Verboden doeken

Waar eens het Joods Theater floreerde, epileert nu Schoonheidssalon Anna haar Moskouse klandizie. Weinig herinnert aan de tijden waarin de jonge Chagall muren en voorstellingen leven inblies met verbluffende schilderingen....

Bloedheet is het in de Bolsjaja Nikitskaja. Passanten schuifelen langs elkaar heen met flesjes mineraalwater in de aanslag. Een terrasje in de schaduw zit propvol, een café met de naam Strit Bljoez (Street Blues) vestigt de aandacht op zijn airconditioning. Hippe etablissementjes in een gewilde buurt in het centrum van Moskou, met naast nieuwe horeca al sinds jaar en dag een keur aan populaire kleinere theaters.

Hier, tegenover Strit Bljoez de zijstraat in, zat ooit 'de kijkdoos', oftewel het Joods Staatskamertheater van regisseur Aleksandr Granovski. Niet groot, maar zeer geliefd in zijn tijd - en dat niet in de laatste plaats vanwege de wandschilderingen die het zijn koosnaam bezorgden: de fresco's van Marc Chagall.

Inmiddels is er weinig meer dat herinnert aan dat roemrijk verleden van begin jaren twintig van de vorige eeuw, toen, nét voor de Sovjet-terreur toesloeg, op het gebied van de kunsten even alles mogelijk leek. Hier floreerde het joods theater, behaalde Granovski successen met stukken van Sjolem Aleichem, schitterde de acteur Solomon Michoels in de rollen van Tevke en Rabbi Alter, en behing Marc Chagall de hele ruimte die het theater besloeg met zijn werken: al met al zo'n 43,5 vierkante meter. Tempera en gouache op doek - fresco's in de volksmond, maar ooit zouden ze gewoon van de muren kunnen worden genomen. Gelukkig. Vanaf half oktober zijn de doeken te zien in Amsterdam, in het Joods Historisch Museum.

Voznesenski Pereoelok 12, Moskou. Hier en daar laat het zandkleurige pleisterwerk los, bladderen de kozijnen. Feitelijk bestaat het pand uit twee delen: links van de poort een hoger gebouw, direct al in 1902 bedacht als appartementencomplex, en rechts het als woonhuis gebouwde, drie verdiepingen tellende deel uit 1914 - waarin op de beletage tot 1922 de 'kijkdoos' gevestigd was.

Chagall schilderde als bezeten; aan het doek Inleiding tot het Joods Theater, het grootste werk, aan de wand zonder ramen; aan doeken voor ruimten tussen de ramen in. Precies op maat, vier staande taferelen, allegorieën eigenlijk, getiteld: Literatuur, Dans, Theater en Muziek. In de smalle ruimte hierboven een fries: Het Bruiloftsmaal. En ten slotte, Liefde op het toneel, aan de overgebleven wand naast de ingang. Hij had het allemaal klaar in een maand, en dan hebben we het nog niet eens over het verdwenen en de verloren gegane plafondschildering. Geen stukje bleef onbeschilderd.

Het leek werkelijk wel alsof hij 'last had van horror vacui', vindt Aleksandra Shatskikh. Ze duwt haar kokette zonnehoedje wat naar achteren, terwijl ze voor de zoveelste keer de ramen telt van het adres Voznesenski Pereoelok 12.

Shatskikh is kunsthistorica. Ze beschouwt het als haar ontdekking, een beetje als 'haar pand'. Gewoon 'gelukkig toeval', zegt ze. Aleksandra Shatskikh studeerde af op werk van Chagall in een periode, midden jaren zeventig, dat je in de Sovjet-Unie de naam Chagall maar beter niet in de mond kon nemen. Ze had het nog wel omzichtig aangepakt: onderwerp van studie waren de illustraties die Chagall maakte bij de Dode Zielen van Nikolaj Gogolj - met nadruk op de grote roman van deze Russische schrijver. Het voorkwam niet dat haar studie toch nog middelpunt werd van een klein schandaal; de betreffende vakgroep werd als een broedplaats van verdorvenheid afgeschilderd.

Tijdens haar studie leerde Shatskikh van het bestaan van de doeken uit het Joods Theater, ergens diep in de depots van de befaamde Tretjakov Galerie. Het pand waar ze ooit hadden gehangen, zo leerde ze eveneens, was afgebroken. En dat was dat.

Zo leek het. Tot Shatskikh iemand ontmoette die er als kind regelmatig over de vloer was gekomen. De theaterruimte was een 'generaalskamer' geworden van een Sovjet-woonkazerne . Maar de vroegere jonge bezoeker herinnerde zich nog het verhoogde podium - waarop nu een slaapkamer was ingericht.

Shatskikh ging poolshoogte nemen. Ze trof een kantoorruimte, met afmetingen die overeenkwamen met de doeken, en was overtuigd.

Dat is nu ruim tien jaar geleden. En hier staat ze nu weer voor Voznesenski Pereoelok 12. Opgewonden en wat gegeneerd tegelijk. Ze telt nog een keer de ramen. Pakt de afbeeldingen erbij. Kijk. De ruimte tussen het eerste en het tweede raam is beduidend smaller dan die tussen de andere ramen onderling: daar hing dus Literatuur, een prachtdoek van 'slechts' 81,3 centimeter breed met de afbeelding van een bebaarde schrijver. (Hij trekt zijn been onder zich en noteert op de Torah-rol voor zijn neus: Er was eens. . .)

We steken de straat over naar de ingang, met links de poort naar de binnenplaats. 'Daar was een kleine privé-synagoge', fluistert Shatskikh - als woonhuis was het eigendom van een joodse zakenman. Er staat een nors uitziende Rus in camouflagepak. In het belendende pand, zegt de kunsthistorica, hield jarenlang een KGB-afdeling kantoor. Nu zijn het de opvolgers van die Sovjet-geheime dienst.

'Ik denk niet dat we naar binnen kunnen', aarzelt ze even later, bij de voordeur van het vroegere theater. Het kan wel. De zware, chocoladebruine deur is origineel, net als de tegelvloer in de hal, met kleine grijze davidsterren en de trap met gietijzeren krullen.

Halverwege hapt de kunsthistorica naar adem van verontwaardiging: de elegante toegangsdeur is vervangen door een lelijk gecapitonneerd exemplaar. Er prijken twee klungelig aangebrachte plakkaten op, die aangeven dat de kijkdoos van weleer nu domein is van schoonheidssalon Anna en een makelaarskantoortje.

De deur biedt toegang tot een hal waar een handjevol mensen lusteloos wacht op iets dat komen moet. 'Dit was deel van de vestibule', zegt Shatskikh zacht, om vervolgens de schoonheidssalon binnen te glippen - waar Anna en haar klanten schitteren door afwezigheid, hetgeen nu even mooi uitkomt.

Shatskikh stort zich weer op de ramen, hun aantal en de oppervlakte die hen scheidt om te bepalen welk doek waar hing. Bestond de kijkdoos uit één ruimte met plaats voor een klein podium en negentig stoelen, de schoonheidssalon is opgedeeld in een aantal kleinere hokjes, waar de klandizie verschillende behandelingen kan ondergaan. Halflege potjes met smeersels, een zonnebank achter een lamellenwand, een laag rekje vol afgetrapte schoenen en een boekenplank met het Nieuwe Testament.

Stel je toch voor, zegt Shatskikh, dat dit helemaal volhing, van onder tot boven, met Chagall. Niks systeemplafonnetje, maar de beroemde vliegende geliefden, een veelgebruikt thema van de kunstenaar, waarbij hij vermoedelijk zichzelf en zijn vrouw Bella afbeeldde, soms gewichtsloos, zwevend, hoog boven huisjes, kerken en wat niet al.

Ze lokaliseert het podium, en het grote doek Inleiding tot het Joods Theater, het werk waarop zowat iedereen present is die er iets mee te maken had: regisseur Granovski, strak in krijtstreeppak, dandy die hij was; en is dat óók niet Granovski, helemaal aan de rechterkant van het doek, in een niet zo chique pose? De kunstenaar hield wel van een lolletje. Chagall zelf is ook weer aanwezig, ditmaal in de armen van artistiek leider Abram Efros, die hem als het ware aanbiedt aan Granovski: het was Efros' idee geweest om Chagall aan te trekken voor het theater.

En dat heeft hij geweten ook, want geheel vlekkeloos verliep die samenwerking niet altijd. 'Chagalls wereld is toneel', zegt Shatskikh. Het theater hield voor hem niet op bij het podium. Moisej Segal (Vitebsk, 1887 - St.Paul-de-Vence, 1985) herschiep met zijn kijkdoos de joodse sjtetlwereld met haar gebruiken en zeden, mythen, muziek en geloofstradities; waarbij ook de acteurs deel werden van dit kunstwerk. Van realisme moest hij weinig hebben, en als de regisseur had gedacht iets gewoons als een theedoek op de scène te kunnen brengen, had hij buiten Chagall gerekend.

Op de allereerste première in het theater, greep de schilder de acteur Michoels bij de kladden, nét voordat die op moest, om nog even diens kostuum te voorzien van minuscule figuurtjes; figuurtjes die het publiek nog niet met een verrekijker had kunnen ontwaren. Dezelfde acteur die hij op een avond toevoegde: 'Als ik toch je rechteroog zou kunnen uitrukken! Wat een prachtig masker zou ik dan weten te maken!'

Naar verluidt wist Michoels wel raad met dit soort gekkigheid, sterker nog, hij nam Chagalls kostuumschetsen tot zich en incorporeerde ze als het ware in zijn spel. In tegenstelling tot Efros zelf, die het tijdens een hoogtepunt van hun onenigheid bestond te beweren dat Chagall 'ontheatraal', was en zijn werk l'art pour l'art.

Shatskikh meent dat de schilder het Joods Theater juist een extra impuls gaf, iets speciaals dat het in de jaren daarvoor had gemist - en waardoor het nu zo aan populariteit won, dat het alras moest omzien naar een groter onderkomen. En, omziend in Anna's bescheiden salon, is dat maar al te voorstelbaar.

Het Joods Theater verhuisde naar de Malaja Bronnaja, niet ver van het oude adres, en ook nu een charmante, lommerrijke straat. En ook nu nog is er een theater op die plek: Teatr na Maloj Bronnoj. De Chagall-doeken verhuisden mee en vonden een plaats in de foyer - maar helemaal zoals het was, werd het niet meer. Chagall vertrok naar Parijs en keerde niet weer. In 1937 werd zijn werk verwijderd - en verstopt. Michoels werd in 1948 vermoord. Tijdens zijn begrafenis, zegt Shatskikh, speelde er een violist op het theaterdak.

Het was, volgens overleveringen, de decorontwerper Aleksandr Tysler die op een goede dag besloot de doeken uit hun schuilplaats te halen en ze persoonlijk, op zijn rug, naar de Tretjakov Staatsgalerie te dragen. In 1973 werden ze hier uitgerold ter gelegenheid van het (uiterst geheime) bezoek van de inmiddels stokoude meester. Toen pas heeft hij ze gesigneerd, in het Cyrillisch.

Aleksandra Shatskikh zag ze pas voor het eerst in het echt in 1991, op een expositie in Zwitserland. Sinds de glasnost en de perestrojka geeft de Tretjakov Galerie ze in bruikleen, en zijn ze haast doorlopend op reis. 'Voor de Russen opnieuw onbereikbaar', zegt Shatskikh meesmuilend. 'Eerst was het verboden kunst, nu commerciële.'

Misschien, denkt ze, wil Rusland Chagall gewoon wel niet, nog steeds niet.

We lopen langs het theater, de Malaja Bronnaja uit - totdat ze opeens uit een ooghoek iets nieuws ontwaart. Een bescheiden monument, vorig jaar opgedragen aan Sjolem Aleichem, door de Moskovieten. Er liggen twee bloeiende takken bij.

Ze haalt eens diep adem. Misschien komt er een dag dat de doeken zullen terugkeren naar de plek waar ze horen, waar de kunstenaar ze bedacht, waar ze onderdeel vormen van een heel concept: Chagalls kijkdoos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden