Veel te weinig dna en het weer van de verkeerde dag

Een blouse en een telefoonmast leidden tot de veroordeling van Ernest Louwes voor de moord op Jacqueline Wittenberg. Maar experts zijn ervan overtuigd dat er grove fouten zijn gemaakt.

Het moordwapen is nooit gevonden. De Deventer moordzaak, een van meest omstreden rechtszaken in de Nederlandse geschiedenis, gaat om een telefoonmast en een blouse. Een telefoonmast bij Deventer en een blouse die jarenlang verfrommeld in een kartonnen doos in een politiegarage lag. Een chic overhemd, dat Jacqueline Wittenberg droeg op de avond van 23 september 1990, toen ze door verwurging en messteken om het leven kwam.


Op de blouse zit dna van haar belastingadviseur, Ernest Louwes. Over dat genetisch materiaal is jarenlang geprocedeerd. Is het erop gekomen doordat Louwes haar die ochtend zakelijk bezocht, zoals hij beweert? Of is Louwes de moordenaar, zoals justitie concludeert? Experts van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hebben betoogd dat het dna zo talrijk is dat het met geweld op de blouse moet zijn gekomen. Mede op basis van die redenering is Louwes in 2004 tot 12 jaar cel veroordeeld.


Nu ligt er een herzieningsaanvraag waarin advocaat Geert-Jan Knoops het tegendeel beweert. De NFI-experts, stelt hij, zaten er compleet naast. Er zit nauwelijks dna op die blouse. En zelfs als het zoveel was als de NFI-experts beweerden, of zelfs nog meer, hoeft dat nog niet met geweld te zijn overgebracht.


Om tot die conclusie te kunnen komen, hadden Knoops en zijn collega Paul Acda alle dna-onderzoeksdata van het NFI nodig. Daarvoor hebben zij een langdurige strijd moeten leveren, die begon in het voorjaar van 2008. Nadat een eerder herzieningsverzoek in de Deventer moordzaak was afgewezen, schreef Knoops direct een brief naar de advocaat-generaal van het gerechtshof in Den Bosch: graag zouden wij de NFI-onderzoeksdata ontvangen waarop Louwes is veroordeeld. De advocaat-generaal verwees hem door naar het college van procureurs-generaal, dat toestemming gaf om rechtstreeks met het NFI contact op te nemen. Knoops schreef een brief, Knoops schreef tien brieven, stuurde een veelvoud aan mails, maar de onderzoeksdata kwamen er niet. Nadat een heel onderzoeksjaar verloren was gegaan, dreigde de advocaat met een kort geding tegen de staat. De landsadvocaat nodigde Knoops en Acda uit te komen praten, bemiddelde, en op vrijdag 10 april 2009 meldde een koerier zich bij Knoops met een cd-rom vol onderzoeksdata van het NFI. Het pakketje werd nog diezelfde middag voor contra-expertise naar de VS doorgestuurd.


Drie weken later kwam Ernest Louwes vrij, na 9 jaar van zijn straf te hebben uitgezeten. In Nieuwspoort presenteerde hij zijn boek Schuldig, over alle tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen die zijn proces omstreden maken. Hij werd begeleid door Jason Gilder, een van de Amerikaanse contra-experts. De forensisch onderzoeker stelde dat op de blouse van Jaqueline Wittenberg slechts een fractie was aangetroffen van de hoeveelheden dna die er volgens het NFI op zaten. Om dit zeker te weten, betoogde Gilder, was ook informatie nodig over de standaard-onderzoeksprocedures die het NFI had gehanteerd. Want als bepaalde meetapparatuur langer dan 10 à 15 seconden aan dna wordt blootgesteld, worden de waarden daardoor beïnvloed, zo lichtte hij toe.


Opnieuw schreef Knoops de advocaat-generaal, het college van procureurs-generaal en het NFI, ditmaal om de onderzoeksprotocollen van het forensisch instituut op te vragen. Weer leidde dat tot een uitzichtloze correspondentie met het NFI, dreiging met een kort geding en bemiddeling door de landsadvocaat. Andermaal ging daardoor een onderzoeksjaar verloren.


De zomer van 2010 bracht uitsluitsel. Die vakantie logeerde wetenschapsfilosoof Ton Derksen bij zijn dochter en kleinkinderen in Westminster, Colorado. De emeritus-hoogleraar werkte aan een boek over de Deventer moordzaak en kreeg tot zijn verrassing een mailtje: of hij contra-expert Jason Gilder wilde ontmoeten, die toevallig in Denver, dus in de buurt was. Het kwam tot een afspraak en de wetenschappers troffen elkaar in de lobby van het Marriott-hotel in Denver. Uit Gilders definitieve onderzoeksgegevens bleek dat in de drie onderzoeksmonsters van het NFI niet 'minimaal 200' dna-cellen van Louwes zaten, maar slechts respectievelijk 4, 22 en 30 cellen. Een hoeveelheid van 1.600 cellen in een vlekje op de kraag van de blouse blijkt op een onjuiste berekening te zijn gebaseerd.


Derksen was verbijsterd. Hij schreef een brief naar NFI-onderzoeker Ate Kloosterman en confronteerde hem met zijn eigen rekenmethode en diens onverklaarbaar hoge resultaten. De NFI-deskundige heeft nooit op de brief gereageerd.


Ook correspondeerde Derksen met Mariya Goray, een forensisch wetenschapper die voor de Australische politie onderzoek verricht naar de hoeveelheden dna die bij geweld worden overgebracht. Dat gaat om 'vele duizenden' cellen, bevestigde zij. Zelfs de 200 cellen waarover het NFI getuigde, waren volgens haar te gering om van geweld te kunnen spreken. Alleen al bij het schudden van handen blijken meer dan 7.500 dna-cellen te worden overgebracht.


Vervolgens heeft Derksen zelf de NFI-monsters geanalyseerd. Daaruit blijkt dat er minieme hoeveelheden dna van Ernest Louwes zitten op 'delict-gerelateerde plaatsen' (lees: daar waar is gewurgd) en dat buiten die wurgplekken juist meer dna van de fiscalist is aangetroffen. De NFI-experts moeten dit hebben geweten, schrijft Derksen in zijn boek, maar die ontlastende resultaten zijn niet in Louwes' strafdossier opgenomen.


Wel gaat dat strafdossier uitvoerig over het telefoongesprek dat de belastingadviseur voerde met zijn cliënte, vlak voor de moord. Louwes moet op dat tijdstip, 20.36 uur, in de buurt van het slachtoffer zijn geweest, stelt het Openbaar Ministerie. Immers: zijn mobieltje straalde op dat moment een telefoonmast aan bij Deventer, de plek van de moord. Louwes zelf zegt dat hij onderweg naar huis belde vanuit zijn auto, op de A28 tussen Harderwijk en 't Harde. Onmogelijk, betoogde een getuige-deskundige tijdens het hoger beroep, want dan had zijn telefoon uit de 'honderden' telefoonmasten in die regio nooit de mast bij Deventer kunnen aanklikken, 24 kilometer verderop.


'Honderden' telefoonmasten in een gebied van 24 kilometer breed is wel erg veel, redeneerde Derksen; dat betekent dat op de Veluwe op zo'n beetje elke vierkante kilometer minstens één telefoonmast moet staan. Zou dat echt waar zijn?


Nee, blijkt uit de locatiegegevens van telefoonmasten, die destijds geheim waren maar inmiddels zijn vrijgegeven. Het zijn er drie. Althans; drie masten van KPN, waarbij Louwes een abonnement had. En uit die masten kan zijn mobieltje inderdaad een vergelegen mast hebben gekozen, stelt een door Knoops ingeschakelde deskundige. Als er sprake is van weersomstandigheden met 'superrefractie' in de lucht, zoals bijvoorbeeld bij onweer, kan gsm-straling daardoor in de atmosfeer worden weerkaatst naar vergelegen masten.


Van zulke weersomstandigheden was op de dag van de moord geen sprake, betoogde een getuige-deskundige tijdens het strafproces. Er waren 'winterse buien' die verre aanstraling onmogelijk maken. Derksen ontdekte echter dat deze getuige zich beriep op het weerbericht van 20 december 1999, de dag waarop de politie de mogelijkheden van verre aanstraling had onderzocht. Die dag was Jacqueline Wittenberg al drie maanden dood. Advocaat Knoops heeft de expert daarop gewezen, maar die schreef terug dat hij zijn conclusie niet wilde herzien. Mede op grond van zijn verklaring is Louwes tot 12 jaar cel veroordeeld.


Op de juiste dag, zo blijkt uit meteorologische gegevens uit De Bilt, Essen, Sleeswijk en Greifswald, heerste in een groot gebied van West-Europa, van Frankrijk tot Denemarken, een atmosferische situatie van 'superrefractie'. Gegevens van Telfort tonen aan dat op zo'n dag veelvuldig een andere mast wordt aangeklikt dan de dichtstbijgelegen gsm-paal. Zo'n 18 duizend keer kiest een mobieltje op zo'n moment zelfs een mast op een afstand van 25 kilometer en verder. KPN wil zulke gegevens niet verstrekken; ze zouden mogelijk bewijzen waarom bewoners in de grensstreek soms onverklaarbaar hoge telefoonrekeningen krijgen; door superrefractie kunnen gsm-masten in het buitenland worden aangestraald.


De dna- en telefonie-bevindingen van Derksen en Knoops leidden tot de herzieningsaanvraag die nu door de Hoge Raad wordt voorgelegd aan de ACAS, de Advies Commissie Afgesloten Strafzaken. Daarnaast hebben Acda, Knoops, Derksen en andere onderzoekers nog meer ontlastende informatie ontdekt. Zo blijkt uit de agenda van een andere cliënte van Louwes dat de belastingadviseur wel degelijk op de ochtend van de moord een zakelijke afspraak met Jacqueline Wittenberg had. Daarnaast heeft ook de schoonmaakster van Wittenberg verklaard dat ze Louwes op de ochtend van de moord, en niet 's avonds, in Wittenbergs woning heeft gezien, zoals de man zelf steeds beweerde.


Omdat een herzieningsrapport aan wettelijke criteria moet voldoen, is niet al deze ontlastende informatie in Knoops' rapport opgenomen. Zijn schrijven is een reactie op het arrest van het gerechtshof dat Louwes in 2004 veroordeelde. De advocaat beperkt zich tot datgene waar de Deventer moordzaak uiteindelijk alleen nog om draait: een telefoonmast en een blouse.


Zaak houdt gemoederen al 13 jaar bezig

Op 23 september 1999 wordt de 60-jarige Jacqueline Wittenberg vermoord. Tien dagen eerder heeft zij haar financieel adviseur, Ernest Louwes, tot executeur-testamentair benoemd. Dat maakt hem verdacht. In eerste instantie wordt Louwes vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Als geurproeven een verband aantonen tussen Louwes en het mes waarmee de weduwe zou zijn neergestoken, wordt hij in 2000 door het gerechtshof in Arnhem tot 12 jaar cel veroordeeld.


In 2002 blijkt dat het mes niet het moordwapen kan zijn en dat de geurproef ondeugdelijk is. Daarop verklaart de Hoge Raad in 2003 een herzieningsverzoek gegrond. Het hof in Den Bosch moet de zaak overdoen en veroordeelt Louwes in 2004 opnieuw tot 12 jaar cel omdat zijn dna op de blouse van de weduwe is aangetroffen. Ook blijkt dat Louwes' mobiele telefoon een telefoonmast bij Deventer aanstraalde.


In 2006 gelast de voorzieningenrechter in Den Haag een onderzoek naar het graf van de vermoorde vrouw; volgens opiniepeiler Maurice de Hond ligt daarin het moordwapen. Eind 2006 verbiedt de rechtbank in Amsterdam De Hond om de 'klusjesman' van de weduwe Wittenberg nog langer als dader van de moord aan te merken. De opiniepeiler wordt later veroordeeld tot een boete en een voorwaardelijke celstraf wegens smaad.


In 2008 wordt een herzieningsaanvraag afgewezen. Twee jaar later krijgt advocaat Knoops de onderzoeksdata van het NFI. Hij stuurt die voor contra-expertise naar de VS. De resultaten leiden tot de herzieningsaanvraag die vandaag bij de Hoge Raad wordt ingediend.


Door

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.