Veldonderzoek op Madagaskar

Ik ben bezig met een ecologische verkenning van Madagaskar, het eiland aan de oostkust van Afrika met het hoogste percentage van planten- en diersoorten die je nergens elders op Aarde aantreft. Al die soorten zijn in meerdere of mindere mate bedreigde soorten. Mijn gids is Russ Mittermeier, de voorzitter van Conservation International en een van de meest vooraanstaande primatologen ter wereld.


We zagen iets wat zelfs Mittermeier, die hier toch al dertig jaar komt, ook nog nooit had gezien. We liepen door het Berenty-reservaat, een van de laatst overgebleven stukken van het zuidelijke, doornige woestijnachtige gebied op Madagaskar. Het is een ecosysteem dat wordt gekenmerkt door lange, dunne, cactusachtige planten die alleen hier voorkomen. In dit bos leven de sifaka-maki's: witte, pluizige halfapen met heel lange achterpoten waarmee ze als boskangoeroes van boom naar boom springen. Hoe ze van de ene kaarsrechte boom met scherpe punten naar de andere springen zonder zichzelf te spiesen, is een raadsel.


Na uren lopen door het bos, waarbij we af en toe een maki zagen, kwamen we bij een bijzonder dichtbegroeid stuk en keken omhoog. Daar zaten, zo'n negen meter boven de grond, negen sifaka-maki's elkaar in twee groepjes warm te houden; vier op één tak, vijf op een andere. Ze keken ons van bovenaf recht aan. Ze zagen eruit alsof ze door iemand van Disney waren getekend: te schattig, te wit, te pluizig om iets anders te kunnen zijn dan een product van een speelgoedfabriek. 'Ik heb er weleens twee of drie bij elkaar zien zitten', zei Mittermeier die avond, 'maar ik heb nooit eerder zo'n hele groep bij elkaar gezien. Ik wilde gewoon niet weg.'


Ik ook niet. Maar niet alleen omdat we nog nooit zoiets hadden gezien. Ook omdat we wisten dat we zoiets misschien nooit meer te zien zouden krijgen. Niemand, vooral onze kinderen niet. Waarom niet? Kijk maar naar de trends: op Madagaskar is al ruim 90 procent van de natuurlijke begroeiing door ontbossing verloren gegaan, het grootste deel in de laatste decennia van de vorige eeuw, volgens Mittermeier. 'Wat er nog is, is erg versnipperd en wordt onvoldoende beschermd, ondanks het feit dat Madagaskar een nationaal netwerk van parken en reservaten heeft.'


Wij van de nieuwsmedia falen in het verslag doen van de grote trends - trends die op de lange termijn veel grotere gevolgen kunnen hebben dan wij ons nu kunnen voorstellen. Toch jammer dat we nooit het volgende nieuwsbericht zullen lezen: 'De VN-Veiligheidsraad kwam vandaag in spoedzitting bijeen omdat op Madagaskar, een van de landen met de meeste biodiversiteit van de hele wereld, alweer 1 procent van de planten- en diersoorten zijn uitgestorven.' Of: 'Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry heeft zijn vakantie onderbroken en is met spoed naar Madagaskar gereisd om te proberen een staakt-het-vuren te bewerkstelligen tussen de houtkappers, stropers, mijnwerkers en boeren die de laatste stukjes van de unieke bossen van Madagaskar dreigen te verwoesten en een kleine groep toegewijde plaatselijke milieuactivisten die de bossen proberen te beschermen.'


Aangezien dat niet zal gebeuren, moeten we nadenken over hoe we deze unieke natuur toch kunnen behouden met behulp van de beperkt beschikbare middelen hier. In theorie weten we hoe het moet: een goed geleid nationaal systeem van parken en reservaten is van het grootste belang omdat, gezien de huidige trends, alles wat buiten zulke beschermde gebieden ligt ten prooi zou vallen aan ontwikkeling en bevolkingsgroei.


Dat is vooral voor Madagaskar van levensbelang omdat zonder die bossen noch de bijzondere planten noch de bijzondere dieren het zouden overleven. Beide zijn op zich al een waar genoegen en brengen ook het broodnodige geld van toeristen binnen in dit ongelooflijk arme land. Maar ook de mensen zouden het niet overleven. De bossen zorgen voor de gestage toevoer van schoon en duurzaam water en grond die de explosief groeiende bevolking van Madagaskar nodig heeft.


'We moeten deze natuurlijke omgeving behouden', zei de president van Madagaskar Hery Rajaonarimampianina tegen mij in een interview. 'Een van de speerpunten van mijn beleid is het ontwikkelen van ecotoerisme. Dat kan veel banen opleveren. Het probleem is dat de mensen zo arm zijn dat ze geen andere keus hebben dan roofbouw te plegen op hun omgeving. Dat is een trieste zaak.'

© The New York Times

Vertaling Leo Reijnen

Thomas Friedman is columnist van The New York Times.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.