Verborgen geschiedenis

Er is een boek, een stichting en een plan voor een canon. Ze vormen de aanzet tot een geschiedschrijving van de gehandicaptenzorg voor een breed publiek....

Vooral veel gedenk- en jubileumboeken kwamen tevoorschijn na de oproep van auteurs Max Paumen en Christa Carbo op de website van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Met uiteenlopende titels als Gouden stralen in de beschuttende tuin voor het zorgenkind of Feestelijk gehandicapt?.

Bronnen en tips zochten de auteurs, om een beginnetje te maken met de geschiedschrijving van een sector die zich tot voor kort veelal ophield in de verborgenheid van bos en lommer.

Wie zich prompt bij hen meldde, had zijn zaakjes doorgaans goed voor elkaar. Zo blijkt de vrijwilliger die het archief van het Hendrik van Boeijen-Oord in Assen beheert, de 70-jarige Johan Ubbels, te beschikken over een fijn kantoortje met archiefkasten, een flinke bak met allerhande inventariskaarten en lichtbakken waarop hij dia’s kan bekijken.

Niet overal troffen Paumen en Carbo het zo nauwkeurig en uitgebreid aan. Kartonnen dozen vol paperassen in stoffige kelders en achterafkasten waarnaar niemand omkijkt, blijken eerder maatgevend voor de stand van zaken van het erfgoed van de gehandicaptenzorg in Nederland.

Maar ‘Boeijen-Oord’ heeft dan ook wat in huis. Wat grotendeels te danken is aan de vroegere geneesheer-directeur E. Hoejenbos (1955-1984), die ‘fotogek’ was, aldus vrijwillig archivaris Ubbels in Liefdewerk en oud papier; de geschiedschrijving van de gehandicaptenzorg van Paumen en Carbo.

De inrichting voor geestelijk gehandicapten in Assen, die in 1988 landelijke bekendheid kreeg dankzij de ouders van Jolanda Venema, had op een goed moment zelfs twee fotografen in dienst, met intern een eigen fotostudio en een ontwikkelcentrale.

Geneesheer-directeur Hoejenbos gaf gastcolleges aan de universiteit en verluchtigde die graag met beeldmateriaal. Niet alleen werd er uitbundig gefotografeerd bij feesten en partijen (zoals het jaarlijkse defilé ter gelegenheid van de verjaardag van Hoejenbos), ook is veel beeldmateriaal bewaard gebleven van het interieur en de dagelijkse activiteiten van ‘pupillen’ en verplegers. Maar het zwaartepunt is medische fotografie, waarin de auteurs overigens nauwelijks inzage kregen om redenen van privacy. Met grote terughoudendheid werd hen een blik gegund op vergroeiingen, gebitten, doorligwonden, ogen en wat al niet aan ‘studiemateriaal’, dat Hoejenbos zag in de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Stelselmatig liet hij ze fotograferen, beschrijven en rangschikken.

Bij de moderne lezer roept het hoofdstukje over het archief van het Hendrik van Boeijen-Oord onmiddellijk vragen op over de medische ethiek en de kennelijke almacht van een geneesheer-directeur in een tijd die nog niet eens zo ver achter ons ligt. En zo passeren meer interessante kwesties aan de hand van lokale ontwikkelingen, interviews en min of meer lukraak verzamelde minigeschiedenisjes. Die laten een verschuiving zien van een zorg die ‘patiënten’ wegstopt naar een die ‘mensen met een verstandelijke beperking’ helpt hun talenten te ontplooien.

Aan het woord komt bijvoorbeeld Max Slinkman, die in 1966 als leerling-verpleegkundige begon bij De Lathmer, een Gelderse instelling voor geestelijk gehandicapten aan de rand van Wilp. ‘’s Avonds was je in je eentje op de groep’, vertelt hij in Liefdewerk en oud papier. ‘Als de bewoners aan het eind van de dag thuiskwamen moesten ze allemaal hun schoenen uitdoen, hun pantoffels aantrekken en op hun plaats gaan zitten. Ieder had een eigen plaats. Daar mochten ze dan in principe van half vijf tot bedtijd niet meer vanaf komen. Zo kon je orde houden.’

Het boek dat in korte tijd werd geschreven in opdracht van Markant, maandblad voor de gehandicaptenzorg, is in zijn hapsnap-verbrokkeldheid en onvolkomendheid eerder een roep om aandacht voor het erfgoed dan een heuse geschiedschrijving. Haast is geboden, zoveel maken de auteurs wel duidelijk, nu de oude, grote instellingen voor geestelijk gehandicapten op het punt staan te moderniseren en voorgoed dreigen te verdwijnen. Waar archieven eerder al verdwenen in fusiegedrang of verhuizingen, lopen ze nu het gevaar bij het oud vuil te belanden.

De hartekreet van Markant en de auteurs – alsjeblieft, laat onze geschiedenis niet versloffen – is inmiddels al een klein beetje verhoord. De nieuwe voorzitter van de Gehandicaptenzorg Nederland Heleen Dupuis liet vorige week weten dat er een ‘lichte stichting’ in het leven wordt geroepen, die zich serieus gaat inzetten voor het behoud van en onderzoek naar het erfgoed.

Het initiatief staat in zijn behoefte aan kennis en rubricering van de roots niet alleen. Het sluit ook mooi aan bij het plan van psycholoog Teun Post, beleidsmedewerker van de landelijke Stichting Philadelphia Zorg, aan wie Paumen en Carbo in hun boek ook een passage wijden. Post wil dat er een canon komt van de geschiedenis van de gehandicaptenzorg.

‘Vuistdikke verhandelingen voor fijnproevers’ zijn er volgens hem wel; ‘maar er is niks introducerends.’ Aan een canon met 15 tot 20 ‘vensters’ en drie pagina’s per onderwerp denkt hij, maar een financier heeft hij nog niet gevonden. Zo’n handzaam overzichtswerk zou op de eerste plaats een uitkomst zijn voor jonge mensen die er hun werk van willen maken. Maar Post ziet een nog veel wezenlijker belang. ‘Van een canon komt geheid ruzie, en dat is wat ik wil: debat.’

Het is, zegt hij, zonder twijfel dat Dominee Koetsveld, die in 1850 in Den Haag de eerste school voor zwakzinnige kinderen begon, geldt als ‘de grondlegger van de geïnstitutionaliseerde zorg’ in Nederland. ‘Maar in de moderne tijd komen de gevoeligheden. En dan vindt de een dit belangrijk en de ander dat.’

In een door hem zelf opgestelde ‘plaagcanon’ prijken onder meer de Dennendal-affaire (1974), de opstand tegen de gangbare, autoritaire zorg onder leiding van psycholoog Carel Muller, en de publicatie van de foto, door haar ouders gemaakt, van een naakte, aan de muur geketende Jolanda Venema.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden