NIEUWSMONDKAPJESFRAUDE

Verdachte mondkapjeszwendel ‘wist niet waar die 880 duizend euro vandaan kwam’

Woensdag verschenen twee verdachten van grootschalige mondkapjesfraude voor de rechter. Verdachte Eduard B. zegt van niks te weten: ‘Dat van dat geld is achteraf niet zo slim.’

Beeld ANP

In de Zwolse rechtbank blijft de rechter de antwoorden van een van de mogelijke mondkapjesfraudeurs woensdag ‘bijzonder’ vinden. Voor haar zitten twee verdachten – van elkaar gescheiden door plexiglas om eventuele coronabesmettingen te voorkomen. Het zijn de 52-jarige Eduard B. en 61-jarige Gerard M..

Begin deze maand werden ze gearresteerd op verdenking van grootschalige fraude met mondkapjes. En nu – ruim twee weken later –  staan ze al voor de rechter om hun zaak met een dossier van 1.200 pagina’s inhoudelijk te bespreken. In de wereld van de rechtspraak is dat ongekend snel.

In ruil voor 4 miljoen euro zou het tweetal – mogelijk samen met een nog mysterieuze derde Nigeriaanse verdachte - een tussenpersoon van de Duitse regering hebben opgelicht. Maar de afgesproken levering van 11 miljoen mondkapjes op 27 maart kwam er nooit, en dat terwijl de Duitser al wel 880 duizend euro als aanbetaling had overgemaakt.

Het geld stond op de rekening van B. – en van daaruit sluisde deze interieurbouwer het binnen enkele dagen door. Naar zijn medeverdachte Gerard M., maar ook naar een Afrikaanse bankrekening. Daarnaast loste B. er schulden mee af, kocht hij voor zichzelf een houtverwerkingsmachine en pinde hij grote bedragen.

Hoe zit dat?, wil de rechter weten. ‘Ik ben verzeild geraakt in een situatie waarin ik niet wil zijn’, zegt B. Volgens hem vertelde medeverdachte M. hem dat het geld van een investeerder kwam, iemand die B.’s bedrijf zou willen financieren. ‘Ik had 100- tot 150 duizend euro nodig.’

Rechter: ‘En dan krijgt u opeens 880 duizend euro op uw rekening gestort.’

B: ‘Ik had niet om zo’n groot bedrag gevraagd.’

Rechter: ‘Maar u begon wel meteen met uitgeven.’

‘Dat van het geld is achteraf niet zo slim’, erkent B. – die zelf ook met een zwakke gezondheid kampt en onlangs in de cel vreesde dat hij corona had. Maar van de zwendel met mondkapjes weet hij echt niks, benadrukt hij.

En M.? Die blijft woensdag in de rechtszaal zwijgen. Op advies van zijn advocaat. Want, stelt deze: ‘Ik wil mijn rol als advocaat graag serieus nemen.’ Maar door de voortvarendheid waarmee het Openbaar Ministerie aan de slag is gegaan, lukt hem dat niet. ‘Mijn cliënt en ik hebben maar een uur voorbereidingstijd gehad. Het is onverantwoord om de zaak nu al inhoudelijk te bespreken.’ Bovendien, stelt de raadsman, wil hij meer weten over de derde verdachte: meneer A., die naar Nigeria zou zijn vertrokken.

De aanklager is het hier niet mee eens. ‘We leven in een tijd waarin velen vrezen voor hun gezondheid en die van hun naasten.’ Om die reden heeft de aanpak van coronacriminaliteit de hoogste prioriteit, stelt hij. Wat hem betreft moet de zitting dus gewoon doorgaan.

Maar, oordelen de rechters na beraad, de verdachten hebben ook een belang. B. en M. krijgen meer tijd om het omvangrijke dossier goed door te nemen. ‘Woensdag 17 juni wordt de zaak hervat.’ En tot die tijd blijft het tweetal in de cel. ‘Er is een recidiverisico vanwege de lucratieve handel  in mondkapjes.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden