Verbouwd Keramiekmuseum Princessehof is ruimer, luchtiger en toegankelijker

Afkomstig van een Chinese keizer en nu in Leeuwarden te zien: een penseelbakje in de kleur van 'de hemel na een regenbui'. Verbouwd Keramiekmuseum Princessehof is ruimer, luchtiger en toegankelijker.

Keramiekmuseum Princessehof. Foto Foto Ruben van Vliet

In Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden klinkt een vreemd geluid. Het is schel en klingelend als een carillon, zij het zonder de regelmaat van klokgebeier; onvoorspelbaar, zo klinken deze klanken. Ze maken nieuwsgierig. Als een lokfluitje trekken ze je de zalen in van het 100-jarige, pas verbouwde en heringerichte museum.

Die verbouwing was noodzakelijk, vertelt directeur Kris Callens. Het centraal gelegen, met de kont naar de statige Prinsentuin wijzende Princessehof, maakte sinds de renovatie van 2005 een in zichzelf gekeerde indruk. De verduisterde ramen en een tuin die nog het meest leek op een kruising tussen een leeg zwembad en een reusachtige kattenbak (kiezels, kiezels, kiezels) boden een weinig uitnodigende aanblik. Om de beoogde jaarlijkse 40 duizend bezoekers te trekken, besloot men vijf jaar geleden tot een grootscheepse verbouwing die afgelopen zomer begon. Architectenbureau i29 tekende voor het ontwerp. Kosten: 1,4 miljoen euro.

Facelift

Voor dat geld kreeg het museum (een kruip-door-sluip-doorcluster van panden rond een 17de-eeuws herenhuis en een 16de-eeuwse state) een ingrijpende facelift. De hoofdingang is verplaatst en een achteringang toegevoegd, er is een theesalon (met theesommelier!) met wand-brede pui die uitzicht biedt op de vernieuwde tuin. Deze en nog veel meer aanpassingen hebben het museum 'ruimer, luchtiger en toegankelijker' gemaakt, aldus directeur Callens.

Ook de opstelling van de collectie werd afgeslankt en opgeschoond. De encyclopedische inrichting van weleer, met rigide scheidslijnen tussen werelddelen en perioden, is vervangen door een overzichtelijk parcours met een verhalende inslag en een duidelijke spanningsboog.

Na een introductiezaal over het maakproces van keramiek, voert de route langs aardewerk uit China, Vietnam, Japan en Nederland in de Gouden Eeuw, om te eindigen bij art nouveau en modernisme. Ook is er een containerzaal waar curiosa als KLM-huisjes en eierschaalporselein worden getoond. Deze waar prijkt in vitrines die men al bezat en die hoog genoeg zijn voor een schoolklas om hun handafdrukken op achter te laten. Informatie wordt niet langer geleverd door 'vergeelde zaalpapieren' en 'omgekruld plastic' (Callens) maar door touchscreens langs de wand.

In Motion, Keramiekmuseum Princessehof, Leeuwarden, t/m 6/5. Ook te zien: Johan Tahon, Monk, t/m 25/11 en Floris Wubben, Design #3, t/m 25/11.

Installatie van drijvende schalen van Céleste Boursier-Mougenot. Foto Foto Ruben van Vliet

Oost en West

Het leidmotief in de opstelling is de verhouding tussen Oost en West. Aan de hand van schalen, borden, vazen, hyacinthouders en fopkannen worden de handelscontacten en artistieke kruisbestuiving geïllustreerd tussen Delft, Meissen en Lissabon enerzijds en Deshima, Arita en Jingdezhen anderzijds. Keramiek uit bijvoorbeeld Afrika en Oceanië staat er nauwelijks; een bewuste keuze, aldus Callens: 'De kracht van onze collectie ligt bij keramiek uit Eurazië. Afrikaans en Oceanisch werk is bij andere instellingen goed vertegenwoordigd.'

De realisatie van de opstelling, vertellen conservatoren Karin Gaillard en Eline van den Berg, was een fijne puzzel. De 1.500 aantrekkelijkste en historisch significantste werken selecteren uit de 30 duizend objecten die het museum bezit, dat vereiste besluitvaardigheid. Bij de samenstelling van de shortlist liet het tweetal zich niet enkel leiden door de wowfactor van de stukken, maar ook door hun evolutionaire waarde.

Van den Berg: 'Het is niet altijd het spectaculairste ding dat een ontwikkeling het best illustreert.' Op andere momenten gaven juist esthetische overwegingen de doorslag. Gaillard: 'Soms zien drie vazen er gewoon beter uit dan een.'

Gateway object

Een enkel stuk isoleerden ze als gateway object. Een mooi voorbeeld daarvan is het Ru-penselenbakje van celadon, keramiek van een groene kleur, dat ooit in bezit was van een 11de-eeuwse Chinese keizer. Het is een teer ding in die typische caledontint: een amalgaam van groen, blauw en grijs, een kleur die ooit treffend is getypeerd als 'de hemel na een regenbui'. Je kunt je prima voorstellen dat iemand zo'n bakje op zolder vindt en het als asbak gebruikt, maar het is van een zeldzame schoonheid, met craquelé dat het glazuur bedekt als fijn spinrag. Van den Berg: 'Van deze bakjes bestaan wereldwijd 79 exemplaren. Toen onlangs een vergelijkbaar stuk in Hongkong werd geveild, bracht het 37 miljoen dollar op.'

Dit exemplaar prijkt in een aparte vitrine omsluierd door een gordijn waarop een uitvergrote weergave van het craquelé is afgebeeld. Door zo'n werk te isoleren, zegt Van den Berg, benadruk je de uitzonderlijkheid ervan en worden bezoekers ertoe aangezet geconcentreerd te kijken: 'Had het in een vitrine met ander celadon gestaan, dan was het wellicht niet eens opgevallen.'

Stadspaleis

Het Princessehof is een laat-17de-eeuws stadspaleis. Begin 18de eeuw werd het bewoond door Maria Louise van Hessen-Kassel, weduwe van Johan Willem Friso, stadhouder van Friesland; later werd de graficus M.C. Escher er geboren. In 1917 opende de verzameling van de Leeuwarder notaris Nanne Ottema er voor publiek. Een bezoek kostte indertijd een kwartje.

Jaarlijks trok het stadspaleis in die tijd rond de tweehonderd bezoekers.

Naast zulke zeldzaamheden heeft het museum ook tijdelijke exposities. Zo is de jubileumtentoonstelling In Motion samengesteld door curator hedendaagse keramiek Tanya Rumpff. In Motion gaat over de Euraziatische connectie én 'de rol van keramiek in de hedendaagse kunstwereld'. Dat laatste thema lijkt een beetje een moetje, maar de selectie is sterk. Hier vindt men onder meer een 5 meter grote reuzeninktvis, een reeks trompe-l'oeilvazen van zeep, een prachtige, erotische film met porseleinen stop-motionfiguren alsook een installatie met drijvende schalen die als botsautootjes tegen elkaar tikken en daarbij (u was het alweer vergeten) een schel doch rustgevend geklingel laten horen. Hun geluid vult het museum. Wie het hoort, wil weten wat het is.

Meer over