Veelkoppig monster

DE Nederlandse beursfondsen doen het minder goed dan de AEX-index wil doen geloven. In 1998 steeg de index weliswaar met 29,8 procent, maar die stijging werd geflatteerd door de uitzonderlijke beleggingsprestaties van een aantal banken en verzekeraars....

'Liefst 70 procent van de beursgenoteerde fondsen haalde het gemiddeld rendement niet', zegt Roman Wagenaar, onderzoeker bij Deloitte & Touche Consulting. Volgens zijn berekeningen wist vorig jaar meer dan de helft van de in Amsterdam genoteerde fondsen niet eens een positief rendement (koerswinst plus dividend) te halen.

Het jaar 1998 is in dat opzicht niet uitzonderlijk. Ook op lange termijn presteren de meeste beursfondsen eigenlijk onder de maat, zo vindt Wagenaar. Een paar fondsen zijn meestal verantwoordelijk voor de enorme koersstijgingen. In de periode tussen 1993 en 1998 - een termijn van zes jaar - steeg de AEX gemiddeld met 23 procent per jaar.

Wagenaar: 'De helft van de fondsen haalt zelfs nog geen gemiddeld rendement van 13 procent: dat is de som van de rente op staatsleningen en de risicopremie. Historisch gezien is dit toch minimaal vereist.'

Deloitte & Touche Consulting heeft de resultaten van het onderzoek vastgelegd in een zogenoemde S-Curve. De beursfondsen worden daartoe ingedeeld in vijf verschillende categorieën. In elke categorie worden exact 20 procent van de fondsen ondergebracht. 'De indeling is geen waardering voor de beleggingsprestatie op zichzelf. Het is vooral een aanduiding waardoor fondsen goed vergelijkbaar zijn.'

In de topcategorie - Standard of Excellence - zitten fondsen die sinds 1993 jaarlijks een rendement van minimaal 40 procent hebben behaald. Automatiseerder CMG voert die categorie aan met een gemiddeld rendement van 128,7 procent. Ook andere hightech-fondsen scoren goed. Na CMG volgen Simac (84,1 procent), Ordina (75,8 procent) en LCI Computer Groep (75,2). Van de grote fondsen scoort Aegon het beste resultaat. In de afgelopen zes jaar heeft Aegon een gemiddeld totaal rendement behaald van 65,8 procent. Andere grote fondsen die de Standard of Excellence hebben bereikt zijn Fortis en VNU.

De banken (ING en ABN Amro), Philips en Unilever zijn ondergebracht in de tweede categorie. Zij scoren volgens Deloitte & Touche Consulting 'ruim voldoende'. De chemiesector, Koninklijke Olie en uitgever Elsevier behoren tot de middenmoot. Zij kwamen in de afgelopen zes jaar tot een gemiddeld rendement van zo'n 10 procent. 'Eigenlijk is dat niet goed. Maar omdat de gemiddelde prestatie ondermaats is, halen ze toch een voldoende', aldus Wagenaar.

In de categorie 'onvoldoende' is ondermeer het fonds Baan ondergebracht. Tot de 20 procent fondsen die 'ruim onvoldoende' scoren behoren Nedlloyd (-14,1 procent), Begemann (-15,4 procent), Van Heek Tweka (-19,2 procent) en Phoenix Beheer (-19,8 procent). Sphinx Gustavsberg is met een negatief rendement van 21,8 procent het slechts presterende fonds van de Amsterdamse beurs over de afgelopen zes jaar.

Het doet het zelfs net iets slechter dan de investeringsmaatschappij Omnium Europe die in deze periode een negatief rendement van 20 procent moest slikken. Hieruit blijkt dat de S-Curve een veelkoppig monster kan zijn. In het laatste jaar was Omnium Europe met een rendement van 227,8 procent juist de winnaar op de Amsterdamse beurs.

Tot de toppers in dat jaar behoorden vorig jaar ook Fortis, KPN, CMG, Heineken en natuurlijk Aegon. Om over 1998 een Standard of Excellence te bereiken was minimaal een rendement van 53 procent nodig. Fondsen die vorig jaar 8 procent rendement haalde, scoorden al ruim voldoende. Een negatief rendement van 11 procent was alsnog goed voor een 'voldoende'.

Volgens de consultant van Deloitte & Touche willen bedrijven graag op termijn de Standard of Excellence behouden. 'Maar dat is erg moeilijk. Ieder jaar moet dan 40 procent rendement worden behaald. Maar een fonds als Aegon is daar toch in geslaagd.'

Wagenaar stelt dat de S-Curve op langere termijn vlakker is dan die op korte termijn. 'Over een periode van zes jaar zijn de uitschieters +128,7 procent en -21,8 procent. Over 1998 was dat +227,8 procent en -75,8 procent.'

Peter de Waard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden