Verbrandingsoven

Pixar is volgens velen niet meer helemaal wat het geweest is. Terwijl de Amerikaanse studio met zijn animatiefilms nog steeds de internationale standaard zet, heeft het bedrijf de laatste jaren iets van de status verloren die het verwierf met meesterwerken als WALL-E (2008), Up (2009) en Toy Story 3 (2010), die vandaag te zien is. De verrassing is eraf, de scenario's zijn onder invloed van moederbedrijf Disney te braaf geworden, luidt steevast de kritiek.


Bij het spannende, erg grappige en weemoedige Toy Story 3, het puntgave sluitstuk van de trilogie over het speelgoed van jongetje Andy, is van die opgelegde braafheid gelukkig niets te merken. Dik tien jaar na deel 2 heeft het de makers geen moeite gekost de wereld van Toy Story weer tot leven te wekken, vol vertrouwde en nieuwe creaties. De geslaagde grappen volgen elkaar in hoog tempo op, de beelden vol met de prachtigste details. De stemmencast, met Tom Hanks als cowboy Woody en Tim Allen als de onverschrokken astronaut Buzz Lightyear, heeft er hoorbaar zin in.


De plot heeft van begin af aan iets tragisch: Andy, te oud om met poppen te spelen, zet het speelgoed op zolder wanneer hij naar de universiteit vertrekt. Door allerlei misverstanden belandt de speelgoedploeg echter in de kinderopvang. In die griezelig georganiseerde crèche ontpopt Toy Story 3 zich als onvervalst gevangenisdrama, compleet met pikorden, chantagepraktijken en zorgvuldig uitgedokterde ontsnappingsplannen. De odyssee van de speelgoedhelden eindigt in de verbrandingsoven van de vuilnisbelt; het beste bewijs dat regisseur Lee Unkrich (Finding Nemo, Monsters Inc.) en co-scenaristen John Lasseter en Andrew Stanton weigeren een knieval te doen voor de tere kinderziel. De almaar voortdenderende helletocht zou sommige jonge toeschouwers te veel kunnen worden, maar dan toch liever een extra onsje duisternis dan de risicoloosheid en voorspelbaarheid waarmee eigenlijk alle Pixar-films van na Toy Story 3 te kampen hadden.


Toy Story 3 (Lee Unkrich, 2010)


Veronica, 20.30-22.35 uur.


Dreamgirls

(Bill Condon, 2006) Geen wonder dat Jennifer Hudson een Oscar won met haar rol in deze bewerking van de Broadwaymusical uit de jaren tachtig. Telkens als Hudson in beeld is, zuigt ze de aandacht naar zich toe, al is het maar door een schalks lachje. Hudson is een van de aspecten die Dreamgirls, geïnspireerd op de ontstaansgeschiedenis van The Supremes en Motown Records, grotendeels een feestje maken om naar te kijken. Zeker in het eerste deel klopt het allemaal: de montage is flashy, het verhaal vloeiend, de liedjes zijn aanstekelijk en over de vormgeving is tot in detail nagedacht. Helaas kan Beyoncé Knowles, de eigenlijke hoofdrolspeelster, het dramatische gedeelte van de film niet dragen; daarvoor is haar karakter te simpel neergezet.


RTL 8, 20.30-23.05 uur.


The Pacifier

(Adam Shankman, 2005) Vin Diesel beschermt de vijf kinderen van een vermoorde professor tegen terroristen. Maar dat is bijzaak. Belangrijker is de botsing tussen de getrainde militair en de ongedisciplineerde snotneuzen. Op papier deugt er niets aan The Pacifier, maar het moet gezegd, de film heeft één kwaliteit: ondanks de luiheid van de makers wekt de film geen ergernis op. Of het nu ligt aan de hardnekkig brave toon of aan het goedgehumeurde optreden van Diesel, The Pacifier is een komedie waaraan je onmogelijk aanstoot kunt nemen en die zelfs zo nu en dan weet te amuseren.


Veronica, 22.35-00.25 uur.


KEVIN TOMA

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden