Reportage Venezuela

Veldslag op de grens tussen Venezuela en ­Colombia: ‘Niet opgeven nu! Maduro zal vallen’

‘Vandaag gaan we Venezuela bevrijden’, klinkt ’s ochtends nog optimistisch uit de megafoon. Duizenden Venezolanen proberen humanitaire hulp vanuit Colombia de grens over te krijgen. Het loopt uit op een veldslag met de ordetroepen van Maduro.

Venezolanen proberen zaterdag in Ureña de goederen te redden van een vrachtwagen die in brand is gevlogen. Beeld EPA

Op de grens tussen Venezuela en ­Colombia hangt zondagochtend nog altijd een sterke traangaslucht. Verbrande vrachtwagens en hulzen van traangasbommen herinneren aan de veldslag die hier zaterdag plaatsvond. De poging humanitaire hulp Venezuela binnen te krijgen, is faliekant mislukt. Venezolaanse demonstranten hebben het afgelegd tegen de veiligheidstroepen van Nicolás Maduro en smeken nu om buitenlandse militaire interventie.

De kans dat hun gebeden worden ­gehoord neemt toe. ‘De dagen van ­Maduro zijn geteld’, zegt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo zondag tegen persbureau AFP. Zaterdagavond liet ook oppositieleider Juan Guaidó doorschemeren dat een verzoek om militaire interventie nabij is: ‘Ik vraag de internationale gemeenschap alle opties open te houden.’ Vandaag ontmoet Guaidó zijn bondgenoten, onder wie de Amerikaanse vicepresident Mike Pence, om de vervolgstappen de bespreken.

Het is nog vroeg als de demonstranten zich zaterdag verzamelen voor de ingang van de Tienditas-grensbrug in de Colombiaanse stad Cúcuta. In pakhuizen naast deze brug ligt zeshonderd ton voedsel en medicijnen opgeslagen, grotendeels ter beschikking ­gesteld door de Amerikaanse regering. Duizenden demonstranten, of vrijwilligers zoals zelfbenoemd interim-president Juan Guaidó hen noemt, moeten de goederen aan de andere kant van de grens zien te krijgen.

Een gewonde betoger in Cúcuta rust uit na een confrontatie met de Venezolaanse ordetroepen. Beeld REUTERS

‘Niet weggaan’

‘Ze hebben nog steeds niet verteld wat precies de bedoeling is’, zegt ­Gabriel ­Labrador, een 24-jarige student uit de Venezolaanse stad San Cristóbal. Samen met drie vriendinnen staat ­Labrador voor de brug te wachten tot de hulpactie begint. Een man met een hesje van de organisatie roept af en toe iets door een megafoon: ‘Heb geduld, niet weggaan’, klinkt het. ‘Vandaag gaan we ­Venezuela bevrijden.’

Het socialistische regime van ­Maduro heeft de toegang van de hulpgoederen uitdrukkelijk verboden. Hoewel 3,4 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht, ontkent Maduro dat er een humanitaire crisis is. Hij is ervan overtuigd dat de Amerikanen de noodhulp als dekmantel gebruiken om wapens voor de oppositie het land in te brengen. Maduro heeft de grenzen gesloten en gemilitariseerd. De oppositie hoopt dat politie en militairen aan hun hongerige en zieke familieleden zullen denken en de hulp doorlaten.

Internationale hulporganisaties zijn kritisch over deze strategie. ‘Humanitaire hulp moet neutraal en onpartijdig zijn en vrij van politieke discussies’, zegt Patricia Rey, woordvoerder van het Internationale Rode Kruis. De organisatie is al jaren actief in Venezuela. ‘Dit jaar hebben we ons budget voor Venezuela verhoogd van 8- naar bijna 17 miljoen euro’, aldus Rey telefonisch vanuit Genève. ‘Wij gaan gewoon door met onze activiteiten.’

Terwijl organisaties als het Rode Kruis onder de radar actief zijn in Venezuela, willen politici van de oppositie juist zo veel mogelijk schijnwerpers op hun ingezamelde noodpakketten. ‘Het gaat ze om beeldvorming, ze willen de perfecte foto’, aldus Geoff Ramsey, ­Venezuela-expert bij het onafhankelijke onderzoeksinstituut Washington Office on Latin America. ‘De oppositie zet humanitaire hulp in om een breuk binnen het leger te bewerkstelligen’, aldus Ramsey. ‘Ik vrees dat dit de bestaande hulpkanalen in gevaar brengt.’

Als het hek naar de Tienditasbrug ­zaterdag na uren wachten opengaat, krijgen alle demonstranten een witte roos in hun handen gedrukt. Er worden ook witte T-shirts en Venezolaanse vlaggetjes uitgedeeld. Dan komen de vrachtwagens met de hulpgoederen aangereden. ‘Demonstranten aan ­Venezolaanse kant hebben de grens opengebroken’, klinkt het vanaf de geluidswagen. ‘Vier vrachtwagens gaan nu naar de Bolivarbrug, we willen dat de helft van jullie meegaat.’

Een juichende meute beklimt de vrachtwagens, anderen rennen erachteraan. ‘Maduro is al gevallen’, zingen ze. ‘Vrijheid voor Venezuela.’ Ook ­Labrador en zijn vriendinnen begeven zich naar de Bolivarbrug. Daar aangekomen komen de traangaswolken hun tegemoet. De 19-jarige Laurimar Millán smeert tandpasta bij zichzelf en de anderen onder ogen en neus. Het verzacht de pijn van het gas.

De vrachtwagens staan aan Colombiaanse kant, jonge mannen proberen met stenen en molotovcocktails de brug vrij te maken. Ze lopen op een haag van Venezolaanse gardisten. Het is bloedheet, de zon brandt genadeloos in de gezichten. ‘Zet door’, gilt een vrouw vanuit een geluidswagen. ‘Niet opgeven nu! Maduro zal vallen.’

Er gonzen voortdurend nieuws en geruchten over de brug. Er zijn doden aan de Braziliaanse grens, waar de oppositie ook hulpgoederen naar binnen probeert te krijgen. Maduro zou gedetineerden uit de gevangenis halen en wapens geven om op demonstranten te schieten. Ook de ‘colectivos’, zwaarbewapende paramilitairen, zouden met scherp schieten.

Colombiaanse politieagenten begeleiden in Cúcuta een overgelopen Venezolaanse soldaat. Beeld AP

Kookpunt

De razernij bereikt een kookpunt als nieuws van de verderop gelegen Santanderbrug binnenkomt. ‘Ze hebben de hulpgoederen in brand gestoken!’ Een vrouw krijgt de video via Whats­­app binnen, de aanwezigen verdringen zich rond haar telefoon. ‘Dit is het regime van Venezuela’, schreeuwt de vrouw huilend terwijl op haar beeldscherm de vlammen uit de vrachtwagens slaan. ‘Het volk gaat dood van de honger en die klootzak steekt ons voedsel en onze medicijnen in brand.’

Gaby Arellano, Venezolaans parlementariër en een van de coördinatoren van de hulpactie, geeft vanaf de Santanderbrug verklaringen aan de pers. ‘We proberen zoveel mogelijk te redden’, aldus de hevig geëmotioneerde Arellano terwijl om haar heen demonstranten dozen uit de vlammen halen. ‘Hulpgoederen die dictator ­Maduro in brand heeft laten steken.’

In werkelijkheid is niet duidelijk hoe het vuur is ontstaan. Het is mogelijk dat Maduro’s troepen het hebben aangestoken, maar het vuur kan net zo goed zijn veroorzaakt door een verkeerd gegooide molotovcocktail. Of, zoals de aanhangers van Maduro beweren, opzettelijk zijn aangestoken door de oppositie om een militaire interventie te legitimeren. Voor de demonstranten is echter geen twijfel mogelijk. ‘Een president die voedsel verbrandt van een hongerend volk’, zegt Andry Gatsboa (19) met trillende stem. ‘Het is te ziek voor woorden.’

Na uren vechten zijn de demonstranten op de Bolivarbrug nog geen millimeter opgeschoten. De traangasbommen benemen adem en zicht, de ene na de andere gewonde wordt weggedragen. ‘Ze schieten nu ook met scherp’, roept een magere jongen met ontbloot bovenlijf. ‘Wij hebben alleen stenen.’ Zijn stem slaat over: ‘We kunnen het niet winnen.’

‘Help ons’, roepen de demonstranten tegen Colombiaanse politieagenten en militairen. ‘Help ons Venezuela te bevrijden.’ Politieagent Fabian Ospino haalt de schouders op: ‘Het is frustrerend, maar we kunnen niks doen.’ Samen met zijn collega’s kijkt hij stoïcijns toe hoe de Venezolanen stenen uit de straten slopen en flessen vullen met benzine. ‘We grijpen alleen in als Venezolaanse ordetroepen ons grondgebied aanvallen.’

Af en toe komen er Venezolaanse agenten de brug over, het zijn overlopers. Ze worden met luid gejuich binnengehaald en naar het hoofdkwartier van de Colombiaanse ordetroepen ­gebracht. Ze zien er afgepeigerd uit, sommigen huilen. In totaal geven zestig Venezolanen zich over zaterdag. ‘We zijn op de goede weg, niet opgeven’, klinkt het uit de geluidswagen.

Demonstranten duwen een in brand gestoken bus in Ureña. Beeld AP

‘Ga naar huis’

Maar als de avond valt, trekken de vrachtwagens zich terug. ‘We houden ermee op voor vandaag’, klinkt uit de speakers. ‘Ga naar huis.’ Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De meeste demonstranten wonen in ­Venezuela en staan nu voor een gesloten en volledig gemilitariseerde grens. Ook de studenten uit San Cristóbal hebben geen idee waar ze de nacht moeten doorbrengen. ‘Ik wil naar huis’, zegt Millán met tranen in de ogen.

Haar 20-jarige zus zit er ook doorheen. ‘Vanochtend had ik hoop’, zegt ze. Ze staart over de brug, waar de molotovcocktails en traangasbommen nog altijd over en weer gaan. ‘Ik voel me machteloos, en ook schuldig’, gaat ze verder. ‘Ik heb geen stenen gegooid, ik heb niet eens geschreeuwd. Ik wil niets liever dat Maduro valt, maar ik ben te bang om te vechten.’

Labrador heeft de hoop nog niet helemaal opgegeven: ‘Ik weet zeker dat er morgen meer demonstranten uit San Cristóbal komen. Die gaan aan Venezolaanse kant de grenzen openbreken.’ Net als de meeste anderen op de brug vindt de student het hoog tijd dat de Amerikanen ingrijpen. ‘Het is duidelijk dat we hulp nodig ­hebben om ons te bevrijden van dit ­regime.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden