Veiligheid is ook taak bedrijfsleven

De verantwoordelijkheid voor een veilige samenleving ligt primair bij de overheid, maar dat wil niet zeggen dat er voor andere partijen, zoals het bedrijfsleven, geen aanvullende taak weggelegd kan zijn....

VOOROORDEEL en karikatuur belemmeren vaak de voortgang van politieke ideeën. Dat blijkt uit de reactie van columniste Nelleke Noordervliet (de Volkskrant, 1 november) op mijn pleidooi voor een grotere betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de veiligheid in Nederland. Zij veronderstelt dat ik de veiligheidszorg niet langer als kerntaak van de overheid wil zien en het liefst voortaan het grote bedrijfsleven aansprakelijk wil stellen. Dan emigreert ze nog liever naar Amerika; aldus de schrijfster.

Dat begrijp ik, sterker nog: ik zou meegaan. Maar dat is natuurlijk niet wat ik bedoel en ook niet wat ik heb gezegd. In de eerste plaats staat de primaire verantwoordelijkheid van de overheid voor een veilige samenleving niet ter discussie. Die komt tot uitdrukking in de 'zwaardmacht' van de overheid, ofwel het monopolie op geweldstoepassing en dwangbevoegdheden. Niemand zou die graag willen overdragen aan particulieren. Schemerzones moeten hier ook worden voorkomen. Ik ben en blijf daarom ook een tegenstander van vormen van publiek-private samenwerking, waarbij gemeenten, omdat er te weinig politie surveilleert, private veiligheidsdiensten inhuren om toezicht op straat uit te oefenen.

Weliswaar dragen die 'beveiligers' ook een pet, maar het is niet de pet van de overheid. Particuliere diensten kunnen heel goed particuliere terreinen en gebouwen beveiligen, maar horen geen rol te spelen in het publieke domein.

De veiligheidstaak van de overheid omvat niet alleen goede en voldoende politiezorg, een adequaat justitieel apparaat, een hanteerbaar Wetboek van Strafrecht en voldoende rechters. Die taak gaat aanmerkelijk verder. Al in de jaren tachtig brak het inzicht door dat preventief beleid veel ellende kan voorkomen. Dat varieert van betere straatverlichting tot anti-spijbelprojecten, van voorlichting over inbraakpreventie tot de subsidiëring van supportersbeleid bij voetbalclubs.

Veiligheid hoort dus in alle overheidshandelen door te werken. De afgelopen tien jaar is de doelstelling gelukkig nog breder geworden. Niet alleen maar repressief optreden tegen criminaliteit en overlast en het beperken van de gelegenheid daartoe, maar ook gericht de oorzaken aanpakken. Niet door in de stijl van de jaren zeventig alleen maar te wijzen op sociale ongelijkheid en kansachterstanden, maar concrete acties om buurten op te knappen, het sociale toezicht te vergroten (stadswachten, conducteur op de tram) en iedereen die bij kan dragen aan leefbaarheid en veiligheid aan te spreken op (het kleine beetje) eigen verantwoordelijkheid. Met dure woorden heet dat integraal veiligheidsbeleid.

Ik ben een voorstander van die benadering, die veronderstelt dat de primaire verantwoordelijkheid van de overheid de bijdrage van anderen niet uitsluit, maar activeert. Scholen, wijkverenigingen, woningbouwcorporaties, horecaondernemers en jeugdinstellingen kunnen allemaal - ieder binnen de eigen mogelijkheden - worden aangesproken op eigen én gezamenlijke inspanningen.

Veiligheid is immers van waarde voor de gehele samenleving en dus niet alleen een zorg van politie en justitie. De overheid voert daarin de regie en treedt op waar dat ook moet en alleen door de overheid kan gebeuren. Dit samenhangend beleid komt gelukkig in veel steden van de grond, vaak onorthodox en vernieuwend en gelukkig ook over de grenzen van de afzonderlijke, beperkte belangen.

Mijn pleidooi voor een grotere betrokkenheid van het (georganiseerde) bedrijfsleven past daar naadloos in. Niet om taken van de overheid over te nemen, wel om 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' inhoud te geven. Het verantwoordelijkheidsgevoel van grote en kleine bedrijven voor de maatschappelijke omstandigheden waarin zij opereren, krijgt nu vooral vorm in duurzame productiemethoden en in modern mecenaat voor kunst en cultuur.

Dat is op zichzelf mooi. Er is ook niets op tegen als bedrijven hun eigenbelang combineren met collectief belang door financieel grote exposities mogelijk te maken of een nieuwe aanbouw aan een museum, onder vermelding van hun goede daden. Waarom kan dat ook niet in andere maatschappelijke sectoren?

Soms gebeurt dat al. Shell subsidieert bijvoorbeeld de breedtesport via NOCNSF. Het Fonds Slachtofferhulp Nederland kan rekenen op financiële en facilitaire steun van een aantal bedrijven. Andere bedrijven dragen bij aan jeugdprojecten op lokaal en nationaal niveau. Ze laten daarmee zien (zonder dat er elk moment reclame hoeft te worden gemaakt) dat ze met beide benen in de samenleving willen staan en daar betrokken deel van uitmaken. Het georganiseerde bedrijfsleven speelt ook nu al een rol in de bestrijding van criminaliteit, zij het dat het dan vooral gaat om de bescherming van eigen belangen (winkeldiefstal, verduistering en fraude door werknemers, beveiliging bedrijfsterreinen e.d.).

Mijn pleidooi is er op gericht dat ook waar het directe verband met het eigen bedrijfsbelang minder zichtbaar is, het bedrijfsleven bijdraagt aan de veiligheidszorg. Ook inspanningen die ten goede komen aan de sociale veiligheid op straat, aan leefbaarheid in de buurt en aan een veilig uitgaansklimaat dienen het bedrijfsbelang, maar dan in wat bredere zin.

Grootgrutters die gericht werven onder Marokkaanse jongens en op die manier bijdragen aan kansen voor deze groep en vermindering van overlast en criminaliteit. Bierbrouwers die in hun leveringscontracten voorwaarden stellen aan horeca-exploitanten voor een verantwoorde uitbating.

Plaatselijke industrieën die zich bekommeren om de stad en de leefomgeving van hun werknemers door bij te dragen aan jeugd- of drugs-preventieprojecten. Wat is daar tegen? In mijn ogen niets. Het zou bewijzen dat in dit polderland samenwerking tussen alle maatschappelijke partners niet alleen dienstbaar is aan onze economische maar ook onze maatschappelijke groei. Niet in de plaats van de overheid, maar samen met de overheid. Dat heet burgerzin en dat mag ook van bedrijven worden gevraagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden