'Veranderen om hetzelfde te blijven'

Na jaren van malaise krabbelt de boekenmarkt weer (een beetje) overeind. In deze korte serie praten uitgevers over de veranderingen in hun vak. Jean Christophe Boele van Hensbroek van Lemniscaat gelooft in de kracht van de geleidelijkheid, maar soms moet de beuk erin.

Beeld c

In de hal bij uitgeverij Lemniscaat ligt het pas verschenen Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad van de Deense hoogleraar Peter C. Gøtzsche. Gøtzsche beschrijft daarin hoe de farmaceutische industrie aan de lopende band onderzoeksresultaten verdoezelt, artsen omkoopt, bijwerkingen verzwijgt en patiëntenorganisaties corrumpeert; kortom, hoe Big Pharma door te liegen miljarden verdient met dubieuze pillen, zoals Bert Keizer in zijn voorwoord kordaat samenvat.

Dit is dus een typisch Lemniscaatboek, zegt Jean Christophe Boele van Hensbroek (65) - Lemniscaat is vermaard als uitgeverij van jeugdboeken, maar timmert steeds harder aan de weg met zijn non-fictiefonds. Ter voorbereiding op het gesprek heeft de uitgever een lijstje gemaakt met een aantal leuzen. 'Wij zijn spelers, geen toeschouwers', leest hij voor. 'We zijn een uitgeverij; we hebben de mogelijkheid boeken uit te geven waarmee we in het geweer kunnen komen tegen bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen. De farmaceutische industrie heeft veel te veel macht, en Peter Gøtzsche rekent daar op briljante wijze mee af. Gøtzsche is professor maar heeft zelf in de farmaceutische industrie gewerkt; hij weet waarover hij praat.'

CV Jean Christophe Boele van Hensbroek

1950

Geboren te Rotterdam

1969

Hbs-b

1969-1974

Rechtenstudie aan de Universiteit van Amsterdam; strafrecht met specialisatie kinderrecht en criminologie

1974

Doctoraalexamen UvA

1974-1976

Groepswerker bij De Triangel, opvang van probleemgezinnen in Amsterdam

1976-1977

Stage bij uitgeverij Andersen Press in Londen

1977-1985

Unithoofd bij de Raad voor de Kinderbescherming te Rotterdam.

1985 tot heden: Uitgever van Lemniscaat te Rotterdam

Denk je dat dit boek iets verandert?

'Ik denk dat het een béétje bijdraagt aan verandering. Het komt op het goede moment, ik merk dat de invloed van de farmaceutische industrie ook artsen tot híer zit. Alles wordt gemedicaliseerd, terwijl elke huisarts weet dat driekwart van de klachten vanzelf overgaat en dat een pilletje meestal toch niet helpt. Of zelfs bijzonder schadelijk kan zijn.' Het vriendelijke stemgeluid van Boele van Hensbroek wordt wat harder: 'Je hebt een te hoge bloeddruk en krijgt een medicijn. Je hebt een andere klacht en krijgt weer een medicijn. Maar de samenwerking tussen die twee medicijnen is niet onderzocht! Medicijnen zijn doodsoorzaak numero drie, schrijft Gøtzsche. Dat is een parlementaire enquête waard.' Bonkt driftig met de vuist op tafel: 'En waar ik héél erg boos over word, is dat het ministerie van VWS eens in de zoveel tijd 'met de benen op tafel' met de farmaceutische industrie gaat overleggen. Met de benen op tafel! We moeten onze gezondheidszorg niet bij de industrie leggen. Grote ondernemingen hebben te veel macht. Die prachtige akkoorden in Parijs: kijk er even doorheen en dan zie je dat de Shells en Esso's van deze wereld gewoon aan het langste eind trekken. Onze samenleving wordt bedreigd doordat we de belangen van de grote industrie niet voldoende doorzien.'

Is de uitgeverij als bedrijfstak niet ook onderdeel van de grote industrie?

'Ja. En nee. Ik denk dat de cultuursector moet bestaan uit kleine spelers. Ik ben het eens met wat Mark Pieters zei, de nieuwe uitgever bij Van Oorschot: je moet klein blijven en je moet zelfstandig blijven. Ik heb hier natuurlijk ook met grote concerns aan tafel gezeten, die mij graag wilden kopen. Ik moet er niet aan denken.'

Waarom niet?

'Ik heb een prima inkomen, een mooie uitgeverij, we zijn van niemand afhankelijk. Wat word ik er wijzer van? Ja, je krijgt geld - maar wat heb ik aan meer geld? Ik moet niet méér gaan drinken, niet meer eten, niet vaker op vakantie. Weg met de grote concerns. Breek ze op, maak er weer kleine spelers van. En ga vervolgens samenwerken, denk vooral groter dan jezelf; maar doe dat vanuit een zelfstandige positie.'

Uitgeverij Lemniscaat, gevestigd in een herenhuis aan een mooie laan in het Rotterdamse Kralingen, is in 1963 opgericht door de ouders van Boele van Hensbroek. Dankzij hen is een hele generatie in de jaren zeventig opgegroeid met stapels heerlijke Scandinavische boeken waarin jongeren van vijftien serieuze seks hadden en/of per ongeluk zelfs zwanger raakten. 'Ah, onze kommer-en-kwelreeks voor 14-plus. Die boeken deden het héél erg goed. Mijn vader had een goeie baan bij Unilever, maar zijn hart lag bij de dingen die hij in zijn vrije tijd deed: kunst verzamelen, boeken lezen. Op een dag besloten mijn moeder en hij een uitgeverij te beginnen. Mijn vader zei: als ik doodga, wil ik in de spiegel kunnen kijken en zeggen dat ik iets bijgedragen heb. En mijn moeder vond: het mooiste maak je voor kinderen - dat is nu bon ton, maar in 1963 was er dedain voor kinderboeken. Ze zijn begonnen met van die grote prentenboeken, zeven gulden negentig kostten ze, erg duur in die tijd. Daarna kwamen de sprookjes van Grimm, jeugdboeken en uiteindelijk gingen ze ook filosofie en Jung-iaanse psychologie uitgeven.

'De naam is door mijn moeder bedacht - ze had hem gedroomd. Het woord lemniscaat komt uit het Grieks. Een lemniscaat is een soort ceintuur die in een vorm van een acht is gelegd; wat aan de ene kant de binnenkant is, is aan de andere de buitenkant. Dat staat symbool voor de balans tussen het geestelijke en het materiële, tussen ideeën en werkelijkheid, eigenlijk wat een uitgeverij naar ons idee hoort te zijn: we bedenken allerlei hoogdravende dingen maar uiteindelijk moeten het wel boeken worden die mensen willen lezen. Anders heeft het geen zin.'

Jean Christophe Boele van Hensbroek was aanvankelijk niet van plan de uitgeverij over te nemen. 'Ik heb rechten en criminologie gestudeerd, en daarna acht jaar in Rotterdam bij de Raad voor de Kinderbescherming gewerkt - mijn hart ligt bij jongeren die het niet zo getroffen hebben. Op een gegeven moment zei mijn vrouw: zullen we een kinderboekenwinkel beginnen? Toen dacht ik: wat zou ik een kinderboekenwinkel beginnen terwijl mijn vader een prachtige uitgeverij heeft. Geen van mijn zeven broers en zussen stond te trappelen om de boel over te nemen, en ik wist als oudste zoon al een beetje hoe en wat, voor het geval mijn ouders iets zou overkomen. Zij hebben het twintig jaar gedaan, ik zit hier nu dertig jaar en ik ga nog wel een tijdje door. Mijn dochter Lotje heeft al gezegd dat ze mij wil opvolgen, want 'dan doe ik eindelijk een keer' wat zij zegt. Mijn Lotje is nu acht.'

Beeld Bianca Pilet

Nog altijd zijn kinderboeken en filosofie de belangrijke poten; er is weinig veranderd.

'Niks! Nou ja, heel veel, maar uiteindelijk niks. Daar heb ik ook een mooie uitspraak over, even kijken... Hier, uit Il Gattopardo, De tijgerkat. Daarin zegt die oude Siciliaanse baas: 'Wij moeten veranderen om hetzelfde te blijven.' Dat is precies hoe ik denk over de uitgeverij. We kunnen op onze luie reet gaan zitten, maar dat werkt niet; ook uitgeverijen worden ouder, en als je niet uitkijkt, fossiliseer je. We organiseren met andere uitgeverijen een internationale illustratiewedstrijd om te zorgen dat we het jonge illustratietalent uit Nederland maar ook Duitsland, Engeland en Zuid-Afrika in het vizier krijgen. We geven filosofieboeken uit, maar niet zomaar filosofie; het gaat bij ons over de actuele relevantie.

'Binnen die filosofie moeten we samenwerking zoeken met anderen, net als bij de kinderboeken. Het filosofieaanbod in Nederland wordt bepaald door een handjevol uitgevers, en al die kleine keuterboertjes proberen dezelfde groep mensen te bereiken; mensen die cursussen doen, naar literaire cafés gaan, filosofieavonden bezoeken. Ik heb ooit de Maand van de Filosofie opgericht, en vorig jaar ben ik begonnen met Vrienden van de Filosofie, een netwerk van filosofische initiatieven waarin uitgevers en boekverkopers samenwerken; we ontwikkelen een website en de uitgevers maken een tijdschrift waarin hun aanbod staat. René Gude is de stamvader van dat idee. De uitgevers betalen het blaadje samen en leggen het gratis neer bij de honderd boekhandels die ook Vriend van de Filosofie zijn, op voorwaarde dat zij het actief verspreiden.'

Mislukt er ook weleens iets?

'O, ik stoot voortdurend mijn neus. Een van mijn vele mislukte plannen was de Boekenpas. Bedacht door de Kinderboekwinkel Rotterdam en mijzelf. Het was een spaarpas waarmee kinderen tot 18 jaar, die lid waren van de bibliotheek, met elk boek dat ze leenden konden sparen en vervolgens boeken met maximaal 20 procent korting konden kopen in de boekhandel. Ik vind het nog steeds een visionair initiatief, maar het leunde te veel op de bibliotheken. We hadden het verdienmodel niet goed bedacht.'

Waar ben je het meest trots op?

'Op waar we nu mee bezig zijn, de actie 'Geef mij maar een boek'. Vanaf 20 februari kun je bij alle boekhandels Oorlogswinter van Jan Terlouw kopen voor één euro. Een uniek boekhandelsinitiatief; we willen allemaal dat onze kinderen en kleinkinderen opgroeien tussen de mooiste kinderboeken die ooit zijn geschreven, en daarom gaan ze elk jaar prachtige jeugdklassiekers uitbrengen voor één euro. Zonder een cent subsidie. Als we echt iets willen, moeten we ophouden met zeuren en dingen gaan dóen. Gewoon mooie boeken maken, dat heb ik hier ook als leus opgeschreven; laten we gewoon mooie boeken maken.'

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden