Verbeten jacht op geheim manuscript

De ongeschreven leer heet het boek van Geerten Meijsing, dat afgelopen vrijdag in Amsterdam werd gepresenteerd. Bij die gelegenheid werd door mr drs F....

Wie de Werkbrieven 1968-1981 van Joyce & Co (Meijsings vroegere pseudoniem) ter hand neemt, vindt daarin de overlijdensadvertentie van Erwin Charles David Garden uit de Volkskrant van vrijdag 6 oktober 1972. Diezelfde advertentie komt, licht gewijzigd, voor in De ongeschreven leer en dat is niet voor niets, want deze Erwin, die op 22-jarige leeftijd overleed, was iets op het spoor, waarnaar nu in De on<<>> schreven leer gezocht wordt, 'de laatste woorden' van Plato, die een sleutel tot zijn 'systeem' zouden bevatten. Ik vertel het maar in mijn eigen woorden na. Mocht ik me vergissen, dan moet u mij dit niet euvel duiden, want de 144.000 woorden van dit boek plus de 499 vaak zeer uitgebreide (en interessante) voetnoten, vergen meer dan twee dagen onafgebroken lezen. Voor dit boek moet je weken, zo geen maanden uittrekken.

Wat de vertelling van De ongeschreven leer voor 'gewone' lezers boeiend maakt, is het feit dat twee personages, Kanger, de assistent van de Plato-kenner Hovenier, en Zelda, een jongensachtig meisje dat in filosofie is geïnteresseerd, op zoek gaan naar een manuscript van Plato's geheime leer.

Tijdens hun queeste moeten ze ervaren dat een dergelijke speurtocht niet van risico is ontbloot. Iedereen die zich met Plato's ongeschreven leer heeft ingelaten, heeft het loodje gelegd. Pas heel op het eind van het boek, op bladzijde 6, komen Kanger en Zelda elkaar tegen.

Afgezien van de vraag of dit spannend is, gaat het in dit boek niet zozeer om het vinden van dat manuscript, alswel om het etaleren van een nagenoeg oeverloze hoeveelheid Plato-kennis, zoals een ijverige student die in een jaar of twintig bij elkaar kan lezen. Dat Meijsing daar geen dissertatie, maar een roman van heeft gemaakt, is een bevlogen poging om de grens tussen wetenschap en literatuur uit te wissen, maar de lezer zit er maar mee. Die denkt in eerste instantie: wat moet ik hiermee? Het is alsof Meijsing naar het voorbeeld van Harry Mulisch - die ook Duitsers onder zijn voorouders heeft en uit Haarlem komt - een Ontdekking van de hemel heeft willen schrijven en daar ook nog een Compositie van de wereld in heeft willen stoppen. Je kunt ook te veel willen.

Ik schroom hierna nòg meer filosofie te berde te brengen. Maar het lijkt me voor de velen die al of niet via via Montaigne hebben leren kennen, van belang te weten dat bij Querido, dat wil zeggen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, opnieuw een mooie bundel is uitgekomen, Op dood of leven, in de vertaling van Hans van Pinxteren (¿ 34,90). Enige jaren geleden verscheen een complete editie van de Montaigne-essays bij Boom (die wonderlijk snel uitverkocht raakte). Querido was van plan dat nog eens dunnetjes over te doen, maar kennelijk heeft men daar van afgezien. Men gaat de komende jaren bundels als Op dood of leven uitbrengen, waarin de beschouwingen van Montaigne naar onderwerp zijn gerangschikt. In deze bundel is dat de vraag: wat moet mijn houding in het leven zijn tegenover de dood?

Misschien is er na zoveel Plato wel weer wat extra ruimte voor de oudheid. Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verschenen in de Baskerville serie een aantal door H. Verbruggen vertaalde Homerische hymnen. Dat zijn hymnen die niet door Homerus werden geschreven. Het zijn mythen, die door beroepszangers werden voorgedragen om primitieve riten en gebruiken, die men niet meer begreep, voor de toehoorders levend te houden (¿ 39,90; ¿ 55,- gebonden).

Voor uitgeverij Ambo vertaalde R. F. M. Brouwer Bucolica van Vergilius, de 'herderszangen' die tot in het hedendaagse spraakgebruik ('een herdersuurtje') hun invloed hebben behouden, en waarin de lezer, net als bij Meijsing, uitgelegd krijgt dat het bij het beroemde 'Et in Arcadia ego' (ook in Arcadië ben ik) niet ging om een pure idylle, maar om de dood, die zich 'als spelbreker meldt' (¿ 49,50).

En wie zijn klassieke bibliotheek verder wil aanvullen, of de voorstelling van De Familie Cenci heeft gezien, kan ook verder bij Ambo terecht. Daar verschenen de Tristia, de ballingschapsgedichten van Ovidius (¿ 44,50), Vier levens, de levensbeschrijvingen van Agis, Cleomenes, Tiberius Gracchus en Gaius Gracchus, door Plutarchus (¿ 34,90) en De Familie Cenci, het 'incest-drama' van Percy Bysshe Shelley (¿ 34,90).

Filosofie en de klassieken, literatuur 'in hogere zin' - het is prachtig als je er de tijd voor hebt en niet na een vermoeiende dag in de kantoortuin aan je lectuur moet beginnen. Misschien vormt Panta Rhei van de Italiaan Luciano de Crescenzo daar een uitzondering op, want deze schrijver en filosoof weet zijn onderwerpen (in dit geval 'de oorsprong van de filosofie') zo behaaglijk te etaleren, dat je als vanzelf op sleeptouw wordt genomen (Bert Bakker, ¿ 29,90).

Schrijvers die dat óók kunnen zijn, en ik tast nu even in de torenhoge stapel van om en nabij de honderdvijftig recente uitgaven: Knut Hamsun, Radek Knapp, Hanif Kureishi en J. M. (Johnny) Coetzee. Van Coetzee, een Engelstalige Zuidafrikaan, die al eens als mogelijke Nobelprijswinnaar is genoemd, zijn alle grote romans in het Nederlands vertaald, waaronder Schemerlanden, In het hart van het land, Wachten op de barbaren, Wereld & wandel van Michael K (Bookerprijs 1983), Foe en IJzertijd. Daar is nu De meester van Petersburg bij gekomen en dat is opnieuw een fascinerend werk.

Hoofdpersoon is Dostojewski, die in 1869 heimelijk vanuit Dresden naar Sint Petersburg terugkeerde omdat zijn 'zoon' (eigenlijk was het zijn stiefzoon) is vermoord. Door wie? Waarom? Dostojewski komt, terwijl hij meer en meer geobsedeerd raakt door de hospita van Pavel, zoals de vermoorde jongen heet, de mogelijke dader op het spoor, een revolutionair, die in de loop van het boek uitgroeit tot een 'model' van het soort 'boze geesten' dat in de twintigste eeuw (van Stalin tot de Rote Armee Fraktion) alleen maar bloedbaden heeft aangericht (Ambo, ¿ 39,90).

Ook Hanif Kureishi kan er wat van. Deze Engelse schrijver, geboren in Kent uit een Engelse moeder en een Pakistaanse vader - en bekend van My Beautiful Laundrette, Sammie And Rosie Get Laid, London Kills Me en The Buddha Of Suburbia - ontsteekt in The Black Album weer volop vuurwerk in de multiculturele metropool, die Londen is, nu in de tijd van de val van de Berlijnse muur en de fatwa (het doodvonnis) tegen Salman Rushdie (Anthos, ¿ 34,90).

Het gaat er in The Black Album nogal hevig aan toe, zonder dat Kureishi het zicht op de tegenstelling tussen liberalisme en fundamentalisme uit het oog verliest, noch zijn gevoel voor humor kwijt raakt, maar het is toch een totaal andere wereld dan die we aantreffen in het prachtige boekje van de oude meester Knut Hamsun: Onder de herfstster.

Deze roman uit 1906, vertaald door H. K. Kuiken en ingeleid door Amy van Marken, maakt deel uit van de zogenoemde 'zwerverstrilogie', die haar naam ontleent aan het feit dat de ik-figuur Knut Pedersen hierin rusteloos rondtrekt, gevangen in een 'nostalgisch natuurbeleven' en niet in staat zich aan iets of iemand te binden.

Dat klinkt een beetje naar eeuwig zingende bossen, maar Hamsun weet het innerlijk van zijn hoofdfiguur zo subliem te vervlechten met diens omgeving dat hij er terecht lof voor kreeg toegezwaaid van Thomas Mann, Paul Auster en John Updike (AP, ¿ 29,90).

Radek Knapp (Warschau, 1964) werd in de Volkskrant voor het eerst gesignaleerd door W. Hansen, wat voor De Bezige Bij reden was zijn verhalenbundel Franio door Gerry Bruil te laten vertalen. Het zijn bizarre en geestige verhalen, die zich afspelen in Anin, een stadje bij Warschau. De verteller is een jongetje, dat met zijn kinderlijke blik het onbegrijpelijke leven van de volwassenen beziet.

Marcel Reich-Ranicki, een man die meer boeken aan een groot publiek heeft geholpen, noemde Franio 'de literaire ontdekking van het seizoen'. Of dat zo is, weet ik niet, maar als Knapp in Nederland evenveel lezers krijgt als in Duitsland, kan hij zich weldra een ander leven permitteren dan wat hem nu in Wenen is vergund. Hij is daar 'worstjesverkoper en sauna-opgieter' (¿ 29,50).

Een laatste greep: Olie, het nagelaten en onvoltooide bezeten kunstwerk van Pier Paolo Pasolini (Meulenhoff, ¿ 59,90, ¿ 79,90 gebonden), is een barokke, bizarre en soms huiveringwekkende belevenis. Duitsland heeft me nooit met rust gelaten is een keuze uit het dagboek dat Thomas Mann tijdens de oorlog in Amerika bijhield. Het werd vertaald door Paul Beers (AP, Privé-Domein, ¿ 59,90). En curieus, ook met het oog op het Boekenweekgeschenk van 1993, In de mist van het schimmenrijk, zijn de twee interviews met W. F.Hermans die Hans van Straten na 33 jaar terugvond: Ze zullen eikels zaaien op mijn graf (Bas Lubberhuizen, ¿ 19,50).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden