Verantwoord voyeurisme

Veel burgers lijken niet veel te geven om de eigen privacy. Alles mag, zolang het de veiligheid bevordert. Pas schrikken wordt het als gegevens aan elkaar worden gekoppeld....

Ze noemen zichzelf 'handelaren in persoonsgegevens'.

Voor winkelbedrijven en leveranciers zoeken ze uit of clien hun rekeningen kunnen betalen. De meeste mensen zullen niet beseffen door welke instanties ze allemaal in de gaten worden gehouden. Maar als je per ongeluk je dossier in handen krijgt zoals een nietsvermoedende burger met betalingsproblemen overkwam vallen de schellen van je ogen.

De man in kwestie was in het geheim onderzocht door informatiemakelaar Mariijk uit Zoetermeer. De info-makelaar was grondig te werk gegaan: hij had het Sofi-nummer achterhaald, had bij uitkeringsinstellingen en diverse banken informatie verzameld (rekeningnummers, saldi, kredietfaciliteiten, bezit van aandelen), hij wist dat de man voor 15 procent arbeidsongeschikt was en een herkeuring had aangevraagd. De 'makelaar' had de man zelfs geobserveerd in diens woonomgeving en kende het merk, type en kleur van diens auto.

De consument diende een klacht in bij de privacywaakhond, College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Die deed een inval bij de makelaar, nam duizenden documenten en de digitale administratie in beslag en ontdekte dat op grote schaal nietopenbare informatie werd ingewonnen bij justitie, de belastingdienst, banken, uitkeringsinstellingen, woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars, et cetera.

Het belang van privacybescherming is tot de verbouwereerde consument in kwestie wel doorgedrongen, maar voor het grote publiek blijft het thema veelal steken in abstractie. Dat gold ook voor de studenten bestuurskunde van de Leidse universiteit, die midden jaren negentig colleges Social Control volgden bij vakdocent Bob Hoogenboom. In een poging privacy concreter vorm te geven, gaf Hoogenboom zijn studenten de opdracht dossiers van elkaar aan te leggen.

De studenten kregen de vrije hand. Op vragen wat er in zo'n dossier moest staan, wat relevant was en wat niet, of hoe ze informatie moesten verzamelen, gaf hij geen antwoord. Hoogenboom wees hen slechts op diverse informatiecategorie medisch, sociaal, financieel en seksueel. Na vier weken trok hij de opdracht in. Hij constateerde dat verschillend werd gedacht over privacy. Sommigen vonden het niet prettig om in andere levens te peuren en gruwden van hun eigen voyeurisme. Anderen genoten van het stiekeme speuren.

'De meesten hadden last van het besef dat een ander zich met hen bezighield. Dat wanneer ze een biertje pakten met een medestudent, ze niet wisten of ze gezellig een glaasje dronken of dat de ander slechts uit was op informatie.' Wat Hoogenboom vooral leerde van het 'experimentje op microniveau' was dat het flu begrip privacy pas gaat leven als het dicht bij een persoon komt. Op afstand wordt al snel met grote onverschilligheid gesproken over de schending van de priveer.

Door de affaire-Oudkerk is de privacy-discussie weliswaar weer even opgelaaid, maar opvallend is dat publieke verontwaardiging over het uitlekken van geheime politiedossiers uitblijft. Publieke opwinding was er ook nauwelijks toen de Utrechtse korpschef Vogelzang opperde foto's van criminele veelplegers op internet te zetten en zo een soort publieke schandpaal te cren. Vogelzangs idee werd door premier Balkenende welwillend ontvangen. De premier toonde begrip voor de wens van politie en door criminaliteit geplaagde winkeliers. 'Privacy van verdachten hoort bij een rechtsstaat', zei hij: 'maar we moeten ook oog hebben voor mensen die last hebben van dit soort lieden.'

De toekomstige korpschef van Amsterdam, Bernard Welten, ging een forse stap verder door privacy 'de schuilplaats van het kwaad' te noemen. De opmerkingen van Vogelzang, Balkenende en Welten leidden tot wat intellectueel gepruttel van juristen en advocaten, maar de burger lijkt gaarne bereid een deel van zijn privacy in te leveren: als daarmee de veiligheid wordt bevorderd, waarom niet. 'De publieke meningsvorming over privacy is aan het kantelen', zegt Hoogenboom. 'Uit alle enqus blijkt dat veel makkelijker wordt gedacht over de schending van de priveer.'

Die houding van groeiende onverschilligheid baart Peter Hustinx, tot eind januari voorzitter van het CBP, grote zorgen. In het tv-programma Buitenhof viel hij onlangs fel uit naar politici en korpschefs die zich 'op laatdunkende wijze' uitlaten over privacy. Volgens Hustinx worden diffuse angstgevoelens op onverantwoorde wijze gemanipuleerd. Natuurlijk heeft hij oog voor het opsporingsbelang, betoogt hij, 'maar terughoudendheid is geboden. De politie heeft de laatste jaren veel meer mogelijkheden gekregen: het gebruik van DNA, het aftappen van telefoons, preventief fouilleren.' De burgers zijn volgens hem makkelijk te bespelen, omdat privacyschending voor hen meestal een ver-van-mijn-bed-show is.

Pas als de burger er zelf last van ondervindt wanneer de koppeling van geheime gegevens bijvoorbeeld leidt tot ontslag of tot vileine acties van een concurrent of politieke vijand krijgt privacybescherming concrete betekenis. De gemiddelde burger heeft, meent Hustinx, weinig inzicht in de technologische mogelijkheden, hij beseft niet dat alle sporen die hij achterlaat in de maatschappij centraal geregistreerd kunnen worden. En dat zonder duidelijke regels, grenzen en wetten, George Orwells big brother overal kan toeslaan.

Hoogenboom, net aangesteld als hoogleraar Forensic Business bij Nivra-Nyenrode, wijst op een hit uit de jaren negentig van de popgroep The Police, die de technologische mogelijkheden feilloos fileert. Every breath you take (ademcontrole), Every move you make (bewegingsdetector), Every bond you break (leugendetector), Every step you take (elektronische monitoring), Every word you say (afluisterapparatuur), Every vow you break (stemstressanalyse), Every smile you fake (brain wave-analyse), Every claim you stake (koppeling van computergegevens), I'll be watching you (camerabewaking).

'Het geloof in de techniek is ongebreideld', zegt Hoogenboom, die in 1994 promoveerde op de samenwerking van politie met bijzondere opsporingsdiensten en particuliere recherche. 'Maar technologische hoogstandjes zijn niet feilloos.' Hij wijst op een Duits onderzoek naar de biometrische identificatie op luchthavens: het systeem waarbij de passagier een vinger op een plaatje legt voor een afdruk. Hoogenboom: 'Wat bleek? Als een passagier boven zijn vingerafdruk ademt, kan de afdruk van de vorige passagier worden geactiveerd.'

Zo kan ook worden geknoeid met DNA-bewijsmateriaal. Een crimineel die van plan is een moord te plegen of iemand te verkrachten, kan bewust gebruik maken van 'neutraliseringstechnieken'. Hij kan DNA-materiaal van een ander verzamelen in haren of schilvertjes huid en dat op het slachtoffer achterlaten. Computersystemen worden steeds vaker gekoppeld. Een spellingsfout in een naam kan al leiden tot Kafkae toestanden.

Voorlichting over de voor-en nadelen van de technologie en over de manier waarop die ingrijpt in ieders privven, is broodnodig, menen privacy-experts. Hustinx, sinds 1 februari directeur van het Europese instituut voor databescherming: 'Een ziekenhuis is een huis met bedden, maar ook een gegevensverwerkende fabriek en wel van heel gevoelige informatie. Dat geldt voor banken, verzekeraars, sociale diensten.

'Achter de simpele vraag wat een werkgever mag weten van zijn werknemer, schuilt een complexe wereld. Ik vul maar in: gegevens over rechtspositie en betaling, niet alleen van de werknemer, maar van het hele gezin. Dan zijn er gehandicapten, etnische minderheden, je hebt mensen die in werktijd websites zitten te bekijken met porno. Declaraties die moeten worden geverifieerd. Dan heb ik het alleen nog maar over de arbeidsomgeving. Steeds weer komt de vraag aan de orde: wat mag wie ten opzichte van wie, waarover wat weten, verzamelen, verhandelen?'

Tegen burgers die hun schouders ophalen over privacybescherming en zeggen: ze mogen alles van mij weten, ik heb niets te verbergen, zegt Hustinx steevast: 'Oh ja, ook uw pincode?'. Hij hamert op het belang van autonomie. Mensen moeten zelf kunnen beslissen over wat zij op een bepaald moment kwijt willen. 'Tegen je dokter zeg je wat anders dan tegen je werkgever.'

Er zal altijd een spanning zijn tussen de wens van de burger om zijn eigen privreld te koesteren en de neiging een deel van zijn privacy op te geven in het belang van de strijd tegen criminaliteit en terrorisme, benadrukken Hustinx en Hoogenboom. Ze pleiten voor een fundamenteel maatschappelijk debat over nieuwe privacy-grenzen, dat veel dieper graaft dan de incidentele erupties in de media over schending van het privven van politici en andere bekende Nederlanders.

Hustinx: 'Het is makkelijk te zeggen: verhoog de veiligheid, doe me nog maar wat detectiepoortjes of camera's. The Independent onthulde onlangs dat in Engeland 4,3 miljoen camera's zijn getalleerd. Zo'n enorm aantal kan niet meer effectief zijn.' Die springvloed aan beelden is door opsporingsdiensten immers niet te hanteren.

Sinds de terroristische aanvallen op Amerika is de wens van Washington alle passagierslijsten van reizigers naar de VS te kunnen checken legitiem en op z'n minst begrijpelijk. 'Maar vinden we dat ook als we er zelf last van krijgen?', vraagt Hoogenboom zich af. 'Patrick Kluivert had, vanwege een veroordeling, voorjaar 2002 problemen zijn reis te regelen met het Nederlands elftal naar Amerika. Door technologische fouten kan een willekeurige reiziger de voet worden dwars gezet. En wat als zakenlieden door extra oponthoud hun aansluitende vluchten missen? Zijn we bereid dergelijke ongemakken te slikken?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden