Column

Venetië, alsof je een doos likeurbonbons leegeet

Ik kende Venetië al, want ik had er op mijn 18de een vakantie doorgebracht. Zonder geld, op een overvolle camping in een barre buitenwijk, met een zeer voormalige huisgenoot van wie mij toen juist begon te dagen dat ik nauwelijks om hem gaf; niet de gunstigste omstandigheden voor een verblijf in de stad waarover Truman Capote opmerkte: 'Venetië is alsof je een hele doos likeurbonbons achter elkaar leeg zit te eten.'

Het Canal Grande in Venetië.Beeld HH

Ook de hernieuwde kennismaking verliep stroefjes. De regen roffelde op een overvolle 'vaporetto' vol huilende baby's, er loeiden sirenes, (waarom?) het Canal Grande stonk naar riool, mijn jongste zoontje zanikte om een bezoek aan McDonald's dat hij, och arme, tijdens het weekje skiën had moeten ontberen en we hadden een barre autotocht achter de rug (files, sneeuwkettingen die je er, in de sneeuwstorm, niet óp krijgt en uren later, in de slagregens, niet áf).

Kortom, een glaasje wijn bleef er wel in. Halverwege de spaghetti maande de ober ons tot stilte, met een knipoog en een handgebaar alsof hij zich een ring om de vinger schoof; inderdaad vroeg een jongeman met een verkeerde neus twee tafeltjes verderop een meisje ten huwelijk. Kreetjes, omhelzingen, applaus. De ober keek alsof hij zoiets dagelijks meemaakte. Ik dacht aan die jonge mensen, over dertig jaar. Nog een flesje wijn dan maar? Graag, ober.

Weer wat beter gestemd dwaalden we na het eten door de donkere stad, waar allerlei herinneringen hun best deden de boel alsnog te verpesten. Donald Sutherland die in Don't Look Now zijn eigen begrafenisgondel voorbij ziet varen. Die enge dwerg met dat rode jasje. Gustav von Aschenbach die in Der Tod in Venedig sterft aan cholera, een eenzame oude man, bevangen door een late, onmogelijke liefde voor een mooi kind.

Nou ja, en toen stond opeens de hele stad onder water. Dát waren die sirenes geweest. Geen ramp ter wereld zo groot of er komen besnorde verkopers toegesneld met noodvoorzieningen, in dit geval overlaarzen van slap, felgekleurd plastic. Een tientje per paar, ja, dahag! Venetië is al duur genoeg en de wijn had ons overmoedig gemaakt: we zouden er ons wel doorheen slaan.

Twee uur kniediep waden en vijf paar verpeste schoenen later (onderschat niet de toorn van een huwbare dochter op doorweekte lievelingslaarsjes) sopten we rillend en afgepeigerd het hotel binnen, waar we in bed nog lang napraatten over alles wat er mislukt was in ons leven.

De volgende dag scheen de zon op de drijvende stad. Rolkoffertjes, rolkoffertjes, rolkoffertjes, schreef Adriaan Jaeggi (ook al dood).

Maar mooi bleek het toch, Venetië. Schitterend zelfs. En zo véél.

Een hele doos likeurbonbons. Achter elkaar.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden