Nieuws

Verdachte van moord Haïtiaanse president was oud-informant Amerikaanse drugsbestrijder DEA

Zeker een van de drie Amerikaans-Haïtiaanse mannen die worden verdacht van betrokkenheid bij de moord op president Jovenel Moïse van Haïti, was ooit een informant van de DEA. Dit heeft de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst bevestigd.

De moord op president Moïse leidde tot onrust in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Beeld Reuters
De moord op president Moïse leidde tot onrust in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince.Beeld Reuters

Andere verdachten zouden in het verleden voor de FBI hebben gewerkt. De FBI wilde dit bericht maandag echter bevestigen noch ontkennen. De dienst zegt nooit mededelingen te doen over de inzet en achtergrond van informanten. Volgens CNN hebben bronnen die gebriefd zijn over het onderzoek naar de moord bevestigd dat sommige verdachten ooit informant waren van de FBI.

Volgens de DEA nam hun voormalige informant na de moord op Moïse vorige week vanuit Haïti contact op met agenten van de dienst met wie hij vroeger werkte. ‘Een DEA-functionaris belast met Haïti heeft hem verzocht zich over te geven aan de lokale autoriteiten’, aldus de dienst in een verklaring. Deze informatie werd doorgespeeld aan de Haïtiaanse regering. De oud-informant gaf zich daarna over, waarna hij werd gearresteerd.

De informanten-achtergrond van de verdachten brengt de Amerikaanse autoriteiten, in het bijzonder in Florida, opnieuw in verlegenheid. Op zondag arresteerde de Haïtiaanse politie al de 63-jarige Christian Sanon, een arts en predikant uit Florida. Hij zou volgens de politie een van de breinen zijn van het moordcomplot. Sanon, die ooit in een video zei dat hij president van Haïti wilde worden, landde in juni in een privévliegtuig op het eiland. Hij werd toen volgens de politie beveiligd door een deel van de schutters.

Moordcommando

Deze beveiligers, ingehuurd door het beveiligingsbedrijf CTU in Miami, zouden aanvankelijk alleen de opdracht hebben gekregen om Sanon te beschermen. Maar volgens het hoofd van de Haïtiaanse politie, Léon Charles, veranderde hun missie en werd het plan opgezet om president Moïsi te arresteren. Volgens de politie waren 26 Colombiaanse ex-militairen betrokken bij de moord vorige week op Moïsi.

De president werd in zijn huis doodgeschoten, zijn vrouw raakte gewond. Het overgrote deel van de Colombianen, 23, werd gearresteerd direct na de dood van de president evenals de drie Amerikaans-Haïtiaanse mannen. Nog vijf verdachten zijn volgens de politie voortvluchtig, drie anderen werden gedood bij de klopjacht op het moordcommando.

Volgens politiechef Charles namen de Colombianen direct contact op met Sanon toen de politie achter ze aan zat en ze geen kant meer op konden. Hierna zou Sanon hebben gebeld met twee personen die de architecten van het moordcomplot zouden zijn geweest. Om wie het gaat, wilde hij zondag niet zeggen.

Betrokkenheid

De autoriteiten in Colombia en Haïti richten zich steeds meer op een mogelijke betrokkenheid van Dimitri Hérard, hoofd beveiliging van het presidentiële paleis. Volgens de Colombiaanse politie reisde Hérard de afgelopen maanden naar drie landen in de regio, waaronder Colombia. Onderzocht wordt of hij mogelijk betrokken was bij het rekruteren van de oud-militairen. Ook de Haïtiaanse justitie wil Hérard aan de tand voelen.

Volgens het hoofd van de Colombiaanse politie, generaal Jorge Luis Vargas, reisde Hérard in januari, februari en in mei naar Panama en de Dominicaanse Republiek. Dit ging steeds via Colombia. Vargas zegt dat nu wordt onderzocht wat Hérard precies deed in Colombia en met wie hij sprak. De autoriteiten in Panama en de Dominicaanse Republiek is gevraagd de gangen na te gaan van Hérard toen hij in deze landen was.

Opvallend is dat geen enkele presidentiële beveiliger gewond raakte bij de inval in het huis van Moïse. Direct na de moord vroeg de openbare aanklager van de hoofdstad Port-au-Prince, Bedford Claude, om een lijst van de beveiligers die toen dienst hadden. Claude klaagde vorige week in de krant Le Nouvelliste dat hij na twee dagen de lijst nog altijd niet had gekregen van het hoofd van de presidentiële garde, Jean Civil. ‘Ik moet het hebben’, aldus de politiebaas toen. ‘Ze moeten mij laten weten waar zij waren.’

Hérard en Civil worden deze week gehoord door het Openbaar Ministerie. Ze moeten onder andere de belangrijke vraag beantwoorden hoe het moordcommando het huis van de president kon binnendringen. Vanwege de politieke onrust in het land werd Moïse zwaar bewaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden