Veel werkervaring? Nou en?

Loten voor een studierichting doet geen goed aan het rechtvaardigheidsgevoel. Vanaf aankomend studiejaar wordt slechts de helft van het aantal beschikbare plaatsen verloot, de rest gaat naar studenten met gemiddeld een 8 en hoger....

MEIKE VERNOOY: lange tijd was ze meer een symbool dan een persoon. Drie jaar achtereen, van 1996 tot 1998, werd ze uitgeloot voor de opleiding geneeskunde. Ondanks het cijfergemiddelde van 9,6 waarmee ze het gymnasium had afgerond. En ondanks de relevante werkervaring die zij had opgedaan in het Academisch Ziekenhuis Rotterdam.

Hiertegen verzette zich het collectief rechtvaardigheidsgevoel. Het systeem van gewogen loting dat de zogenoemde fixusopleidingen in stelling hadden moeten brengen tegen de ongebreidelde aanwas van studenten, gold als een Fremdkörper in een onderwijssysteem dat steeds prestatiegerichter was geworden. Wie zich onttrekt aan de grauwe middelmaat van zesjes en zeventjes, moet daarvoor worden beloond, luidde de redenering. Zeker als de betrokkene - getuige het aantal ondernomen toelatingspogingen - over veel doorzettingsvermogen blijkt te beschikken.

Maar het voornaamste lotingsslachtoffer zelf maakte op grond van heel andere overwegingen aanspraak op plaatsing bij de opleiding van haar voorkeur.

Zij beriep zich vooral op de werkervaring die zij had opgedaan als assistente endocrinologie bij het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, en op de motivatie die daaruit sprak.

Anders dan de cynisch geworden vader Vernooy eertijds veronderstelde, zat de politiek ernstig met het lotingssysteem in haar maag. Nog geen jaar nadat 'de briljante gymnasiaste' voor de derde maal was uitgeloot, had de Kamer serieus gepoogd het stelsel van zijn grootste tekortkomingen te ontdoen.

Voortaan - dat wil zeggen: vanaf het studiejaar 2000-2001 - zou slechts nog de helft van de beschikbare opleidingsplaatsen via het lot worden verdeeld. De rest zou worden toegewezen aan studenten met een eindexamengemiddelde van 8 of meer, en aan studenten met een relevante werkervaring. Het opgetuigde stelsel, een typisch Haagse compromis-formule, zou een einde maken aan de willekeur van het lot.

Het nieuwe systeem oogst echter niet louter bijval. Aanhangers van de verdelende rechtvaardigheid prefereren de oude situatie boven de cijfer- en baantjesjacht waartoe scholieren nu zouden worden aangezet. Is de eindexamenscore bovendien niet een even arbitrair toelatingscriterium als het lotingsnummer? En schuilt er in de briljante vwo-abituriënt per definitie een goede arts?

De faculteiten die met de uitvoering van de 'decentrale selectie' zijn belast, voeren vooral praktische bezwaren aan. Het nieuwe systeem zou een te grote logistieke belasting voor hen vormen. Ruim 25 jaar hebben zij de selectie van studenten kunnen uitbesteden aan de Informatie Beheer Groep (IBG) in Groningen, en opeens moeten zij zelf uit duizenden kandidaten het aanstormend talent zien te filteren. Van de acht Geneeskunde-faculteiten achten zes zich daartoe nog niet in staat. Zij veroorloven zich nog een jaar voorbereidingstijd. Tot die tijd worden de beschikbare plaatsen verdeeld tussen de 'acht-plussers' en de gunstige (dat wil zeggen: lage) lotnummers.

Vooralsnog selecteren alleen de universiteiten van Leiden en Utrecht 10 procent van hun geneeskunde-studenten 'aan de poort'. De manier waarop dat gebeurt, doet echter geen recht aan de bedoelingen van de Haagse compromis-formule. Zo is werkervaring als selectiecriterium komen te vervallen.

De Universiteit Utrecht werft onder kandidaten die een relevante opleiding op academisch of hbo-niveau hebben afgerond, en die hebben blijkgegeven van 'een realistisch inzicht in het werk in de gezondheidszorg'. Het gaat dus om relatief oude kandidaten die doorgaans geen aanspraak meer kunnen maken op studiefinanciering.

De Leidse universiteit richt haar pijlen vooral op vwo'ers met een uitgebreid vakkenpakket die zijn behept 'met een brede maatschappelijke belangstelling en goede communicatieve vaardigheden'. Van die kwaliteiten kunnen zij blijk geven gedurende drie getrapte selectieronden die een getrouwe weergave moeten vormen van de academische realiteit.

Wat de verdiensten van deze methode ook mogen zijn: de scholier die met bijbaantjes in het ziekenhuis zijn weg naar een opleiding geneeskunde hoopte te effenen, wordt er niet veel wijzer van.

Erik Nout was zo'n scholier. Toen zijn leeftijdsgenoten nog mijmerden over een toekomst als piloot of profvoetballer, wilde hij al dokter worden. Om dat streven kracht bij te zetten, werkte hij tijdens zijn vakanties als doktersassistent en haalde hij zijn EHBO-diploma. Hij deed hiermee vaardigheden op waarmee hij nu, als eerstejaars student geneeskunde, zijn voordeel kan doen.

Toch leveren dergelijke nevenactiviteiten onder het stelsel van decentrale selectie geen enkel voordeel op. Volgens de Leidse opleidingsdirecteur Henk Hendrix is hun relevantie niet goed meetbaar. 'Ze vormen geen betrouwbare indicatie van de geschiktheid van een kandidaat. Kandidaten kunnen doorgaans hooguit bogen op relatief simpele hand- en spandiensten.'

Schooldecaan Wijnand Rietman, lid van het sectiebestuur vwo/havo van de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen valt Hendrix - zijn kritiek op de ingevoerde selectiemethoden ten spijt - hierin bij.

'Ik weet ook niet wat ik mij bij de relevante werkervaring van een achttienjarige moet voorstellen. Geeft iemand die jarenlang op zaterdagmiddag de vloer van het plaatselijke ziekenhuis heeft gedweild daarmee blijk van zijn geschiktheid voor een medische opleiding? Ik zie die relatie niet.'

Dat neemt allemaal niet weg dat de vrije selectie een eenzijdig intellectueel karakter dreigt aan te nemen. Het ziet er ook niet naar uit dat de zusterinstellingen van Utrecht en Leiden volgend jaar anders te werk zullen gaan. Nijmegen heeft erop gezinspeeld de lat nog hoger te willen leggen dan Leiden, en de Amsterdamse universiteiten (VU en UvA) zullen vooral proberen allochtoon talent te recruteren.

Maar van de drie wegen die naar een opleidingsplaats bij Geneeskunde hadden moeten leiden - het hoge cijfer, het gunstig lotnummer en het relevante baantje - blijkt de laatste onbegaanbaar. En dat was niet de bedoeling van Meike Vernooy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden