelantenne, toch al tamelijk populair bij de allochtone gemeenschap, werd in korte tijd een wijd verbreid verschijnsel. In Amsterdam nam onder de Turkse populatie het aantal schotels toe van 5 procent in 1992 tot 42 procent in 1995.

Witte pukkels op een flat.

Vrije nieuwsgaring is een heilig goed, dus mogen de Turken en Marokkanen de berichtgeving uit hun vaderland ontvangen. Maar de keerzijde is dat ze zich tegelijkertijd afzonderen van de samenleving waarin ze dagelijks verkeren. De - onbedoelde - psychologische neveneffecten moeten niet onderschat worden, vindt J. Oosterbaan, voorzitter van het stadsdeelraadoverleg èn van stadsdeel Noord. 'Neem Nieuwendam-Noord. Ineens maakt het woud van schotels zichtbaar dat dat een instroomwijk voor allochtonen is.' Zo zijn de schotels symbool van een achterstandswijk waarin de televisie de tijd moet doden. Ze bezorgen hinder omdat ze licht wegnemen van balkons en tuinen, ze worden als storend ervaren door de omwonenden en ze belemmeren de pogingen van bestuurders tot een gedifferentieerde bevolkingsopbouw in de wijk. Logisch, zeggen de stadsdelen die er de meeste last van ondervinden, dat ze voorwaarden gaan stellen en bouwvergunningen eisen. Maar geen regeling voor de hele stad, benadrukt Guusje ter Horst, wethouder bestuurszaken centrale stad, 'omdat de overlast overal verschillend is en welstandstoezicht nu eens wel, dan weer geen schotel tolereert.'

Peter Mattie, portefeuillehouder welstandstoezicht in stadsdeel Westerpark, kan zich er nog over opwinden. Zó stom dat de programmaraad stad geen Arabische zenders op de kabel heeft toegelaten, terwijl 40 tot 60 procent van de bevolking van buitenlandse komaf is. 'Dan leg je eerst dure kabels neer, krijg je toch nog schotels.'

Westerpark heeft de regelingen aangescherpt. Wie een schotel wil plaatsen, moet een vergunning hebben en leges betalen, gesteld dat de woningbouwvereniging ermee akkoord gaat. 'Want sommige corporaties weigeren een antenne op het dak, terwijl dat van ons wel weer mag.' Hoe dan ook, aan de voorkant van de woning is de schotel in het Westerpark taboe.

Westerpark wil rekening houden met zijn monumentale bebouwing, de Amsterdamse School in de Spaarndammerbuurt en een beschermd complex in de Fannius Scholtenbuurt. Dat het in het aanpalende stadsdeel toevallig anders is geregeld, dat moet dan maar zo. 'Er mag best verschil zijn tussen het ene en het andere stadsdeel', vindt Mattie.

Toch zijn die kleine, soms hinderlijke, soms onbegrijpelijke verschillen tussen de stadsdelen al jaren voer voor eindeloze discussies. Lijden de lokale bestuurders aan regelneverij? Willen ze zich waarmaken ten opzichte van de centrale stad? Wie de kleine berichten over bepaling zus en bepaling zo leest in de nieuwsbladen, zou gemakkelijk tot die conclusie komen, maar de realiteit is minder bars. Rob van Veelen, secretaris van het overleg tussen de stadsdeelraden, denkt dat per saldo het aantal regels niet substantieel is toegenomen, maar ook niet minder is geworden.

De groei is wel toegenomen in de handhaving van de regels die de leefbaarheid betreffen. Het terrassenbeleid, het opruimen van de hondepoep en ander openbaar onderhoud, het veiligheidsvraagstuk, de inrichting van de openbare ruimte, dat zijn nu de onderwerpen waaraan elk stadsdeel zijn eigen definitie probeert te geven. En dus ontstaan daar soms de verschillen. 'Moeten we soms een eenheidsworst worden?, vraagt Oosterbaan (Amsterdam-Noord) zich af. 'Nee toch! Wij willen de horeca uitdrukkelijk stimuleren. Terwijl in een aantal andere stadsdelen het omgekeerde geldt.'

Vijftien jaar geleden werden de eerste stadsdeelraden geboren in Amsterdam: Osdorp en Noord. De kritiek uit die beginfase was ongezouten, en kan samengevat worden onder de noemers 'dorpspolitiek', 'amateurisme' en 'een bezigheidstherapie voor bejaarden'. Oosterbaan wijst fijntjes op een ander punt. 'Tien jaar zijn we bezig geweest om de begroting op orde te krijgen, die we van de centrale stad kregen. Die zat gewoon in schoenendozen vol met oude rekeningen.'

Zestien stadsdelen telt de hoofdstad nu. De binnenstad heeft een status aparte, beschikt niet over een eigen deelraad. De centrale stad heeft een vinger in de pap als het gaat om grootstedelijke projecten en bij een paar belangrijke beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, verkeersinfrastructuur en financiën. De bevolking is na de aanvankelijke scepsis bepaald opgetogen over de deelraden.

Uit recente onderzoeken en uit het stadsgesprek - een enquête met referendum-trekjes - bleken de burgers beter te spreken over het functioneren van de stadsdeelraad dan over de gemeenteraad in de centrale stad. Ook de ambtenaren in de stadsdelen konden op meer bijval rekenen dan hun collega's op het Waterlooplein. Een paspoort halen om de hoek, je pasgeborene aangeven, dat soort diensten lijken op gedecentraliseerd niveau goed te werken. 'En onze tribune in de raadszaal is beter gevuld dan die van het stadhuis', pocht Oosterbaan.

Nadat ze eerst hun eigen huis op orde hebben gebracht en op zoek zijn gegaan naar hun eigen identiteit, lijken de stadsdelen elkaar weer gevonden te hebben. De kinderziekten zijn er - voor een deel - uit. Corrie Malta, hoofd van de Nicolaas Maesschool herinnert zich nog de stroeve verhoudingen met de verse onderwijs-bestuurders en de vele ups and downs in 'haar' stadsdeel Zuid. 'Nu loopt het overleg goed, net als de samenwerking.'

In datzelfde stadsdeel klinkt een ander geluid als het gaat om het horecabeleid. De vier horeca-ondernemers aan de PC Hooftstraat voeren een niet aflatend gevecht voor het behoud van hun terrasje. Café-eigenaar Bas Lubberhuizen (café Welling, achter het Concertgebouw) kreeg vorig jaar zomer te horen dat er een ambtenaar van het stadsdeel zijn terras zou komen bemeten en 'dat hij daar niet bij aanwezig hoefde te zijn.' De ambtenaar bleek een paar stippen op het trottoir te hebben achtergelaten waarachter de bezoeker zich diende op te houden. 'Er was zodoende ruimte voor vier tot zes stoelen. Wat nu als het Concertgebouw leegstroomt?'

Nee, vertel Lubberhuizen niks over de absurde regelneverij. 'Om de hoek mochten de cafés meer stoelen neerzetten; dat was dan een proef, zei men bij het stadsdeelkantoor. Leg dat je publiek maar eens uit.' Uiteindelijk is de ongelijkheid opgeheven, hoewel de café-eigenaar nog moet lachen om de volgende passage in een aanschrijving: 'gelieve de illegaal geplaatste voorwerpen in de vorm van biertonnen met planten van de stoep te verwijderen.' Dat is dus nog niet gebeurd.

Wat de café-baas in het ene stadsdeel mag, mag zijn collega vijftig meter verderop niet, zo zuur is de praktijk. De horeca manifesteert zich hier sterk, en daar zwak, en op dat gegeven wordt de regelgeving afgestemd. De stadsdelen moeten beschouwd worden als gemeenten, met dit verschil dat de Grote Stad bijstuurt zodra er misstanden ontstaan. Guusje ter Horst komt na enig nadenken op twee gevallen waar ingrijpen nodig was. 'Slotervaart klaagde op een gegeven moment over de kosten van het speciaal onderwijs. Er staat daar een audiologisch instituut voor kinderen met gehoor- en gezichtsproblemen, dat zijn leerlingen uit de hele regio aantrekt. Toen dat instituut fuseerde met een school uit Groningen, kwam de vraag op wie dat moet financieren. Afstoten zou consequenties voor andere stadsdelen hebben. Dan moet de centrale stad als regisseur optreden.'

Een soortgelijke casus heeft in het stadsdeel Zeeburg gespeeld. 'Toen dat de schooltuinen in zijn gebied wilde opheffen, wezen de andere stadsdelen op het convenant: dat Zeeburg zich had verplicht die voorzieningen in stand te houden.' En zo betalen drie westelijke stadsdelen mee aan cultureel centrum De Meervaart (Osdorp) en heeft de centrale stad grote instituten onder haar hoede zoals een wetenschappelijk centrum in de Watergraafsmeer. De lusten en lasten worden gedeeld. Waarbij regie een onmisbaar instrument blijkt te zijn.

Dat een goed aangelegd fietspad bij de grens van de stadsdelen plotseling overgaat in een kuilenparcours, is niet de ervaring van Ter Horst. Maar wie vanuit het centrum het naburige stadsdeel inrijdt, kan verschil in onderhoud merken. Zo voorbeeldig ziet de straat er in het centrum niet uit. 'Wij in de centrale stad lopen bij het beheer en de inrichting van de openbare ruimte achter bij de stadsdelen.' Met onverholen jaloezie kijkt ze naar de keurige bestrating in de Pijp en de Cornelis Schuytstraat in Zuid. Op ander terrein juicht Ter Horst de verschillen toe. 'Een buurt met veel Amsterdamse School-architectuur vraagt een andere benadering dan de flats in Zuidoost. En toen ik een algemene regeling voorstelde dat de hondeneigenaar overal de hondepoep moest opruimen, reageerden de stadsdelen: 'maar wij hebben goten en de binnenstad niet''. Je kunt dus niet overal hetzelfde regelen.'

Kattenburg en de Jordaan, zegt Oosterbaan, zitten anders in elkaar dan Buitenveldert of de Pijp. 'Dat komt door de sociaal-geografische structuur van de stad. Dat er verschillen in de uitvoeringspraktijk voorkomen, is geen neveneffect, nee het was een beoogd doel bij de instelling van stadsdelen. Maar we moeten wel zorgen dat de samenhang in Amsterdam behouden blijft.'

Zoveel stadsdelen, zoveel wetten. Dat daarin is verdisconteerd dat er in het ene stadsdeel meer heffing betaald moet worden voor de huisvuilinzameling dan in het andere, is een logisch uitvloeisel van de bevoegdheden-toekenning, vinden de bestuurders. Ter Horst: 'Als het ene stadsdeelbestuur efficiënter en goedkoper werkt dan het andere, mag je dan als burger merken in je portemonnee.' En als Zuidoost moeilijker doet over het aanbrengen van een dakkapel dan de Watergraafsmeer, dan stoelt dat volgens hoofd volkshuisvesting A. van Lammeren ter plekke op het soort bouw in de wijk Gein III, schuine daken die bijna tot de grond toe doorlopen. 'Iedereen wil het liefst een rechte wand, karakteristiek zijn nu eenmaal die schuine kappen. Dan had men maar een ander type woningen moeten kopen. Als je dat schuine beeld wil handhaven, is er beleid nodig, omdat de nieuwe woningwet de eigenaren een tamelijk grote vrijheid laat. Met alle vaagheden van dien.'

Toch blijft het na vijftien jaar stadsdelen wennen dat Amsterdam bestuurlijk een verdeelde stad is geworden, ook al zijn er historisch gezien altijd contrasten geweest tussen wijken en bevolkingsgroepen. Van kleine besluiten en groot ongerief: bij de Hugo de Grootstraat waar Westerpark grenst aan Oud-West, kijken de 'Westerparkers' op de mupi's, de reuze-reclameborden van Publex, in Oud-West. Omdat de wethouder van D66 in Oud-West een lucratieve deal heeft gesloten met Publex over plaatsing in ruil voor onderhoud. En Westerpark kan de klachten over de stoepvervuiling opvangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden