Verbale terreur in 'Voltaire'

'Ideaal, ideaal, ideaal', klonk het in Tristan Tzara's Manifestes, 'kennis, kennis, kennis/ boemboem, boemboem, boemboem.' Schrijven, zei hij, was een revolverschot....

Op 5 februari 1916 kreeg Zürich er een nieuwe gelegenheid tot vermaak bij, het dadaïstische Cabaret Voltaire in de duistere Spiegelgasse, waar in de oorlogsjaren flink gezongen werd, voorgedragen en gedanst. Tzara droeg op de openingsavond Roemeense verzen voor; een balalaika-orkest speelde verrukkelijke Russische volksliederen en dansen.

Het was een vrijhaven voor oprichter en provocateur Hugo Ball, die was uitgeweken om aan zijn inlijving in Keizer Wilhelms leger te ontsnappen. Ball, die meestal in het zwart was gekleed, verzamelde in het cabaret een aantal gelijkgestemde kunstenaars: Tzara, Hans Arp, Richard Huelsenbeck, Emmy Hennings, Marcel Janco en Sophie Taeuber.

'Toen ik het Cabaret Voltaire oprichtte', herinnerde Ball zich in een in juni 1916 verschenen uitgave waarin hij de dada-avonden voor het nageslacht wilde vastleggen, 'had ik de indruk dat er in Zwitserland een handvol jongelieden rondliep dat net als ik niet alleen van zijn onafhankelijkheid wilde genieten, maar die ook wilde laten blijken.' Op een bevolking van 200 duizend inwoners telde Zürich, in het neutrale Zwitserland, door de emigratiegolf uit de oorlogvoerende landen bijna 60 duizend vluchtelingen. Schuin tegenover het cabaret woonde Lenin.

'Terwijl de donder van de geschutsbatterijen in de verte rommelde', schreef Arp in zijn memoires On my way, 'maakten wij plaksels en gedichten, droegen wij voor, en zongen wij met heel onze ziel.' Wij, zei hij, 'kukelekuten, vloeken, zuchten, brabbelen en jodelen'. Dada was verbale terreur, gesol met woorden, niks mocht een vaste vorm aannemen, het was allemaal gestotter en ijlende beeldspraak.

De dadaïsten droegen in het cabaret op drukbezochte en rumoerige avonden teksten voor 'vol niet-logica', litanieën van het nihilisme, 'pretentieloos daar neergeworpen' - zoals Theo van Doesburg ooit schreef. Het waren aanvallen op de taal. Eigenlijk betekende dada niets. Het woord 'dada' heeft de improvisator Tzara toevallig gevonden op een Zürichs caféterras. Naar het schijnt stak hij een brievenopener tussen de bladzijden van een woordenboek, en dat viel open bij dit woord.

Je moet, raadde Francis Picabia aan, 'ideeën als hemden verwisselen, om telkens schone te hebben'. De absurde wereld van dada zette alles op losse schroeven: de grote ideeën, de politiek, de Grote Kunst - mét hoofdletter - en dé cultuur. Jan H. Mysjkin, initiatiefnemer van de Dada-bibliotheek bij uitgeverij Vantilt, maakte een keuze uit dat onbegrijpelijke, ongrijpbare en duister proza en vertaalde de 'klankgedichten' van de dadaïsten in een welluidend Nederlands. In zijn bloemlezing dankt hij vrienden 'voor het hardop meelezen van de gedichten'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden