Verborgen kabouterkrachten

Biologie

*Eerder wees ik hierop tijdens een spreukbeurt in groep zeven van De Vossener.

Het huishouden roept. Meestal houd ik me Oost-Indisch doof, kinderen die vragen worden overgeslagen. Blaffende vaat bijt niet. Geef vuilnis één vinger en vuilnis neemt je hele hand. Ik heb de spreekwoorden aan mijn kant.

Bovendien is steeds alles maar meteen opvegen, terugstoppen, afwassen, opbergen, wegbrengen, uitspoelen, dichtbinden, opvouwen bijzonder onsportief jegens de kaboutertjes.

Suzy denkt dat ik denk dat kabouters bij ons thuis alles opknappen.

Dat denk ik zeker, ja. Kabouters vinden kutklussen namelijk het leukste wat er is. Kutklussen zijn 'onze grootste passie', zoals ze zelf zeggen. Soms denk ik, als ik ze vrolijk zingend met honderden tegelijk onze plee zie inglijden om remsporen 'aan te pakken', dat er tussen kutklussen en bepaalde kabouters, let wel, ik zeg expres niet álle kabouters, ik wil niemand die graag voor lul loopt met een wattenbaard stigmatiseren, iets seksueels speelt.

(Zo heb ik eens een naakte kabouter met een leren puntmutsje uit ons doucheputje gevist, compleet verstrikt in vette slierten mensenhaar, die man stonk werkelijk een uur in de wind, maar hij had wel een stijve. Kijk.)

Wat me tijdens mijn reizen vaak is opgevallen: je hebt grote mieren en kleine mieren. (Niet doortwitteren aan Freek Vonk, ik wil hier nog over publiceren.) En dan bedoel ik niet het verschil tussen groot en klein zoals we kennen uit de mensenwereld (neem ter illustratie maar even Freek Vonk zelf, zijn naam is nu toch gevallen, met op schoot dat kutzwagertje van hem, de romancier Bram Moszkowicz, et voila) - nee, ik heb het over de gigantische schaalproblemen binnen de mierenwereld.

Ooit, op vakantie in Caïro, ontmoette ik een islamitische mier die wel tien keer groter was dan zijn Nederlandse broeders, en eigenlijk was dat nog Kindergarten, want tussen het allerkleinste miertje (0,7 mm) en de allergrootste ooit (7 cm) zit een factor honderd.*

De mensheid komt hier goed weg. Ik wil er even niet aan denken, een IS-strijder zo groot als een Twin Tower. Of Bin Laden die in borstcrawl de Atlantische Oceaan oversteekt, en in z'n badpak die twee, tja, wat zijn het, detectiepaaltjes? waterpijpen? met een paar low kicks van de fundamenten trapt. (En wat te verwachten van een Chinees van 185 meter? Geen sambal bij, vrees ik.)

Maar goed, biologisch gezien lijken kabouters dus op mieren. De kleinsten doen bij ons het huishouden, omdat ze het leuk vinden, zeker, maar ook omdat ze geterroriseerd worden door het middenkader. Het Kapo-type dat Rien Poortvliet graag naverfde, ook wel: de tuinkabouter, bij het minst of geringste rondmaaiend met een vlijmscherp schepje, en alleen met stroomstoten aan het werk te krijgen. Drinken, blowen, en je kunt ze niet alleen laten met kinderen. Die van ons doet mijn belastingen. En zo nu en dan een column.

De grootste kabouters, iedereen weet dat, zijn nauwelijks kleiner dan wij. Vaak wel dikker. En meestal volledig geassimileerd, dwz. baardloos, mutsloos, woonachtig in doodgewone rijtjespaddenstoelen, en zéker geen kutklussen. Zéker niet. Ooit een kabouter in de beveiliging gezien? Achter een vuilniswagen?

Ondertussen zitten de joekels overal waar het fun is, in de sport (Van Gelder, Derksen), in de poëzie (Dijkshoorn), in de royaltyverslaggeving (Marc van der Linden), en zelfs, het moet niet gekker worden, bij De Slimste Kabouter. (Van Rossem.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.