Verborgen dreigingen

Een lezersreactie noopt mij terug te komen op het boeiende (beker) duel tussen Peter Hoopman en Theo Voorspuij, dat in de vorige rubriek centraal stond....

Op het eerste gezicht een alledaagse, aan oud-wereldkampioen Piet Roozenburg herinnerende stelling. Maar de schijn bedriegt. Want door het grote verschil-in-ontwikkeling (zwart staat liefst 6 tempi vóór, waar het tempoverschil in dergelijke posities doorgaans niet groter is dan 2) hebben we in werkelijkheid juist met een hoogst ongewone situatie te maken! Er volgde:

19...18-23 20.39-34! 23x32 21.34-30!

Het Drost-gambiet, dat onder deze omstandigheden zeer goed speelbaar is.

21...12-18 22.44-39 7-12 23.45-40 2-7 24.40-34 15-20?

De zwartspeler wil voorkomen dat wit, in ruil voor de geofferde centrumschijf, het stuk op 24 oppeuzelt. Een begrijpelijke reactie, maar het is méér dan zijn stand kan verdragen. Daarom had hij de laatste gelegenheid moeten benutten om zijn materiële voorsprong terug te geven met 24...32-37 en 25...22-28 enz., dit ondanks het feit dat schijf 11 een lelijke zwakte zou zijn geworden.

25.42-37! 18-23 26.37x28 23x32 27.47-42!

Evenals op de 25e zet zou zwart een te gretig 27.34-29? met 27...32-37! en 28...22-28 enz. hebben beantwoord. En op 27.48-42?! was de vereenvoudiging 27...22-28, 28...32-37 en 29...24-29 enz. gevolgd. Maar met de tekstzet is niets mis...

27...13-18 28.34-29!

Hiermee is één van de belangrijkste momenten uit de hele, liefst 64 zetten tellende partij aangebroken. Voorspuij vervolgde met 28...18-23 29.29x18 22x13 (29...12x23? 30.36-31!! 27x47 31.38x29 47x38 32.43x32 en altijd 32-28-23 +), welk terugruiltje zijn tegenstander de kans gaf om met 30.42-37! een winnende afwikkeling te forceren. Immers: 30...12/13-18(?) 31.37x28 18-23 zou na 32.39-34! 23x32 33.34-29! op slag uit zijn in verband met de dodelijke dreiging 34.29-23 +. Zwart heeft dus niet beter dan 30...11-16 31.37x28 17-21 32.26x17 12x21 33.28-23 19x28 34.30x10! (maar onder geen beding 34.33x31?? wegens eerst 34...14-19!! en dan pas 35...21-26 +) 21-26 35.33x31 26x46 36.25x14 9x20 37.10-4! en er ontstaat een dammeneindspel dat wit moet kunnen winnen.

Niet dat het in werkelijkheid zo ging. Maar zelfs na het door Hoopman gespeelde 30.39-34?! 13-18 31.34-29 18-23 32.29x18 12x23 33.33-28! enz. bleef wit uitstekend, in hogere zin zelfs gewonnen staan. Pas als gevolg van een ernstige (tijdnood?)fout op de 40e zet zouden de kansen drastisch keren ten gunste van Voorspuij.

De vraag nu waar het mij èn mijn geachte briefschrijver om te doen is, is of zwart in plaats van 28...18-23 29.29x18 22x13 wellicht ook 28...8-13 had kunnen spelen. Vorige week beweerde ik nog dat die zet 'inderdaad nauwelijks beter' is, omdat wit niet 29.42-37?? (29...22-28! 30.33x31 24x42 31.37x28 42-47) maar het sterke 29.39-34! doet.

Ter illustratie gaf ik een paar variantjes waaruit wit steeds met groot, zoniet winnend voordeel tevoorschijn kwam. Twee van die drie spelgangen lijken ook een week later nog steeds in orde; men zie:

1) 29...18-23? 30.29x18 12x23 31.26-21! 17x26 32.33-28 22x33 33.38x18 13x22 34.34-29 24x33 35.42-38 33x42 36.48x6 +. (Het enige verschil met mijn oorspronkelijke analyse is dat ik het dubbele uitroepteken achter 31.26-21 heb weggelaten, omdat wit op dat moment ook met 31.36-31! enz. kan winnen. Maar een kniesoor die daarover valt.)

2) 29...11-16 30.42-37! 16-21 31.37x28 18-23 32.29x18 12x32 33.34-29 13-18 34.29-23 19x39 35.30x10 32-37 (zwarts enige tegenkans) 36.41x32 9-14 en wit moet kiezen tussen enerzijds 37.10x19 39-44 38.49x40 18-23 39.25x14 7-11/12 40.19x28 22x42 41.48x37 27x49 42.14-10 enz. en anderzijds 37.43x34 14x5 38.25x14 5-10(!) 39.14x5 18-23 40.5x28 22x42 41.48x37 27x38. In beide gevallen krijgt hij goede eindspelkansen, al staat de winst nog niet voor de volle honderd procent vast.

So far so good. Maar de derde variant die ik u voorschotelde, was verre van volledig, en daarmee in zekere zin incorrect. En het is George Oirschot, de bekende Brabantse probleem- en eindspelcomponist, die mij hierop attendeerde. Ik neem de bedoelde spelgang nogmaals met u door, ditmaal iets uitvoeriger dan vorige week mogelijk was:

3) 29...3-8 30.49-44! (nog steeds niet 30.42-37??) 30...11-16 (nu 49 is opgespeeld, zou na 30...18-23? 31.29x18 12x23 de weerlegging 32.26-21 enz. wel degelijk twee uitroeptekens verdienen) 31.42-37! (nu pas) 31...16-21 (direct 31...18-23?? zou ronduit rampzalig zijn na 32.37x28! 23x32 33.44-40! en 34.29-23 +; en ook na het tegenoffer 31...27-31 32.37x28! 22-27 33.26x37 18-23 - nog het beste - 34.29x18 12x32 35.37x28 17-21 enz. is zwarts situatie allerminst te benijden) 32.37x28 18-23 33.29x18 12x32 34.44-40!, 'waarna er', zo rondde ik vorige week af, 'behalve 34-29-23 + óók 35.36-31! + dreigt'.

Inderdaad zou zwart het zowel na 34...13-18?? 35.36-31 enz. als na 34...8-12?? 35.36-31 enz. onmiddellijk kunnen opgeven. Maar zoals Oirschot terecht opmerkt, kan zwart nog wèl een zet met schijf 7 doen. Weliswaar valt van die beide mogelijkheden 34...7-12?? om positionele redenen af (na bijvoorbeeld 35.34-29 12/13-18 36.40-34! 8-12/9-13 37.48-42 moet zwart zo'n beetje al zijn stukken geven), maar 34...7-11! is wel degelijk speelbaar. Na 35.34-29 bevindt zwart zich dan op een cruciale tweesprong:

Zie diagram 1

3.1) 35...13-18? (de verkeerde van de twee) en nu meteen weer een nieuwe splitsing:

3.1.1) 36.29-23? 19x39 37.30x10 32-37!! (dit is het meerslagmechanisme waar het wat Oirschot betreft om draait en dat, zoals hij al schreef te vermoeden, inderdaad aan mijn aandacht was ontsnapt) 38.25x23 37x46 39.43x34 46x5 en niet wit maar zwart gaat winnen!

Desondanks hoeft wit in de stand na 35...13-18 niet te wanhopen:

3.1.2) 36.41-37! 32x41 37.36x47 (dreigt nu wèl 38.29-23 +; dus:) 37...18-23 38.29x18 22x13 39.40-34! en zwart heeft geen serieus verweer tegen de dreiging 34-29-23 +. Twee voorbeeldjes:

a) 39...11-16 40.34-29 27-32 41.38x27 21x32 42.29-23 19x39 43.30x10 32-38 44.25x21 38x49 45.10-4 16x27 46.4x44(!!) +.

b) 39...27-31 40.26x37 17-22 41.33-28!! 22x31 42.34-29 24x33 43.43-38 33x42 44.48x6 +.

3.2) 35...11-16! en nu:

3.2.1) 36.29-23? 19x39 37.30x10 32-37! 38.25x12 17x8!! (Oirschot!) 39.26x28 37x46 40.43x34 46x5 met - opnieuw - winst voor zwart!

3.2.2) 36.41-37! 32x41 37.36x47 (ook nu weer dit terugruiltje; de kleurrijke mogelijkheden die na 36.48-42?! 13-18 37.40-34 9-13 38.42-37 27-31! enz. zouden opdoemen, moeten hier onbesproken blijven) 37...22-28 (zwart moet zijn plusschijf retourneren) 38.33x31! 24x42 39.48x37!

Ziedaar de 'hoofdvariant' van onze verbeterde analyse. Er is een schijnbaar uitgewoede stelling van wederzijds negen schijven ontstaan, waarin oppervlakkig bezien weinig aan de hand lijkt. Toch bevat de overblijvende stand nog volop spanningshaarden, en wel doordat zwart zowel links (20) als rechts (21) zwaktes heeft die hij moeilijk beide zal kunnen oplossen. De beste kansen zijn dan ook ontegenzeggelijk aan wit; een enkel (enigszins demagogisch) voorbeeldje: 39...13-18 40.40-34 18-23 41.43-39 20-24 42.39-33 8-12 43.37-32 12-18 44.31-27 en zwart loopt volkomen vast!

Conclusie: ook na 28...8-13 zou wit (duidelijk) in het voordeel zijn gekomen. Maar er was wel heel wat meer voor komen kijken dan ik aanvankelijk meende...

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden