nieuws EU

Venijnig debat van EU-leiders over begroting: Club Net versus Club Med – de betalers versus de ontvangers

Bij de discussie over de meerjarenbegroting van de Europese Unie gingen de hakken vrijdag direct in het zand. Nettobetalers als Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Denemarken stonden lijnrecht tegenover de ‘ontvangers’, de zuidelijke en oostelijke lidstaten.

Jean-Claude Juncker na afloop van zijn laatste persconferentie op een EU-top. Beeld EPA

‘Geen leiding! Helemaal niets!’ Jean-Claude Juncker doet geen enkele moeite zijn verontwaardiging over de Europese regeringsleiders te verbergen. De vertrekkende voorzitter van de Europese Commissie – die enkele minuten eerder geëmotioneerd als ‘trotse Europeaan’ afzwaaide bij zijn laatste EU-top – maakt vrijdagmiddag korte metten met het gedraal van de leiders te beslissen over de nieuwe meerjarenbegroting (2021-2027) voor EU.

Zie de afscheidswoorden van Juncker vanaf 3.40 minuten. 

De bedoeling was toch echt dat premier Mark Rutte en zijn EU-collega’s vrijdag duidelijkheid zouden geven over dat nieuwe budget. Een eerste aanzet over de totale omvang (vermoedelijk zo’n 1100 miljard euro), de verdeling én de financiering ervan. Maar de leiders kwamen niet verder dan een herhaling van de argumenten (en verwijten) die hun ministers al anderhalf jaar maken. Het streven van de leiders om in december een beslissing te nemen, is in elk geval losgelaten.

Bondskanselier Angela Merkel waarschuwde sommige collega’s zich niet rijk te rekenen. De pot geld – hoe groot die ook oogt voor de individuele burger – is voor zeven jaar, voor 27 landen (als het Verenigd Koninkrijk tenminste voor 2027 vertrekt) en de lidstaten hebben allemaal hun eigen ideeën over de besteding. ‘Het is belangrijk dat we geen luchtkastelen gaan bouwen’, aldus Merkel volgens een vertrouwelijk verslag van de discussie.

Elke meerjarenbegroting van de EU kent een fase van inleidende beschietingen (afgelopen anderhalf jaar), de fase van de loopgraven betrekken (volop begonnen) om vervolgens na een politiek bloedige veldslag van een of twee nachtelijke EU-toppen (nu gepland voor medio 2020) uit te monden in een onnavolgbaar compromis dat alle sporen draagt van diplomatieke koehandel.

Dit keer is het nog iets complexer door de Brexit: met het Verenigd Koninkrijk vertrekt een belangrijke nettobetaler van het EU-budget (circa 10-12 miljard euro per jaar). Dat betekent dat zelfs als het budget gelijk wordt gehouden, de andere nettobetalers meer moeten ophoesten. Volgens Rutte kost deze status quo Nederland al 20 procent meer.

Geen wonder dat nettobetalers als Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Denemarken de meerjarenbegroting willen vastpinnen op de huidige omvang van 1 procent van het Europese bruto nationaal product (bnp). In harde euro’s circa 1.000 miljard euro. Tegenover deze ‘Club Net’ staan de ‘Club Oost’ en ‘Club Med’: de zuidelijke en oostelijke lidstaten die merendeels netto-ontvangers zijn. Die willen minimaal 1,16 procent van het EU-bnp. Het Europees Parlement neemt met niet minder genoegen dan 1,3 procent.

EU-voorzitter Finland had begin deze maand (na lange consultaties van alle lidstaten) een compromis in elkaar gesleuteld: iets tussen de 1,03 en 1,08 procent (1.050-1.100 miljard euro), net iets minder dan de 1,11 procent (1.135 miljard euro) die Juncker vorig jaar voorstelde.

Toonden de leiders zich diepgaand verdeeld over de omvang van het budget, net zo uiteenlopend waren de meningen over de gewenste besteding. Natuurlijk moet er meer naar het milieu (minstens een kwart van het budget) maar ook naar de arme regio’s (voor de mensen), naar de boeren (ons voedsel), de onderzoekers (onze toekomst), buitenlands beleid (veiligheid) en migratie, om maar een paar wensen te noemen. En dan is er nog het nieuwe eurozone-budget, waar de ministers van Financiën vorige week eindelijk overeenstemming over bereikten. Ook dat moet gevuld uit het EU-budget.

‘Hoe kunnen we in vredesnaam meer doen met minder geld?’, zei de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis. ‘Grote ambities vergen een groter budget’, merkte de Portugese premier António Costa op. ‘Dat kan best binnen 1 procent’, antwoordde Rutte. ‘Een kleinere Unie mag niet meer kosten’, vond de Oostenrijkse kanselier Brigitte Bierlein. En zo zette iedereen zijn hakken in het zand. Niet onbelangrijk in deze is dat elke lidstaat een veto heeft. En dat ook nog de wens speelt om EU-subsidies afhankelijk te maken van respect voor de rechtstaat, en van getoonde solidariteit bij het opnemen van vluchtelingen.

‘Consensus is nog niet in zicht’, concludeerde Merkel na afloop van het debat. In een andere perszaal liet Juncker zijn frustratie de vrije loop. Zelfs al blijft hij een maand langer aan dan gepland – zijn opvolgers Ursula von der Leyen krijgt haar nieuwe team niet voor 1 november rond, toch zal hij de ontknoping van de begrotingsdiscussie niet meer meemaken als Commissievoorzitter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden