Veel & veelzijdig

Charmant, ongrijpbaar, vleiend, heel soms vilein - Jeroen Willems kon het allemaal zijn. Maandag overleed een van de grootste acteurs van Nederland aan een hartstilstand.

De laatste grote toneelrol van Jeroen Willems was die van Ludwig II bij de Münchner Kammerspiele. In regie van Ivo van Hove, die daar was op uitnodiging van Johan Simons, de intendant van het stadsgezelschap in München.


De rol van de getroebleerde Beierse koning markeerde niet alleen zijn grote talent als vertolker van mannen met dolende zielen, maar het spelen daar in München moet voor hem ook een warm bad zijn geweest. Hij kon zich immers wentelen in de aandacht van twee belangrijke toneelleiders die voor de ontwikkeling van zijn acteurscarrière belangrijk zijn geweest. Bij Van Hove speelde hij in zijn beginjaren een prachtige Richard II en bij Simons kwam deze van nature teruggetrokken en soms zelfs schuwe acteur tot wasdom.


Willems speelde de rol van Ludwig op gepast cerebrale wijze, een man die verdwaald leek in zijn eigen leven. Koning tegen wil en dank, kunstliefhebber, homoseksueel in omstandigheden waarin dat ongewenst was. Het zadelde hem op met verlangens die maar moeilijk hanteerbaar waren, en juist dat kon Willems als geen ander in het theater voelbaar maken.


Maandagavond zou Jeroen Willems optreden in Carré, tijdens het gala waarop het 125-jarig bestaan van dit Amsterdamse theater zou worden gevierd, in aanwezigheid van koningin Beatrix. Tijdens de repetities werd hij onwel; later die dag is hij op vijftig jarige leeftijd aan een hartstilstand overleden. Willems studeerde in 1987 af aan de Toneelacademie Maastricht. Het was vooral bij Simons' theatergroep Hollandia waar hij volledig kon ontdekken waartoe hij als acteur in staat was. Hollandia maakte theater op locatie, ver weg van het pluche van de schouwburg. Hij stond er in de modder in boerenstukken en speelde foute machthebbers en romantische antihelden. Zijn solovoorstelling Twee Stemmen (1997), gebaseerd op het controversiële oeuvre van de Italiaanse filmmaker en schrijver Pier Paolo Pasolini ging uiteindelijk de hele wereld over. Het maakte hem ook een bekend en gewaardeerd acteur in vooral Duitsland en Frankrijk. Met als kenmerk een ingehouden, dierlijke kracht, een gevaarlijk soort acteren, met een soms erotische en ook lepe uitstraling. En die sonore, geheimzinnige, beetje slepende stem.


Maar Jeroen Willems wilde meer, en bewandelde soms opmerkelijke paden. Zingen bijvoorbeeld. Hij vertolkte twee keer de rol van Jacques Brel, niet in een voorstelling waarin dat leven werd uitgebeeld maar als zanger. Hij wilde Brel niet imiteren, maar aan zijn teksten en chansons een eigen interpretatie geven. Vanuit de inhoud, niet vanuit de zangtechniek. Je moet het lef maar hebben, en dat had hij, soms tot zijn eigen verbazing, twijfelaar als hij ook was. Want Willems kon ook twijfelen aan alles: leven, liefde, carrière. Maar hij deed Brel, en hoe. Het leverde onder meer de voorstelling Brel, de zoete oorlog op. Muziektheater waarin de passie van Brel en het terughoudende, tikkeltje mysterieuze van Willems een opwindend verbond aangingen. Hij kreeg er de Louis d'Or voor.


Uitzonderlijk goed was ook zijn rol in La Musica Twee van Marguerite Duras, waarin hij samen met Betty Schuurman een echtpaar speelde op de puinhopen van de liefde. Verstild, melancholiek, intens. Ongemakkelijk ook. De lijn tussen acteur en personage was hier zo uitzonderlijk breekbaar, dat het een van zijn mooiste rollen werd. Juist omdat het exuberante van Brel en Pasolini daartegenover stond.


Charmant , ongrijpbaar, vleiend, heel af en toe ondeugend en vilein ook - hij kon het allemaal zijn. Als hij wilde. Maar soms wilde hij niet. Na zestien jaar ging hij weg bij Hollandia. Weer die twijfels. Wat wil ik nou? Vast bij een theatergroep, of juist niet? Het werd een tijd van bezinning, en zoeken naar nieuwe wegen. En daarna: hier een rol spelen, daar een film, een tv-serie doen, naar Duitsland voor een zangpartij. Jeroen Willems trad op in Carré, in Duitse stadstheaters, in Carnegie Hall.


Zijn aandacht gold het theater, maar in een aantal televisieseries kon hij evenzogoed zijn talent kwijt. Dat begon al in 1991 met de verfilming door Frans Weisz van Voskuils roman Bij nader inzien. Daarna volgden onder andere Tijd van leven (1996), Bij ons in de Jordaan (2000, waarin hij een prachtige vertolking gaf van Wim Sonneveld), Stellenbosch (2007) en De Troon (2010). Ook speelde hij rollen in meer dan dertig films, veelal in bijrollen. Met als hoogtepunten de rol van socialistenleider Troelstra in Nynke (2001) en Prins Claus in Majesteit (2010) waarvoor hij een Gouden Kalf ontving.


Waardering, prijzen, lovende kritieken te over - en dan toch die altijd aanwezige onzekerheid. 'Bij mij ligt de focus bijna altijd op wat niet goed ging, zodat ik tot nu toe weinig heb genoten van wat ik heb gedaan. Ik kan geen weken teren op een avond waarin alles klopte. Terwijl vijfhonderd mensen nagenieten, zit ik thuis al te denken: hoe leuk is het leven eigenlijk?' Dit zei hij in een interview in de Volkskrant, eind september van dit jaar toen hij eregast was op het Nederlands Filmfestival in Utrecht.


Somber en peinzend. Terugblikkend. Maar hij had er de laatste tijd ook wel weer zin in. In werken vooral. Zoveel mogelijk liefst. Daarom pakte hij zo ongeveer alles aan wat hem werd aangeboden. Misschien ook om de leegte voor te zijn. Er stond van alles en nog wat te gebeuren, en op stapel. De film Boven is het stil naar de roman van Gerbrand Bakker is klaar (regie Nanouk Leopold, release: maart 2013); het wordt zijn eerste grote, dragende filmrol. Hij was net terug van Curaçao waar de filmopnamen van Tula, the revolt plaatsvonden, met onder meer Jeroen Krabbé en Henriëtte Tol. De film De wederopstandig van een klootzak gaat in première op het aanstaande IFFR; hij speelt erin de rol van James Joyce.


Interessante plannen ook voor theater. Met Theu Boermans als regisseur zou hij in januari beginnen aan de repetities van Het Derde Huwelijk naar de roman van Tom Lanoye, die later met hem ook verfilmd zou worden. En in het voorjaar 2013 zou hij terugkeren naar Johan Simons in München, om daar te spelen in De kaart en het gebied naar Houellebecq. Alles, alles pakte hij aan - alsof na de twijfelperiode ineens de tijd van oogsten was aangebroken. Terwijl hij natuurlijk allang geoogst had, veelvuldig en rijk.


In Carré zou hij gisteravond een ode aan Toon Hermans brengen. Het toont de veelzijdigheid van deze acteur, zijn gretigheid ook, dat niet bang zijn dingen aan te pakken die geen mens van hem zou verwachten. Wim Sonneveld, Jacques Brel, Toon Hermans, en aan de andere kant Ludwig II, Richard II, Houellebecq en met Twee Stemmen van Pasolini de hele wereld over reizen.


Die twee stemmen zijn er niet meer. Er is niet eens één stem meer. Het is nu even overal stil.


JEROEN WILLEMS IN 8 ROLLEN


Ludwig II (2011)

Bij de Münchner Kammerspiele, waar regisseur Johan Simons sinds 2010 de scepter zwaait, schitterde Willems met regelmaat. Ook onder gastregie van Ivo van Hove, zo bleek met Ludwig II, waarin Willems als de getroebleerde koning zich zowel van zijn kwetsbare als zijn duistere kant liet zien.


Brel/Orfeo (2004, 2008)

Twee onvergelijkbare grootheden, maar tekenend voor zijn muzikaal theatraal talent. Hij durfde niet, deed het toch, het werd een eclatant succes in twee delen: Brel, de zoete oorlog (2004) en Brel 2 (2006). Orfeo was zowel de swingende als delicate muziektheatervoorstelling met de Veenfabriek van Paul Koek naar Monteverdi.


Majesteit (2010)

Sterk geacteerde, maar weinig realistische film over het privéleven van Beatrix (Carine Crutzen), die botst met premier Balkenende en mijmert over haar leven. Willems, hier op z'n zachtmoedigst, won een Gouden Kalf voor zijn tragische rol als prins Claus, de man in het harnas.


Twee stemmen (1997)

Misschien wel zijn beroemdste voorstelling. Willems liet met dit stuk zien over welk een fenomenaal acteertalent hij beschikte. In zijn eentje gaf hij stemmen aan staatslieden, intellectuelen, criminelen en industriëlen die niet per se het beste met de wereld voorhadden. Veelvuldig bekroond, ook in het buitenland.


Nynke (2011)

Historisch drama van Pieter Verhoeff, met Jeroen Willems als dichter en politicus Pieter Jelles Troelstra, die gegrepen door het socialisme zijn echtgenote verdrukt, de bekende kinderboekenschrijfster Nynke van Hichtum. Willems overtuigde als dubbelhartige staatsman, die vooral buitenshuis de revolutie predikt.


Stellenbosch (2007)

Willems speelde de met een jeugdtrauma worstelende wijnboer Henk Keppel, die terugkeert naar het tumultueuze Zuid-Afrika (kort na de apartheid) om de familieplantage te redden, in Stellenbosch. Televisiedrama in zeven afleveringen. Hoogwaardig in spel en aankleding, tikje looiig van structuur.


Quartett (2007)

Een Salzburger Festspiele-productie waarnaar in het Holland Festival van 2008 halsreikend werd uitgekeken. Willems werd geprezen als de top van wat het Europese theater te bieden had. Terzelfdertijd stond hij in Carré als Lucifer, in La Commedia, de nieuwe opera van Louis Andriessen. Een titaan, aldus de recensies.


Cop vs Killer (2012)

Telefilm van debuterend regisseur Simon de Waal, waarin Willems nog maar eens bewees dat het voor hem bedachte aanbod van bioscooprollen te beperkt was. Als ijskoude en intelligente gangsterbaas, die worstelt met het vaderschap, voorziet hij een op papier tamelijk clichématige rol van nuance en gravitas.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden