Velthuijsprijs voor Hofman

Kinderboekenmaker Wim Hofman krijgt de Max Velthuijsprijs voor zijn illustraties. Hij gelooft niet in een vrolijke kindertijd.

Dubbelkunstenaar Wim Hofman krijgt dit najaar de Max Velthuijsprijs, de P.C. Hooftprijs voor illustraties in jeugdliteratuur. Hij is daarmee de eerste Nederlandse jeugdauteur die beide grote Nederlandse oeuvreprijzen op zijn naam heeft staan. De Theo Thijssenprijs ontving hij al in 1991.


Hofman (1941) wil als jongen maar één ding: weg, avonturier worden. Dat pakt anders uit. Hij studeert voor missionaris bij de jezuïeten, maar ontdekt al tijdens zijn eerste bezoeken aan Oeganda en Tanzania dat hij niet geschikt is voor dat vak: het fantaseren over de reis bevalt hem veel beter dan de reis zelf.


Terug in Nederland trouwt hij en gaat in Zeeland wonen, waar hij tot zijn pensioen werkt als parttime adjunct-directeur van de Zeeuwse Culturele Raad. Daarnaast heeft hij alle tijd voor zijn kinderen en wat hij tijdens die uren eenzaamheid van zijn priesteropleiding al het liefste doet: schrijven en tekenen.


Hij vindt meteen een uitgever voor zijn schoolwerk en die eerste verzameling wordt zijn debuut: Welwel, de zeer grote tovenaar en zes andere doldwaze verhalen over ridders, tovenaars, matrozen, krentenbollen, cowboys, indianen en over een planeet (1969). Bekend wordt hij in de jaren zeventig met Wim (1976, Zilveren Griffel).


Alle boeken die daarop volgen blijven gaan over het avontuur, maar ook het niet lukken ervan. In een van zijn meest bekende titels, Het vlot (1988, Gouden Griffel), bouwt een jongen in naoorlogs Vlissingen dagenlang aan een vlot, dat als het vlak voor het einde van het boek eenmaal te water gaat, stukslaat tegen een meerpaal.


Hofman gelooft niet in een vrolijke kindertijd: je ouders zijn levensgevaarlijk en kunnen je zomaar in een donker bos achterlaten. Of erger. In Zwart als inkt, het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen (1997, Gouden Griffel en Woutertje Pieterse Prijs) gaat het er nog minder sprookjesachtig aan toe dan in de toch al gruwelijke versie van de gebroeders Grimm.


Tegelijkertijd ontwikkelt hij de beeldende kant van zijn werk. Geïnspireerd door dubbelkunstenaar Lucebert en gegrepen door impressionistische en primitieve schilders als Paul Klee maakt hij omslagen en tekeningen bij zijn eigen verhalen en ook zelfstandig werk. Ook daarin opvallend veel kale kamertjes, sobere houten stoelen, vissen, vogels, strand, stoomboten, vreemde vlotten en vliegtuigen, waarmee je - als ze het doen - snel en ver weg kunt varen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden