Veel soorten sterven uit nog voordat ze beschreven zijn

De meer dan 190 lidstaten van de VN Conventie voor Biodiversiteit hebben vrijdag in het Japanse Nagoya een nieuw tienjarenplan afgesproken om het massale uitsterven van planten- en diersoorten tot staan te brengen. Vijf vragen over dit 'historische akkoord'.

null Beeld reuters
Beeld reuters

Het plan is verwelkomd als een internationaal succes. Terecht?
In zekere zin wel. De lidstaten zijn het na twee weken onderhandelen op de valreep eens geworden over een pakket van twintig maatregelen om de biodiversiteit te beschermen en het verlies aan soorten in 2020 te halveren. Zo moeten ze alle subsidies die biodiversiteit schaden, zoals visserijsubsidies, in 2020 hebben afgeschaft. Daarnaast moet de waarde van natuur en biodiversiteit opgenomen worden in nationale begrotingen en jaarverslagen van bedrijven.

Ook is na twee decennia touwtrekken een bindend protocol afgesproken over de toegang tot en een eerlijker verdeling van de opbrengsten van het gebruik van genetische (natuurlijke) rijkdommen, een grote wens van de ontwikkelingslanden.

Algehele opluchting dus?
Jazeker. Aangezien de doelstellingen voor 2010 van de vorige biodiversiteitstop in 2002 geen van alle zijn gehaald, mócht deze top niet mislukken. Nu hebben de westerse landen nieuwe ambitieuze doelstellingen binnengehaald, de ontwikkelingslanden onder leiding van China, India en Brazilië hun protocol, en heeft gastland Japan zijn gezicht gered.

Waarnemers vreesden vooraf dat Nagoya net zo'n echec zou worden als de klimaatconferentie van Kopenhagen van december 2009. Dat dit op de valreep is afgewend, geeft hoop voor de klimaattop van eind van dit jaar in Cancún, Mexico.


Maar?
Het akkoord bevat vooral mooie voornemens. Die gaan minder ver dan velen hadden gewild. Zo moet in 2020 17 procent van het land en 10 procent van de oceanen beschermd zijn, minder dan de 25 en 15 procent die biologen nodig achten. Bovendien is de financiering van de plannen - de kosten kunnen oplopen tot honderden miljarden per jaar in 2020 - niet geregeld. Het enige wat in Nagoya is afgesproken, is dat er in 2012 op de Earth Summit in Rio een financieel plan moet liggen.

Tenslotte voorziet het akkoord niet in sancties tegen landen die de afspraken aan hun laars lappen. Het zal de achteruitgang van de natuur dan ook niet kunnen stoppen. Daarvoor is een ingrijpende verduurzaming van de wereldeconomie nodig.


Maar is het werkelijk zo slecht gesteld met die biodiversiteit?
Ja, planten en dieren sterven uit in een tempo dat duizend keer hoger ligt dan normaal in de natuur. Als gevolg van menselijk handelen, door ontbossing en andere vernietiging van leefgebieden, overexploitatie door jacht en visserij, milieuvervuiling of klimaatverandering. Veel soorten sterven uit nog voordat ze beschreven zijn. Wetenschappers spreken van de grootste extinctiecrisis sinds de ondergang van de dinosauriërs, 65 miljoen jaar geleden.

Is het uitsterven van soorten erg?
Soortenrijkdom is het kapitaal van de natuur. Wat weg is, is voorgoed weg. Treurig vanuit filosofisch en moreel standpunt, maar ook in economische zin. We raken potentiële bronnen van nieuwe medicijnen of voedingsmiddelen kwijt. Het verdwijnen van sleutelsoorten kan hele ecosystemen ontregelen. En dat bedreigt ons eigen voortbestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden