Venlo moet nog wennen aan zijn banaan

Limburg mag graag klagen dat ze in de Randstad geen oor vinden voor zuidelijke belangen. Een voorbeeldje: waarom is er eigenlijk geen rijksmuseale instelling in de hele provincie?...

Omdat klagen niet helpt, heeft de provincie zelf maar voor tachtig miljoen gulden in vijf jaar tijd drie spiksplinternieuwe musea neergezet. Maastricht kreeg de kunsten (Bonnefanten, architect Aldo Rossi), Kerkrade het industriële erfgoed (Industrion, Rein van Wylick), en Venlo de oudheidkunde (Limburgs Museum, Jeanne Dekkers).

Venlo is als laatste in september geopend. Het banaanvormige museum staat aan een rotonde tegenover het station Venlo. Het begrenst aan de kopse kant een langwerpig jaren vijftig-parkje, met rechte paden en aangeharkte bloemperken, dat terloops ook op de schop is genomen.

Het meest opvallende aan Dekkers' ontwerp is de zestien meter hoge en honderd meter lange bakstenen muur die langs de bolle zijde van de banaan loopt. De klaagmuur, moppert Venlo. Maar het is een historische verwijzing. Op deze grond bevonden zich in de Middeleeuwen de wallen van de garnizoenstad Venlo - en dit gebouw is per slot een historisch museum.

Maar dat is dan ook een van de schaarse reminiscenties uit het verleden. Architecte Jeanne Dekkers had niet de opdracht of de wens, zoals ze het zelf uitdrukte, 'historiserend' te bouwen. 'We hebben gevraagd om een modern museum', zegt museummedewerker Sef Derkx. Ze kregen in Venlo hout, staal, beton, glas plus dan die muur.

Niet de hele stad was ineens blij dat een deel van het parkje werd opgeofferd voor het museum - getuige ook het gemopper op de klaagmuur - maar het is een goed gekozen plek. De rotonde voor het NS-station lag eerst aan de parkzijde ongedefinieerd open. Nu wenkt daar de uitwaaierende trap van het Limburgs Museum, naast een gebouwtje dat staat geboekstaafd als het oudste benzinestation van Nederland (op oorspronkelijke locatie). Het V-vormige kioskje wordt nu verbouwd tot een informatiecentrum van het museum. Erboven zweeft aan het topje van de banaan een glazen uitkijkpostje. Ook toch weer een beetje een verwijzing naar het verleden.

Haaks op de bolle zijde van de banaan heeft Dekkers een rechthoek van glas en staal geplaatst, waar de kassa, serviceruimten, restaurant en kantoren in zijn ondergebracht. De banaan zelf is drie etages hoog gevuld met lichtdichte tentoonstellingsruimtes. De doorlopende stadsmuur, die de foyer en het expositiegedeelte scheidt, is binnen in de hal op diverse plaatsen opengewerkt om de twee ruimten te verbinden. Die hoge geperforeerde muur maakt het binnentreden tot de indrukwekkendste gebeurtenis van het museumbezoek.

Als je niet voor de collecties komt natuurlijk. Het museum kampt, als meer provinciale musea met het probleem dat het vrij ondankbaar is weer een serie opgegraven pijlpunten en pottenscherven uit te stallen. Maar het Limburgs Museum heeft er wel wat van proberen te maken. Ze hebben naar Britse musea gekeken waar veel met interactieve presentatie wordt gewerkt.

Zelf vinden ze het zogeheten Historoscoop een goed voorbeeld van een moderne presentatie van oudheidkunde. Het is een 'multimediashow' waarbij het publiek in een ronde zaal zit terwijl om hen heen beelden worden geprojecteerd uit veertig diaprojectoren. Een 'modern Panorama Mesdag', heeft directeur Jos Schatorjé het getypeerd.

De collectie zelf, een samenvoeging van het Venlo's lokale Golziusmuseum en de collectie van het Limburgs Volkskundig Centrum in Limbricht, wordt getoond in afgesluitbare modules. Het museum heeft bij Dekkers bedongen dat de binnenruimte naar believen valt in richten. 'De buitenkant is dan misschien wel van de architect, maar de binnenkant is van ons', zegt Derkx. Dus is de banaanvormige ruimte op te delen in zalen van verschillende afmetingen, die elk 'een tijdcapsule' vormen. Een afdeling van jagers tot boeren, de Middeleeuwen, geloof et cetera.

Er is ook plaats voor eigentijdse cultuur, gelet op het adagium van 'romeinen tot Rowwen Hèze' dat het museum voert. Het pronkstuk van de collectie wordt door Derkx met enige geheimzinnigheid geïntroduceerd. Hij gaat voor naar de zaal hedendaagse cultuur waar een kleine glazen vitrine staat. Daarin bevindt zich een bleke plastic neus. 'De neus', fluistert Derkx. Welke neus? Dé neus, herhaalt hij. Het is de neus van waarmee Toon Hermans heeft geposeerd voor het hoesje van de single Mien waar is mijn feestneus. Geschonken door de Sittardse artiest zelf aan het Limburgs Volkskundig Centrum, nu permanent te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden