Verdachte getallen ontmaskerd

Nederlandse getallendetectives sporen wetenschappelijke wanpraktijken op.

AMSTERDAM - Erg ongerust hoeft een sjoemelende wetenschapper niet door het leven te gaan. De kans dat hij tegen de lamp loopt, lijkt onder de 1 procent te liggen. Dat blijkt uit schattingen, gebaseerd op enquêtes en het aantal opgespoorde fraudeurs.


Afgelopen dinsdag, op de International meeting of the Psychometric Society in Arnhem, kwamen vier statistici bijeen met een duidelijke boodschap: die pakkans kan omhoog. De vier getallenspeurders komen van uiteenlopende universiteiten en hebben onderzoek gedaan naar wetenschapsfraude, waaronder de affaire-Stapel.


Data verzinnen, data veranderen, de uitkomsten van een analyse bijbuigen; het pallet van de sjoemelaar kent vele kleuren. Maar statistici als Jelte Wicherts van de Universiteit van Tilburg denken met data-analyse een flink deel van die naar schatting 2 procent wetenschappelijke schuinsmarcheerders te kunnen opsporen. Onderzoekers blijken namelijk helemaal niet zo goed te zijn in het uit de duim zuigen van een stel getallen die zowel de gewenste uitkomst geven als natuurlijk ogen.


Een frauderende wetenschapper op heterdaad betrappen? Dat zal lastig worden, denkt Wicherts. 'We kunnen hoogstens aannemelijk maken dat gerapporteerde resultaten niet lijken op echte data. Maar stel: wij rekenen uit dat de kans dat de data echt zijn onder de 0,01 procent ligt - dan heb je iets uit te leggen.'


Nader onderzoek hoeft vervolgens lang niet altijd op fraude te wijzen. Echt wetenschappelijk wangedrag is het doelbewust aanpassen van gegevens en uitkomsten om het gewenste resultaat te bereiken. Maar onregelmatigheden kunnen ook duiden op slordigheden in het onderzoek - een wetenschapper ziet zo een nulletje over het hoofd.


Een ander probleem bij het aanpakken van fraude is dat een aanklacht moeilijk juridisch hard te maken is. Statistisch bewijs is niet genoeg; er moet ook een bekentenis van de fraudeur zelf of een klokkenluider aan te pas komen. Klokkenluiders lopen echter een risico door een fraudeur erbij te lappen - zeker als die een machtig man op een afdeling is.


Toch proberen universiteiten op te treden tegen fraude. Er zijn vertrouwenspersonen bij wie een klokkenluider zich kan melden. Samen overleggen ze of het verstandig is om naar de universiteitsleiding te stappen met een verdenking. Daarna begint de universiteit al dan niet een onderzoek.


Een sjoemelaar ontmaskeren is voor een universiteit niet zonder risico. Sinds door Diederik Stapel de wetenschappelijke misstanden definitief in het centrum van de publieke aandacht staan, heeft de universiteit van Tilburg er last van. Psychologen die enquêtes willen afnemen, krijgen nog steeds negatieve reacties terug.


Toch denkt Wicherts dat onderzoek naar mogelijke fraudeurs het vertrouwen in de wetenschap ten goede komt. 'Als statistici op grond van verdachte uitkomsten fraude vermoeden, moet een universiteit dit tot de bodem uitzoeken.'


De statistici hopen met hun werk aan te tonen hoe bruikbaar data-analyse kan zijn in de strijd tegen fraude. Ze zouden graag zien dat een instantie als de wetenschapsacademie KNAW de fraude-expertise die er al in Nederland is, bundelt in een commissie. Zo kunnen fraudeurs eerder gepakt worden. Daarnaast hopen ze dat er betere voorlichting over wetenschappelijk wangedrag komt.


Ondertussen is er volgens Wicherts al een kentering aan de gang. 'In Tilburg zetten promovendi hun data online, nog voordat ze hun onderzoek hebben gepubliceerd. Alles om te laten zien dat ze open onderzoek doen.' Er gloort dus hoop aan de horizon voor de eerlijke wetenschap.


Een van de trucs om met statistiek fraude op te sporen: gebruik de Wet van Benford. Deze zegt dat het eerste cijfer van getallen in verzamelde data veel vaker een 1 is dan een 7, 8 of 9. Waarom dit verschijnsel bestaat, weet niemand, maar hij doet zich op veel plekken voor: inwonersaantallen per land, beurskoersen en inkomens hebben vaker een laag begincijfer.


Om de fraude-opsporingskwaliteiten van de wet te checken, vervingen studenten getallen in een paper door verzonnen cijfers.


De verzonnen getallen hadden te hoge begincijfers, waardoor een computer precies doorhad wat de neppers waren.


Cijferwet tegen fraude

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.