VERBORGEN NEGATIEVEN

Tienduizenden glasplaat-negatieven uit de eerste helft van de vorige eeuw liggen opgeslagen in de Verboden Stad in Peking. Wat erop staat weet niemand....

Er zijn vele schatten in de Verboden Stad. Eén ervan is goed weggestopt in een klimaatgestuurde opslagruimte onder het Paleismuseum. Niemand heeft de schat ooit gezien: twintig- à dertigduizend onberoerde zwartwitnegatieven op glasplaat uit de laatste jaren van de keizertijd en de eerste decennia van de republiek. Fotografen en historici moeten hun ongeduld nog altijd bedwingen. 'We hebben de mankracht en het geld niet om ze te onderzoeken', zegt Hu Chui, chef-fotograaf van de Verboden Stad. 'We hebben eerst nog belangrijker taken uit te voeren, zoals de digitalisering van het Paleismuseum op onze website.'

De glasnegatieven liggen opgeslagen in kisten en kasten in een ruimte zo groot als een klaslokaal. 'Omdat ze zo kwetsbaar zijn, kunnen we ze niet tellen', zegt Hu in zijn kantoor in een voor het publiek verboden deel van de Verboden Stad. 'Maar we weten wel dat sommige nog stammen uit de tijd van de Qing-dynastie. De meeste zijn van de jaren twintig van de vorige eeuw en daarna.'

De Qing-dynastie kwam in 1911 ten val met de afzetting van de laatste keizer, de toen vijfjarige Pu Yi. Hij mocht nog tot 1924 in de Verboden Stad blijven wonen. De foto's die het Paleismuseum van hem en zijn entourage bewaart, behoren tot een collectie van vijftigduizend originele of gekopieerde glasplaatnegatieven in zwart-wit die wel toegankelijk zijn.

De meeste van deze foto's, die bewaard worden in de bibliotheek van het Paleismuseum, zijn gemaakt door onbekende fotografen. Uit een archiefdoos haalt Hu Chui voorzichtig een aantal in enveloppes gestopte glasplaten te voorschijn. De meeste zijn dertig centimeter breed. Eén voor één houdt hij ze tegen het licht.

Een negentiende-eeuwse keizer. Een paleis van de Verboden Stad. Een statige paleiszaal. Een groepje keizerlijke eunuchen. Pu Yi als jongetje. Pu Yi met zijn eerste vrouw, de 'keizerin'. En Pu Yi met zijn Schotse leraar Reginald Johnston, vereeuwigd in Bertolucci's film The Last Emperor. Volgens een recent onderzoek van de Chinese historicus Jia Yinghua heeft de 'verderfelijke' Johnston zijn pupil verwesterst en een homoseksueel van hem gemaakt.

De culturele verwoestingen die Mao's Rode Wachters aanrichtten tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976), is aan de Verboden Stad voorbijgegaan. Dat is te danken aan de rechterhand van Voorzitter Mao, Zhou Enlai, die in 1966 uit voorzorg de grote monumenten liet sluiten. Als de Rode Wachters hun zin hadden gekregen, zouden ze zeker de paleizen hebben vernietigd, het fotoarchief incluis. Waarschijnlijk zouden ze alleen het zuidelijke poortgebouw aan het Tiananmenplein hebben gespaard, omdat op het balkon de Grote Stuurman in 1949 de geboorte van de Volksrepubliek proclameerde.

De Gugong, zoals de Verboden Stad in het Chinees heet, ging in 1969 weer open, toen de ergste furie voorbij leek te zijn. Pas in 1978 kwam er voor het eerst een fotograaf in dienst, de nu vijftigjarige Hu Chui. Zijn verleden is als dat van zijn meeste generatiegenoten. Tijdens de Culturele Revolutie werd hij naar het platteland gestuurd om van de boeren een correcte revolutionaire houding te leren. Daarna werd hij fabrieksarbeider in Peking.

Voor Hu in de Gugong kwam werken, was fotografie alleen een hobby. Tegenwoordig leidt hij een fotografenteam van acht personen, die de handen vol hebben aan werk voor tentoonstellingen, catalogi, boeken en de website. Vol liefde praat Hu over zijn vak en de schoonheid van de Verboden Stad. 'Hoe langer ik hier werk, hoe indrukwekkender ze voor me wordt.'

Over zijn eigen foto's is Hu kritisch: 'Ze zijn lang niet allemaal perfect. Misschien zitten er maar heel weinig meesterwerken bij.' Zijn eerste camera in de Gugong was een tweehonderd kilo zwaar houten apparaat op ijzeren poten, waarbij de fotograaf onder een doek moest kruipen. Het dateerde nog uit de tijd van de keizerin-weduwe Ci Xi (1835-1908).

In die tijd - en vaak is dat nog steeds zo - waren de Chinezen bang voor een camera, die hen hun ziel kon ontstelen. De ijdele Ci Xi daarentegen liet zich in de laatste jaren voor haar dood graag fotograferen door Xun Ling, de zoon van een Chinese ambassadeur. Bijna alle andere foto's uit die tijd zijn anoniem.

Misschien zullen er onder de nog weggestopte negatieven grote verrassingen zitten. Maar waarom gebeurt er niets? Het technische probleem om de glasplaten met hun broze laagje te redden, kan worden opgelost, zegt Hu Chui. Het geldprobleem daarentegen is een stuk lastiger.

Geldprobleem? De toegang tot de Verboden Stad is vorig jaar verhoogd van 30 naar 40 yuan (5,45 euro, kinderen en studenten halfgeld), en een nieuwe prijsverhoging van 30 procent zit er aan te komen. Afgelopen jaar trok het complex, China's grootste toeristische attractie, zeven miljoen bezoekers. Samen brachten ze 27,2 miljoen euro in het laadje. Kan met een fractie van dat geld de collectie glasnegatieven niet worden gered?

Hu Chui: 'De helft van de inkomsten is nodig voor architectonisch basisonderhoud en het conserveren van de schatten van het Paleismuseum. De andere helft gaat naar de andere, minder bekende musea van China. De conditie van de Verboden Stad is echter zo achteruitgegaan, dat de centrale regering vanaf dit jaar nog eens honderd miljoen yuan ter beschikking stelt. Pas als de dringender taken zijn gedaan, komen de glasnegatieven aan de beurt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden