Veiligheid omwille van de veiligheid is terreur

Relativering van de vrije meningsuiting en verabsolutering van de veiligheid, zoals Hans van den Broek bepleit, kenmerkt de dictatuur, betoogt Afshin Ellian....

Voor wie moeten we banger zijn: voor de jihadisten of voor de zogenaamde vrienden van de Staat? Als de strijd tegen het terrorisme wordt gereduceerd tot het beveiligen van de samenleving, dan heeft de terrorist allang gewonnen. Augusto Pinochet en het apartheidsregime, twee christelijk geïnspireerde despotische regimes, meenden ook verwikkeld te zijn in de strijd tegen het terrorisme. Maar dat was niet onze strijd. Wij willen niet leven in de schaduw van de Pinochets.

Waarom willen de terroristen ons doden? Ze haten onze vrijheden: de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. De strijd tegen het islamitische terrorisme dient niet in de eerste plaats ter beveiliging van onze levens en economische belangen, maar ter verdediging van onze vrijheden. De mensenrechten markeren daarom de grenzen van de strijd tegen het terrorisme. Dit is moeilijk uit te leggen aan sommige CDA’ers met Pinochetachtige verlangens.

In 1987 wilde een actualiteitenprogramma van de VARA een scène uitzenden van een Duits tv-programma waarin een uitzinnige massa imam Khomeini bekogelde met damesondergoed. Dat leidde in Teheran tot onlusten en demonstraties tegen Duitsland. Als minister van Buitenlandse Zaken greep Hans van den Broek toen in. Tien minuten voor de uitzending belde hij presentator Paul Witteman met het verzoek de scène niet uit te zenden. De staat intimideerde Witteman met het argument: er zullen misschien doden vallen. Van den Broek lukte het censuur af te dwingen. Dat is precies wat in een bananenrepubliek gebeurt wanneer een sjah of een president belt. De media doen wat de censuurinstantie hun vraagt uit ‘verstandigheid en verantwoordelijkheidsbesef’.

Er is natuurlijk een belangrijk verschil: Pinochet kon journalisten daadwerkelijk doden, terwijl hier één telefoontje van één minister, zonder een specifieke dreiging, genoeg was om een journalist het licht van de behoedzaamheid te laten zien. Wat is erger: censuur door middel van geweld of zelfcensuur uit verinnerlijkte angst?

De houding van mensen als Hans van den Broek wordt door de vijanden van de vrijheid gezien als capitulatie. Ze moedigde het Iraanse staatsterrorisme aan om precies twee jaar later de Britse schrijver Salman Rushdie ter dood te veroordelen. Iraniërs en hun Hezbollahvriendjes in Zuid-Libanon gingen westerlingen gijzelen. Zij dachten immers dat er met Europeanen onder dwang en dreiging wel viel te praten.

Moet Van den Broek geen verantwoordelijkheid nemen voor het beleid dat de terreur heeft aangemoedigd? Hij is als een politiechef die regelmatig toegeeft aan het geweld van hooligans. Wat drijft hem de zelfcensuur in een democratische rechtsorde te willen introduceren?

‘We mogen de vrijheid van meningsuiting niet verabsoluteren. Daarentegen moeten we de verantwoordelijkheid van de overheid voor de veiligheid van burgers in binnen- en buitenland wel verabsoluteren’, aldus Van den Broek, nu Minister van Staat (Binnenland, 26 maart). Dit is een onverbloemd Pinochetachtige redenering. Wordt in Noord-Korea, een baken van veiligheid en vrede, anders gedacht? Een democratische rechtsorde is er allereerst om de vrijheid, gelijkheid en vreedzame conflictbeslechting voor een volk te waarborgen. Veiligheid omwille van de veiligheid tekent een despotisch regime.

Onder een bezetting of in een toestand van totale anarchie mag de staat tijdelijk, voor een bepaalde duur, de veiligheid laten prevaleren boven andere grondrechten. Dan verkeert het bestaan van de staat als geheel, als waarborg voor alle vrijheden, in gevaar. Dan leven we natuurlijk tijdelijk niet in een democratie. Daarmee begint de tijdelijke heerschappij van de Hobbesiaanse Leviathan.

Is daar nu aanleiding voor? Zijn er Nederlandse moslims gezien die zich op klaarlichte dag hebben ingegraven om na de koranfilm een burgeroorlog te ontketenen? Dat gelooft alleen een doorgewinterde xenofoob. Natuurlijk zullen we hevig worden bedreigd door terreurnetwerken, maar dat brengt de existentie van de staat niet in gevaar. Mogelijk geweld van fundamentalisten in Egypte, nog altijd een beperkt aantal moslims, moeten we toevertrouwen aan het middenoosterse vakmanschap van Mubarak. Onze rechtsorde houdt bij onze landsgrenzen op. Inzake de veiligheid van buitenlanders en diplomaten bestaan er internationale verdragen. In Egypte is derhalve de Egyptische regering verantwoordelijk voor de veiligheid van de Nederlanders.

Van den Broek eist censuur. Als Minister van Staat moet hij de Grondwet verdedigen – ik bedoel onze Grondwet, niet die van Hamas of Egypte. Helaas doet hij dat niet. Volgens wijlen professor Koekkoek (een rechtgeaarde christen-democraat) en andere staatsrechtsgeleerden verbiedt artikel 7 van onze Grondwet censuur onvoorwaardelijk.

De zinsnede ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’ in artikel 7 lid 1 mag niet zo worden gelezen dat censuur en andere preventieve beperkingen geoorloofd zijn. De grenzen van de vrijheid van meningsuiting hebben betrekking op een toetsing achteraf. Al op 7 november 1892 bepaalde de Hoge Raad dat de openbaarmaking van gedrukte geschriften niet door preventieve maatregelen mag worden belet. De eis van de Federatie van Moslims – dat de rechter een comité van experts moet aanwijzen die de film van Geert Wilders vooraf moeten bekijken om te beoordelen of deze rechtmatig is – moet de rechter derhalve afwijzen. Temeer nu kortgeleden een andere voorzieningenrechter in een vergelijkbare zaak de censuur op het maken van Submission 2 (door het toenmalige Kamerlid Hirsi Ali) heeft afgewezen.

Niet voor niets schrijft Hannah Arendt in haar commentaar op de politieke filosofie van Immanuel Kant: ‘Het moment om in opstand te komen, is bij Kant het moment waarop de vrijheid van meningsuiting wordt afgeschaft.’ We moeten weerstand blijven bieden aan de Pinochetachtige verlangens van sommige CDA’ers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden