‘Verdedig de vrijheid, maar provoceer niet’

De staten kunnen in dit tijdperk van kosmopolitisering de godsdienstvrede niet meer handhaven, meent de Duitse socioloog Ulrich Beck. Dat moeten de religies zelf doen door de vrede voorrang te geven boven de waarheid....

Ulrich Beck spreekt en schrijft in meanderende Duitse volzinnen. Toch is er één vraag die hij kortweg met ‘nee’ kan beantwoorden. Hij had nooit gedacht dat hij als socioloog ooit een boek over religie zou schrijven.

Al in 1905 verklaarde de befaamde Duitse socioloog Max Weber dat de wereld ‘onttoverd’ werd door de moderne wetenschap. Nadien geloofden generaties van sociologen in de zogeheten seculariseringsthese: moderne mensen hebben God niet meer nodig om de wereld te verklaren, religie is een relict uit vervlogen tijden.

Maar ruim honderd jaar na Weber lijkt de wereld ‘hertoverd’. West-Europa is een eilandje van secularisering in een zee van religie. En op het oude continent lopen de kerken weliswaar leeg, maar zijn mensen volop bereid tot geloven, in Tibetaanse klankschalen of tarotkaarten.

Angstwekkender is de terugkeer van de religie – het Amerikaanse evangelische christendom, maar vooral de islam – aan het politieke front. De dreiging van het islamitisch terrorisme past precies in het idee van de ‘risicosamenleving’, waarmee Ulrich Beck in de jaren tachtig wereldberoemd werd. De maatschappelijke strijd draait niet meer om de verdeling van de welvaart, schreef Beck destijds, maar om de verdeling van risico’s. Beck doelde destijds vooral op de dreiging van nieuwe technologieën, zoals genetica en milieurampen – de nucleaire wolk van Tsjernobyl gaf zijn werk een enorme impuls.

Maar de ‘risicosamenleving’ bleek een succesvolle sociologische soundbite, die zich moeiteloos liet invullen met nieuwe gevaren, zoals de economische gevolgen van de globalisering of het terrorisme. Telkens opnieuw wordt de hedendaagse mens bedreigd door gevaren die zowel van binnenuit als van buitenaf komen. Zulke mondiale problemen kunnen niet meer worden opgelost door de democratische natiestaat, aldus Beck. Daardoor verliezen ook de burgers van die staat hun politieke greep op de wereld, hetgeen tot gevoelens van onzekerheid en angst leidt.

In zijn nieuwe boek Der eigene Gott analyseert Beck de risico’s van religie. Hij ontwaart een clash of universalisms: het christendom, de islam, maar ook de seculiere filosofie van de Verlichting geloven in de universele geldigheid van hun denkbeelden. In onze kosmopolitische wereld zijn deze ‘universalismen’ niet meer territoriaal gescheiden. Het seculiere Europa heeft een grote moslimbevolking, terwijl het Westen zijn waarden naar het Midden-Oosten en Afghanistan probeert te exporteren. Ook Beck heeft geen sluitend antwoord op de vraag hoe de conflicten die hieruit voortkomen beheerst kunnen worden. In Der eigene Gott doet hij wel een paar suggesties. Religie moet een privézaak zijn, zegt hij. Ieder moet zijn eigen God beschouwen als een persoonlijke bron van inspiratie, niet als leverancier van dogma’s die aan anderen opgelegd kunnen worden. Daarnaast pleit hij voor een tolerantie die niet de waarheid dient, maar de vrede. Christenen, moslims, atheïsten en andersdenkenden moeten elkaar vrij laten, zolang zij niet tot geweld oproepen.

Ulrich Beck is hoogleraar aan de Ludwig Maximilians Universität in München. Hij werkt in een statig pand uit de keizertijd, net buiten het centrum van de stad. Het is een grote, fors gebouwde, joviale man, wiens blonde haar inmiddels grijs is geworden.

De sociologische seculariseringsthese was een grove versimpeling van de werkelijkheid, zegt hij. Sociologen zetten het moderne individualisme af tegen het collectivisme van de traditionele godsdiensten. Beck: ‘De zaak is echter veel complexer. Ook de leden van de kerken hebben een proces van individualisering doorgemaakt. Binnen de traditionele religies is het soevereine zelf uiteindelijk de instantie die over geloofsvragen beslist. Een radicaal voorbeeld: het zeer katholieke Polen heeft de hoogste abortuscijfers van Europa. Buiten de kerken bestaat een grijs gebied van esoterie en New Age. Die nieuwe religiositeit wordt juist gestimuleerd door de moderniteit en individualisering. Mensen worden onzeker door het verdwijnen van tradities, maar zoeken toch naar antwoorden op existentiële vragen. Daarom mengen ze allerlei religieuze ideeën door elkaar.’

Maar hoe past de opmars van een dogmatische religie als de islam in dit beeld?

‘Islam als enkelvoud bestaat niet. Islam is meervoud: er zijn talloze varianten en schakeringen. Maar juist in de Europese islam staat de individualisering centraal. Veel mensen denken dat de Turken de islam als traditionele godsdienst naar Duitsland verplant hebben. Dat beeld is compleet verkeerd.

‘Juist de radicale islam wordt omhelsd door jonge immigranten die in Europa zijn opgegroeid. Vaak kennen ze de religie niet en spreken ze de taal van de Koran niet. Maar ze componeren zelf hun religiositeit. Hun islam is door henzelf bij elkaar geknipt en geplakt, als product van hun Europese identiteit. ‘

Daaruit blijkt toch dat een individuele geloofsbeleving niet altijd uitkomst biedt? De eigen God kan ook boosaardig zijn.

¿Dat klopt. Individualisering alleen kan het probleem niet oplossen. Er is ook een eigen God die tot terreurdaden kan aanzetten. In mijn boek noem ik de Amerikaanse denker Thoreau, die zich tegen de slavernij verzette. Hij vond slavernij immoreel, ook als ze door een democratische staat werd goedgekeurd. De rechten van de democratie moesten gelegaliseerd worden door het recht van God. En hij, Thoreau, was degene die het recht van God kende. Dezelfde positie kan worden ingenomen door een fundamentalistische moslim. Het Westen is immoreel, dat kan hij bepalen op basis van zijn absolute overtuiging en zijn – naar eigen beleving – directe contact met God.’

Wat kan dan de oplossing zijn?

‘In elk geval werkt de traditionele oplossing niet meer. Met de Vrede van Westfalen in 1648 eindigden de Europese godsdienstoorlogen. Niet omdat de religies vrede sloten, maar omdat de staten zeiden: nu houden we op met elkaar de kop inslaan. Dit model functioneert niet meer, omdat religies niet meer van elkaar worden gescheiden in verschillende staten. Door migratie en mondiale informatiestromen schuiven zij in elkaar. In laatste instantie kan de vrede alleen worden gehandhaafd door de religies zelf. Zij moeten andere religies, maar ook het atheïsme en het secularisme tolereren. Op hun beurt moeten atheïsten en seculieren ook de vrijheid van godsdienst erkennen.’

Hoe tolerant kunnen we zijn ten opzichte van intolerante godsdiensten?

‘Wie met geweld de tolerantie negeert, kan uiteraard niet op onze tolerantie rekenen. Men kan ook niet verwachten dat wij onze voorstelling van kunst aan religieuze censuur zullen onderwerpen, of dat onze ironie begrensd zal worden door de gevoeligheid van religies. Toch geloof ik dat je religie niet bewust moet provoceren. Of je de Deense Mohammed-cartoons had moeten publiceren, is voor mij een open vraag. Je moet de vrijheid verdedigen, zonder de ander te provoceren.’

Maar het recht om te provoceren behoort toch ook tot onze vrijheid?

‘In een post-seculiere samenleving moet men ook de stem van de ander serieus nemen. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar een lange traditie van religieuze pluraliteit bestaat, was men verrast over het halsbrekende vrijheidspathos dat plotseling in Europa waarneembaar was. Deze landen zijn volwassen democratieën, waar vrijheid een centrale waarde is. Toch loopt men niet voortdurend met vuur rond.’

Maar als seculiere Europeanen kunnen we toch vasthouden aan ons eigen gelijk?

‘We leven in een tijdperk van kosmopolitisering. Dat betekent dat mensen over grenzen heen steeds meer afhankelijk van elkaar zijn. Dat zie je op alle niveau’s: de mondiale informatiestromen kennen geen grenzen meer, alle landen hebben met migratie te maken, in de economie hebben we te lijden onder de financiële risico’s die door Amerikaanse hypotheekverstrekkers zijn genomen.

‘Dat betekent dat we de ander, de vreemdeling, niet meer kunnen uitsluiten. Niemand heeft deze situatie gewild, er is in elk geval nooit democratische consensus over bereikt. Maar de ander is er simpelweg. Ik constateer dat als socioloog, niet als prediker van het kosmopolitisme.’

De politieke mode gaat een heel andere kant op. In Nederland hebben we al een partij die Trots op Nederland heet en eist dat immigranten zich aanpassen.

‘Zo’n partij bevestigt in elk geval dat de kosmopolitisering bestaat. In heel Europa bestaan zulke partijen, die deze situatie ongedaan proberen te maken. Maar dat zal niet lukken. Duitsland is al een 5-4-3-samenleving: elke vijfde burger heeft een migratie-achtergrond, elke vierde familie is binationaal, elk derde kind leeft in een binationale familie. Je kunt natuurlijk zeggen: ik wil dat niet accepteren, of ik wil die mensen wegsturen, maar dat is geen overtuigende oplossing. De mondiale onderlinge afhankelijkheid is zo ver voortgeschreden dat men zich er alleen in het hoofd aan kan onttrekken, niet in de werkelijkheid. Dat is een sociologische diagnose.’

Veel mensen hechten sterk aan hun nationale identiteit. Dat is ook een sociologische diagnose.

‘Identiteit is een centraal probleem. Identiteit wordt altijd gebruikt om je tegen anderen af te zetten, dat is kennelijk een antropologische logica. Toch heeft ook het kosmopolitisme een lange traditie. Het komt uit de Griekse filosofie en stond centraal in de Verlichting. In het kosmopolitisme versmelten twee elementen, kosmos en polis. De kosmopoliet zweeft niet vrij door de ruimte. Hij heeft duidelijk plaatselijke wortels. Tegelijkertijd maakt hij deel uit van een groter verband. Je kunt Duitser en Europeaan zijn, of Duitser en lid van de internationale wetenschappelijke gemeenschap. Of Nederlander en Fransman. Dat kan ook heel verrijkend zijn.’

Is dat kosmopolitisme niet alleen weggelegd voor een elite?

‘Helemaal niet. Natuurlijk bestaat er zo’n elite, bijvoorbeeld in de financiële wereld. Maar juist de mensen aan de onderkant hebben vaak een transnationale identiteit. In Duitsland hebben we geen Duitse Putzfrauen meer. We hebben allochtone werksters hard nodig om onze illusie van emancipatie en vrouwenrechten te handhaven.’

Maar er zijn toch ook veel mensen die in een nationaal georiënteerde gemeenschap leven?

‘Een deel van de burgers gelooft inderdaad dat zijn levenskansen zijn gebonden aan een bepaald territorium. Deze mensen zijn niet mobiel, daar missen ze ook de competentie voor. Ik zie een splitsing in de middenklasse: de lagere middenklasse is territoriaal georiënteerd en voelt zich bedreigd. Voor anderen is internationale vervlechting vanzelfsprekend. Jongeren groeien op in een kosmopolitische wereld, waarin culturele verschillen vanzelfsprekend overbrugd kunnen worden. Zij vormen internationale netwerken, door internet en het onderwijs, dat in toenemende mate transnationaal georganiseerd is. Natuurlijk zal er weerstand zijn tegen de kosmopolitisering, maar ik geloof dat die op den duur zal verdwijnen.’

Ik hoop dat u gelijk hebt.

Lachend: ‘Ik ook.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden