Rechtbankverslag Handgranaat bij ADO

Verdachte van handgranaat bij supportershome ADO Den Haag: ‘Wie praat, die gaat’

Met voetbal hebben ze niets, zeggen de drie jonge Amsterdammers die de handgranaat bij het ADO-supportershome zouden hebben geplaatst. De cultuur van de straat kennen ze wél goed. 

Bij het supportershome van ADO Den Haag werd april vorig jaar een handgranaat gevonden. Ook waren er drie andreaskruizen (symbool van de stad Amsterdam) op het gebouw geschilderd. Beeld ANP

Met voetbal hebben ze naar eigen zeggen niets, de drie jeugdige Amsterdammers – twee van 18 en een van 21 – die woensdagochtend terechtstaan in Den Haag. Toch eist officier van justitie Sytske Heslinga gevangenisstraffen van twee en anderhalf jaar tegen het drietal wegens betrokkenheid bij het ophangen van een handgranaat aan de deur van het supportershome van ADO Den Haag, op 8 april.

‘Schokkend’, zegt een van de verdachten als de rechtbankpresident vraagt wat hij van het ophangen van een op scherp staande handgranaat (wel met veiligheidspin) vindt.

‘Ja, ik vind het ook schokkend’, haast de tweede verdachte zich te verklaren.

‘Levensgevaarlijk’, vindt de derde zelfs, als hem wordt gevraagd wat die granaat van het (voormalige) Joegoslavische leger had kunnen aanrichten.

‘Goed bezig’

De drie zijn het over meer eens. Ze hebben niets met voetbal. Ze hebben het stadion van ADO Den Haag met het aanpalende supportershome nog nooit gezien. Ze kennen elkaar, inderdaad, en ze vinden alle drie dat ze ‘goed bezig zijn’ met studies en werk.

Na enig aandringen van de officier van justitie en de rechter erkennen ze dat ze ‘misschien’ verkeerde vrienden hebben. Waar ze het honderd procent over eens zijn is dat ze de cultuur van de ‘straat’ (ergens in Amsterdam) goed kennen. Vandaar dat ze vaak een beroep doen op hun zwijgrecht.

‘Want wie praat, die gaat’, zegt een van de twee 18-jarigen, refererend aan onder meer de Mocro Maffia. Hij is degene die, op basis van camerabeelden, door politie en justitie wordt gezien als degene die de handgranaat heeft opgehangen. En daarnaast met rode verf drie andreaskruizen (het stadswapen van Amsterdam) heeft geschilderd. 

De achteloze bezoeker van zittingzaal F op de tweede etage van het Haagse paleis van justitie zou kunnen denken dat hij in een liquidatieproces is beland. De drie verdachten blijken op 23 april thuis door zwaarbewapende arrestatieteams te zijn aangehouden. Ze zitten nu 184 dagen in voorarrest. Ze leggen wonderlijke verklaringen af zonder met de ogen te knipperen. 

Veiligheidsredenen

Als het over de ‘personen’ gaat die op die aprilavond bij het Haagse voetbalstadion zijn gesignaleerd – door getuigen, door camera’s – dan spreken de drie liever over ‘iemand’. Geen persoon, geen naam. ‘Om veiligheidsredenen’, verduidelijkt er een. Tegen het eind van de zitting brengt een ander alleen nog maar ‘weet niet’ of ‘ik zwijg daarover’ uit. Om veiligheidsredenen.

Een stuk helderder is de lezing van het Openbaar Ministerie, al wordt die aangevochten. Op 24 februari zijn twee van de drie verdachten ook al bij het Haagse stadion gesignaleerd – twee dagen nadat in Amsterdam het beeld van de Dokwerker met gele en groene verf (de clubkleuren van ADO Den Haag) was besmeurd. ‘Dat was de verkenningsrit’, zegt de officier van justitie.

Dan, in april, is de door de 21-jarige verdachte bestuurde Mercedes van diens vader ’s avonds weer bij het Haagse stadion gezien. Op de terugweg naar Amsterdam wordt de auto nabij Schiphol bij een verkeerscontrole aangehouden. In de auto zitten de drie, dat ontkennen ze niet. Er wordt ducktape en een verfspuitbus aangetroffen.

Keurig opgepoetste kogels

Een van de drie, zo blijkt uit die controle, heeft ook nog de Wet wapens en munitie overtreden. Hij bleek in het bezit van drie keurig opgepoetste pistoolkogels. ‘Zaten in mijn jas, ja. Gevonden. Mijn moeder mocht ze niet zien.’

Volgens de officier is het verhaal duidelijk: deze drie verdachten ‘misbruikten’ de rivaliteit tussen Ajax en ADO Den Haag voor een bedreiging door middel van een handgranaat. Alleen al in Amsterdam is die modus operandi vaak toegepast, om af te persen bijvoorbeeld. De strafrechter in Amsterdam heeft in januari van dit jaar de toon gezet, zegt de officier, als het gaat om de bestraffing van dit soort gedrag: de maximale straf van twee jaar.

De verdachten krijgen het laatste woord. Ze hebben er niks mee te maken, zeggen ze. De uitspraak is 6 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden